Overheidsmodel kan instroom in WAO beperken; Helaas komt het nog te vaak voor dat overheidswerkgevers te lang wachten met het inschakelen van het ABP.

In de zich nu al enkele maanden voortslepende discussie over de wijziging van de Ziektewet en de WAO heeft geen enkele politicus, journalist, WAO-deskundige of commentator publiekelijk er ook maar een ogenblik bij stilgestaan dat de voorgestelde wetswijzigingen niet (automatisch) van toepassing zijn op de overheidssector. Een enkeling liet zich wel eens de term "WAO voor ambtenaren' ontvallen, daarmee ten onrechte suggererend dat het ongeveer op hetzelfde neerkomt. In het algemeen is het zo dat slechts weinigen op de hoogte zijn van het verschil in regelgeving tussen de overheids- en marktsector en van de gevolgen hiervan voor de uitvoering van de taken op het gebied van de sociale zekerheid.

Hoewel mag worden aangenomen dat de voorgestelde wijziging van de WAO zal leiden tot een aanpassing van de ABP-wet (waarin de arbeidsongeschiktheidsregeling voor het overheidspersoneel is opgenomen) is het misschien toch zinvol even stil te staan bij het model voor sociaal-medische begeleiding zoals dat sinds tientallen jaren voor de overheidssector wordt toegepast. Vooral omdat van diverse kanten (onder andere de vakbeweging) wordt geroepen dat een besparing op de kosten van ziekte en arbeidsongeschiktheid alleen kan worden bereikt door een intensivering van preventie en begeleiding. Navolging van het overheidsmodel voor sociaal-medische begeleiding in de particuliere sector zou een belangrijke bijdrage zou kunnen leveren aan de beperking van de instroom in de AAW-WAO.

Hoe ziet dat model er in grote lijnen uit? In afwijking van de marktsector is de ziektewet niet van toepassing binnen de overheid. Het ABP heeft derhalve geen directe uitvoeringstaken bij verzuim bij ziekte, zoals de bedrijfsverenigingen die wel hebben in het kader van de ziektewet, maar dat wil niet zeggen dat het in de beginfase van het ziekteproces niets zou kunnen doen. Integendeel, het beleid van het ABP is in toenemende mate erop gericht om bij dreigende arbeidsongeschiktheid tijdig te worden ingeschakeld. Dit heeft onder andere vorm gekregen in het realiseren van het samenwerkingsmodel ABP-bedrijfsgezondheidszorg. In een zogeheten vooroverleg bespreken de bedrijfsartsen met personeelsconsulenten, arbeidsdeskundigen en adviserend geneeskundigen van het ABP de langdurige ziektegevallen. In dit systematisch gestructureerde overleg kan - voordat er sprake is van een formele ongeschiktheidsverklaring - bezien worden welke maatregelen van werkgeverszijde of van het ABP nodig zijn om de zieke ambtenaar weer aan het werk te helpen. Daarbij staat het ABP een groot aantal reïntegratie-instrumenten ter beschikking: voorzieningen om de werkplek aan te passen, scholing, proefplaatsing, werkervaringsplaatsen, sollicitatietrainingen, beroepskeuzetest, arbeidsbemiddeling enzovoort.

Helaas komt het nog te vaak voor dat overheidswerkgevers te lang wachten met het inschakelen van het ABP. Maar hierin komt binnenkort verandering. Dankzij een op hande zijnde wijziging van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW) zullen werkgevers straks verplicht zijn de ziekte van een ambtenaar uiterlijk na zes maanden aan het ABP te melden en daarbij aan te geven welke inspanningen tot dan toe zijn verricht om de terugkeer in het arbeidsproces te bevorderen. Momenteel wordt overwogen het ABP het recht te geven om de financiële vergoeding die een werkgever na twaalf maanden arbeidsverzuim ontvangt geheel of gedeeltelijk in te houden wanneer blijkt dat hij zich onvoldoende heeft ingespannen.

De zesdemaands-melding, zoals de maatregel kortweg wordt genoemd, stelt het ABP in staat om ook met werkgevers die nog niet aan het vooroverleg deelnemen in contact te treden en zijn deskundigheid aan te bieden. Omdat het tijdstip van inschakeling afhankelijk is van de individuele casus, dringen artsen en arbeidsdeskundigen van het ABP er bij werkgevers op aan om bij dreigende arbeidsongeschiktheid niet te wachten tot die zes maanden zijn verstreken. Als we op het juiste moment kunnen beginnen met de begeleiding, kan in veel gevallen worden voorkomen dat iemand überhaupt moet worden gekeurd en arbeidsongeschikt wordt.

