Kleine doelmatigheid

Afgelopen vrijdag berichtte het gezaghebbende Engelse weekblad The Economist over een sterk staaltje van Haagse spilzucht. Als tijdelijk voorzitter van de EG heeft Nederland de twaalf permanente vertegenwoordigers van de lidstaten in Brussel uitgenodigd om een trip van een week naar Curaçao te maken, op kosten van de vaderlandse belastingbetalers. In het recente verleden deden andere lidstaten het tijdens hun voorzitterschap wat rustiger aan. Zij organiseerden voor de EG-ambassadeurs een uitstapje in eigen land dat hooguit enkele dagen duurde.

Nederland heeft het exotische reisje doorgedrukt, ondanks protesten van de ambassadeurs dat zij wel iets beters te doen hebben dan een weekje te bakken in de Antilliaanse zon. The Economist stelt dat Den Haag is gezwicht voor aandrang van de Antilliaanse regering, die op eigen terrein nog eens krachtig wil pleiten voor soepeler handelsbetrekkingen met de Europese Gemeenschap. Het Engelse weekblad heeft er geen goed woord voor over en concludeert dat “the dutch presidency is wasting its own taxpayers' money and the ambassadors' time”.

Sommige Nederlandse belastingbetalers zullen na lezing van dit bericht de neiging hebben een parlementslid op te bellen om aan te dringen op Kamervragen over deze kwestie. Wanneer de ambassadeurs met enige aanhang, zeg in totaal dertig personen, "Royal Class' naar de Antillen vliegen, bedragen alleen de reiskosten al meer dan anderhalve ton. Met inbegrip van de verblijfkosten ter plaatse kost het Euro-uitje de Nederlandse belastingbetalers zeker een kwart miljoen gulden.

Door deze verspilling van belastinggeld aan de orde te stellen, maakt een volksvertegenwoordiger zich vermoedelijk zeker zo populair als met Kamervragen over de verontrustende toename van het aantal muskusratten in Noord-Groningen of over de lange behandelingstijd van een subsidieverzoek voor het clubhuis in Hoensbroek.

Het parlement kan in dit stadium echter nauwelijks meer ingrijpen, omdat het bij de behandeling van de begroting voor 1991 al akkoord is gegaan met een bedrag wegens ongespecificeerde extra uitgaven in verband met het Nederlandse EG-voorzitterschap. Een motie tegen de Antillentrip zou een veel te zwaar wapen zijn.

Nog iets anders speelt een rol. De sectorspecialisten van de grote fracties willen hun vingers niet branden door ambtenaren van Buitenlandse Zaken te irriteren; zij hebben de ambtelijke steun van het ministerie in de toekomst nog vaak nodig. Bovendien zou een succesvolle actie tegen het uitstapje van de ambassadeurs de blamage voor Nederland slechts verergeren door gezichtsverlies van onze BuZacraten. Nu zal hooguit de Algemene Rekenkamer, bij de controle van de boeken, de doelmatigheid van de Antillenreis aan de orde stellen. De Kamer kan dan - desgewenst - over de zaak nakaarten.

Volgende week dinsdag presenteert minister Kok de miljoenennota voor 1992, met daarin een samenvatting van de rijksbegroting en een overzicht van de gang van zaken in de Nederlandse economie. Daarnaast ontvangen de Kamerleden een stapeltje van een halve meter begrotingshoofdstukken.

Door deze begrotingswetten goed te keuren, machtigt het parlement de betrokken bewindslieden om uitgaven te doen tot ten hoogste de per post vermelde bedragen. Door amendementen kunnen de voorgestelde bedragen worden verlaagd. Vaker wil de Kamer de uitgaven verhogen.

De behandeling van de afzonderlijke hoofdstukken biedt Kamerleden gelegenheid om in te gaan op de kleine doelmatigheid van het beleid. Worden gestelde doelen wel op de zuinigste manier nagestreefd? De discussie wordt echter bemoeilijkt, doordat begrotingsposten weinig gespecificeerd zijn. Het blijkt vaak onmogelijk om het geld voor ingezette middelen (personeel, kantoorgebouwen) aan door de overheid geleverde prestaties te koppelen. Bovendien is het niet zinvol dat Kamerleden alle posten gaan zitten navlooien. Daar zijn de departementale accountantsdiensten en de Algemene Rekenkamer veel beter voor toegerust.

Kamerleden kunnen zich in het algemeen beter richten op de hoofdlijnen van het regeringsbeleid en de doelmatigheid van grote uitgavenposten, met name subsidies. De miljardensubsidies voor de landbouw zijn een hemeltergend voorbeeld van verspilling van belastinggeld. Dit beleid resulteert in produktieoverschotten (boter, graan) en stimuleert tot verpesting van het milieu (mest, bestrijdingsmiddelen).

Ook de subsidies voor het openbaar vervoer (ruim drie miljard gulden) zijn voor een deel misplaatst. Onze onbegrensde bewegingsvrijheid is een groot goed, maar er is niets tegen dat automobilisten en treinreizigers in hun portemonnee voelen dat hun gedrag schadelijk is voor het milieu en leidt tot uitputting van kostelijke fossiele energiedragers. Twijfelachtig zijn ook de meeste motieven voor subsidiëring van het wonen (tien miljard gulden per jaar), behalve het inkomenspolitieke. De uitgaven voor stadsvernieuwing moeten zo snel mogelijk voor de bijl. De ruilverkaveling van onze steden verwoest het sociale milieu net zo grondig als landinrichtingsprojecten het landschap.

Het zou mooi zijn, wanneer bij de behandeling van de begrotingshoofdstukken dit jaar de grote subsidies stuk voor stuk kritisch onder de loep worden genomen, zeker nu al bekend is dat dit ook ambtelijk gaat gebeuren. De kleine doelmatigheid - die is gediend met het aan de kaak stellen van nutteloze Antillentrips - kunnen politici dan met een gerust hart overlaten aan te kritische pers en de overheidsaccountants.