Per jaar 2300 keer euthanasie verricht

DEN HAAG, 10 SEPT. Euthanasie heeft in Nederland ongeveer 2.300 keer per jaar plaats. Dat is 1,8 procent van de in totaal 130.000 sterfgevallen per jaar. Dit is lager dan tot nu toe altijd in schattingen werd aangenomen. Daarnaast bieden artsen ongeveer bijna 400 keer per jaar hulp bij zelfdoding.

Dit zijn conclusies uit het rapport van de Commissie medische praktijk inzake euthanasie, dat vanochtend is aangeboden aan minister Hirsch Ballin (justitie) en staatssecretaris Simons (WVC). De commissie doet, volgens opdracht, geen uitspraken over de noodzaak de euthanasiewetgeving aan te passen. In een vraaggesprek met deze krant zegt de voorzitter van de commissie, prof.mr. J. Remmelink, advocaat generaal bij de Hoge Raad, vandaag dat besluitvorming nu onontkoombaar is. “Want geen besluit nemen betekent evenzeer een besluit: namelijk handhaving van de status quo waarbij euthanasie onder voorwaarden in noodsituaties toegestaan is.”

Hirsch Ballin noemde de uitkomst van het onderzoek vanochtend een “belangrijk politiek gegeven”. “Het bevestigt dat de uitvoering van euthanasie beperkt is tot uitzonderlijke situaties van onvermijdbaar lijden.”

De beide bewindslieden kondigden aan dat het kabinet nu snel met een standpunt komt over wenselijkheid van nieuwe wetgeving terzake van euthanasie.

Wetgeving op dit terrein is sinds een initiatief-wetsvoorstel van D66 in 1985 door de opeenvolgende kabinetten-Lubbers steeds uitgebleven. Sinds 1987 ligt er ook een wetsvoorstel van het kabinet-Lubbers II, maar het huidige kabinet besloot aan het begin van de regeerperiode dat onderzoek naar de omvang en aard naar de medische euthanasiepraktijk nodig was voordat tot wetgeving kon worden overgegaan.