Deze wijziging van de AAW is een van de maatregelen voor de overheidssector die het ministerie van binnenlandse zaken mede in overleg met het ABP heeft uitgewerkt om de instroom in de arbeidsongeschiktheidsregeling te beperken. Hoewel de ontwikkeling van het aantal arbeidsongeschikten bij de overheid op het eerste gezicht geenszins alarmerend is, maakt het ABP zich vooral bezorgd over het feit dat de gemiddelde leeftijd waarop arbeidsongeschiktheid optreedt de laatste jaren flink is gedaald. We worden daardoor veel meer dan vroeger geconfronteerd met jonge, gedeeltelijk afgekeurde werknemers die voor het resterende deel nog beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt.

Omdat ziekte en arbeidsongeschiktheid in toenemende mate voortkomen uit een verminderd welbevinden als gevolg van werkomstandigheden moet er ook steeds vaker een oplossing worden gevonden buiten het keuringstraject. Met het oog op deze ontwikkeling heeft het ABP het arbeidskundig instrumentarium de laatste jaren in belangrijke mate verder uitgebreid.

Met deze aanpak zijn al belangrijke resultaten geboekt: van de ruim 10.000 blijvend ongeschikt verklaringen in 1990 werden ruim 3700 mensen geschikt geacht voor vervangend ander werk. De arbeidskundige dienst van het ABP slaagde er in om voor tachtig procent van deze groep ook daadwerkelijk ander werk te vinden.

Toch zijn deze cijfers nog niet om over naar huis te schrijven. Er moet nog veel veranderen: het instrumentarium moet verder worden ontwikkeld en er is een eenduidige uitvoeringsstructuur nodig (de zogezoemde éénloket-functie) om efficiënter en klantvriendelijker te kunnen werken. Een tijd lang werd de arbeidsongeschiktheidsuitkering algemeen gezien als de meest voor de hand liggende oplossing voor probleemgevallen. Verbetering van de kwaliteit van de uitvoering van de sociale zekerheid kan dan ook alleen worden bereikt wanneer er een mentaliteitsverandering ontstaat bij zowel de uitvoerders zelf als de betrokken werkgever en werknemer. Iedereen moet ervan overtuigd raken dat er pas over een uitkering kan worden gepraat als is gebleken dat de ziekte of het gebrek van dien aard is dat terugkeer naar het arbeidsproces mag worden uitgesloten.

Een nog niet genoemd, maar wel essentieel verschil met de marktsector is dat de overheidswerkgever zelf de gehele verantwoordelijkheid draagt (ook de financiële) voor het arbeidsverzuim. De zieke werknemer blijft op de loonlijst totdat deze door het ABP arbeidsongeschikt is verklaard. Hieraan gaat een medische keuring vooraf, maar deze wordt pas gedaan wanneer de werknemer of werkgever daarom vraagt. In het bedrijfsleven wordt iemand na twaalf maanden ziekte automatisch gekeurd op arbeidsongeschiktheid; bij een overheidswerknemer kan dat tijdstip later liggen, maar ook eerder. Een voordeel van het overheidsmodel is dat de systematiek een grote mate van vrijheid garandeert waarin werkgever, bedrijfsarts en het ABP kunnen opereren. De druk van de WAO-keuring hangt niet als het zwaard van Damocles boven het hoofd.

Uitgangspunt van het kabinet in de hele discussie over Ziektewet en WAO is dat de maatregelen moeten leiden tot een vermindering van het aantal arbeidsongeschikten. Wat het kabinet probeert, is de instroom in de WAO te beperken door de arbeidsongeschiktheidsregeling minder aantrekkelijk te maken. Afgezien van de vraag of dit met zo'n maatregel zal lukken, wordt toch te gemakkelijk van uitgegaan dat de afspraken die er in het Voorjaarsoverleg met de sociale partners zijn gemaakt over verbetering van de begeleiding, geen of weinig resultaten zullen opleveren. Het belangrijkste bezwaar tegen het besluit dat nu op tafel ligt is dat het de oorzaken van het arbeidsverzuim niet wegneemt. De activiteiten die op basis van het Voorjaarsoverleg zijn ingezet hebben nog niet kunnen bewijzen dat ze voldoende effect zullen sorteren en op termijn zullen leiden tot de gewenste besparingen. Het zou jammer zijn wanneer nu de arbeidsongeschikheidsregelingen worden uitgehold, terwijl met een uitbreiding van preventie en begeleiding en een grotere betrokkenheid en verantwoordelijkheid van de werkgever bij het arbeidsverzuim een belangrijke bijdrage kan worden geleverd aan een daadwerkelijke afname van het arbeidsongeschiktheidsvolume. Het verzuimbegeleidingsmodel van het ABP kan daarbij een goed alternatief zijn.