"Minister van buitenlandse zaken' verwacht steun voor onafhankelijkheid; "Noord-Somalië wordt het Japan van Afrika'; "De wereld is nu aan het veranderen, dit is het juiste klimaat'

DEN HAAG, 10 SEPT. De Somaliër Yusuf Ali Sheikh Madar is dolblij met de snelle ineenstorting van de Sovjet-Unie en met de onafhankelijkheidsstrijd van de Joegoslavische republieken. “Het zijn duidelijke precedenten die internationale erkenning van onze nieuw verworven onafhankelijkheid zeker zullen bespoedigen (...) Of het nu de Sovjet-Unie is die uit elkaar valt, of Somalië - het is precies hetzelfde.”

Yusuf Ali Sheikh Madar is thuis een belangrijk man. Ze noemen hem daar "minister van buitenlandse zaken'. Hij vertegenwoordigt de bevolking van Noord-Somalië, het vroegere Brits Somalieland dat in 1960 onafhankelijkheid verwierf, vervolgens een fusie aanging met Zuid-Somalië (het oude Italiaans Somalieland) en dat nu voor de tweede keer zijn onafhankelijkheid viert. Want Noord-Somalië heeft zich, na een lange periode van bloedige onderdrukking door de regering in het zuiden, op 18 mei officieel afgescheiden van Somalië.

Sheikh Madar, een vijftiger met bruingroene doordringende ogen, een luidruchtige stem en brede gebaren, maakt op het ogenblik een rondreis door Europa. Gisteren bezocht hij het ministerie van buitenlandse zaken in Den Haag, het zenuwcentrum van de huidige voorzitter van de Europese Gemeenschap. Sheikh Madar wil de wereld op de hoogte houden van de staatkundige wijzigingen die zich in de hoorn van Afrika voltrekken. Want het mag natuurlijk niet zo zijn dat de onafhankelijkheid van Noord-Somalië ondersneeuwt door de rappe historische ontwikkelingen in de Sovjet-Unie en de Balkan.

Maar is Sheikh Madar niet bang dat West-Europa de handen al vol heeft aan de afscheidingsbewegingen in Europa en onafhankelijkheidsverklaringen elders in de wereld om die reden extra terughoudend zal beoordelen? “Nee, in tegendeel, de wereld is nu aan het veranderen, het is nu het juiste klimaat.”

Sheikh Madar is een van de leidende figuren binnen de Somalische Nationale Beweging (SNM), het bevrijdingsleger van Noord-Somalië dat vanaf 1982 vanuit buurland Ethiopë een guerrilla-oorlog voerde tegen het leger van de inmiddels verdreven dictator Siad Barre. De SNM slaagde er uiteindelijk begin dit jaar in de zuiderlingen te verdrijven en riep op 18 mei de onafhankelijkheid uit van de "Republiek Somalieland'. Het hoopt binnen anderhalf jaar democratische verkiezingen te kunnen houden.

De redenen voor de onafhankelijkheid zijn even simpel als schrijnend. Waar de bevolking van Noord-Somalië in 1960 aansluiting zocht bij de zuiderlingen omdat die zo veel met de noorderlingen gemeen hebben (“we hebben dezelfde kleur, dezelfde taal, dezelfde religie, dezelfde cultuur”), heeft ze nu de onafhankelijkheid uitgeroepen omdat ze zich bedrogen en mishandeld voelt door haar "broeders' uit het zuiden. “Wat het zuiden met ons heeft uitgespookt valt te vergelijken met hetgeen Hitler-Duitsland met de joden heeft gedaan”, vertelt Sheikh Madar. “We willen nooit meer terug naar de oude verhoudingen.”

Dr. Hussein Abdillahi, een van de in Nederland wonende Somaliërs die zich sterk maken voor een onafhankelijk Noord-Somalië, constateert dat het zuiden de vereniging met het noorden heeft geïnterpreteerd “als een vrijbrief om het noorden opnieuw te koloniseren”. Na de Britse koloniale overheersing volgde een veel bloediger onderdrukking door de zuiderlingen.

Abdillahi geeft een aantal voorbeelden “uit een lange reeks van schanddaden”. In de jaren tachtig hadden grootschalige boekverbrandingen plaats omdat de geschiedenis van het noorden herschreven moest worden. Leraren en medisch personeel werden massaal naar het zuiden gedeporteerd. Waterputten werden vergiftigd. De burgerbevolking werd vervolgd, beroofd en gemarteld. En tussen 1988 en 1990 werden steden en dorpen door het leger van Siad Barre platgebombardeerd en leeggeroofd. “Het hele gebied ligt nog vol mijnen”, vertelt Abdillahi. “Men zegt dat het om de grootste hoeveelheid mijnen in de geschiedenis van Afrika gaat. Er zijn aanwijzingen dat Libisch gifgas is gebruikt.”

In Noord-Somalië is de rust inmiddels weergekeerd. Vluchtelingen die de afgelopen jaren voor de oorlog naar buurlanden zijn uitgeweken, keren gestaag terug. Ze treffen er een uitgemergeld land aan, zwaar gehavend door jaren van oorlog, geleid door een regering vol herwonnen optimisme. “Noord-Somalië is nu nog totaal verwoest, maar we zullen er heel snel weer bovenop komen”, vertelt Sheikh Madar. “Kijk naar wat er in Duitsland en Japan is gebeurd na de Tweede Wereldoorlog. Ik zeg U, wij worden straks het Japan van Afrika.”

In Zuid-Somalië heerst evenwel nog steeds anarchie en burgeroorlog. In de hoofdstad Mogadishu vielen de afgelopen dagen ten minste 300 doden bij gevechten tussen rivaliserende facties binnen het regerende Verenigd Somalisch Congres. Buiten de hoofstad maken diverse "warlords' de dienst uit.