Islamitische immigranten moeten integreren

De leider van de VVD-fractie in de Tweede Kamer, F. Bolkestein, hield op 6 september voor de Liberale Internationale Conferentie in Luzern een redevoering waarin hij inging op de positie van Islamitische immigranten in Nederland en de druk die hun cultuur uitoefent op de Nederlandse. Hieronder volgt het gedeelte van zijn rede dat aan deze problematiek was gewijd.

De onzekere situatie in Oost-Europa vindt haar weerslag in West-Europa. Vooral Duitsland heeft een enorm aantal vluchtelingen uit het Oosten opgenomen. De druk op Nederland van mensen die zich hier willen vestigen neemt ook onverbiddelijk toe.

In de recente stroom nemen mensen uit Marokko en Turkije een belangrijke plaats in. Velen van hen hebben zich in mijn land gevestigd in de jaren zestig, toen er een tekort was aan arbeiders. Deze twee gemeenschappen zijn zich blijven uitbreiden door bevolkingsaanwas en doordat huwelijkspartners uit het land van herkomst zijn overgekomen.

Binnen enkele jaren zal Nederland ongeveer vierhonderdduizend moslims herbergen. Dat is een toevloed die we nooit eerder hebben hoeven opnemen. En daarmee kom ik tot het thema van dit congres. Wat moet het regeringsbeleid zijn ten opzichte van deze mensen, die afkomstig zijn uit een andere cultuur en van wie velen weinig of geen Nederlands spreken?

Onze officiële beleid was altijd: "Integratie zonder vooroordelen ten opzichte van eenieders eigen identiteit'. Nu wordt erkend dat deze leus een beetje te simpel was. Als ieders culturele identiteit ongeschonden mag blijven, zal de integratie daaronder lijden.

En integratie is noodzakelijk omdat de Turkse en Marokkaanse immigranten zich permanent bij ons vestigen. Dit wordt nu door iedereen erkend. Als integratie de officiële beleidslijn is, welke culturele waarden moeten dan overheersen: die van de niet-moslim meerderheid, of die van de moslim-minderheid?

We moeten daarvoor teruggaan naar onze wortels. Liberalisme heeft een aantal fundamentele politieke beginselen voortgebracht zoals: scheiding van kerk en staat, vrijheid van meningsuiting, tolerantie en anti-discriminatie. We houden staande dat deze principes niet alleen geldig zijn voor Europa en Noord-Amerika, maar voor de hele wereld.

Het liberalisme kent aan deze beginselen algemene geldigheid en eenalgemene waarde toe. Hierover zijn geen compromissen of onderhandelingen mogelijk.

In grote delen van de moslim-wereld gelden deze uitgangspunten niet. De islam is niet alleen een religie, het is een manier van leven. Daarmee staat hij haaks op de liberale scheiding van kerk en staat. Veel Islamitische landen kennen nauwelijks vrijheid van meningsuiting. De Salman Rushdie-affaire is misschien een extreem geval, maar maakt wel duidelijk hoezeer wij op dit gebied van elkaar afwijken.

Hetzelfde geldt voor tolerantie en gelijkheid. De manier waarop vrouwen worden behandeld in de islamitische wereld is een vlek op de reputatie van dat grote geloof.

Ik herhaal dat op deze essentiële punten geen compromis mogelijk is. Deze principes hebben geen relatieve waarde maar zijn essentieel.

Een denk-tank van de Nederlandse regering heeft het als volgt onder woorden gebracht: “Zeer belangrijke aspecten van onze Westerse cultuur zoals individuele vrijheid en gelijkheid staan onder druk van een andere cultuur op een manier die soms militant is. In gevallen van confrontatie, waar een compromis in de praktijk niet mogelijk is, blijft er geen andere keuze over dan onze cultuur te verdedigen tegen concurrerende aanspraken”. (WRR 1979).

Maar wie de theorie van culturele relativiteit verwerpt kan tegelijkertijd zeer wel cultureel pluralisme aanvaarden.

In Nederland mag iedereen doen en laten wat hij wil, eten wat hij wil, de kleren dragen die hij wil en het geloof van zijn keuze belijden. Moslim-meisjes mogen een hoofddoek dragen als zij dat willen, zelfs al is die hoofddoek voor veel meer staat dan een hoofdbedekking alleen.

Maar moslim-meisjes in de schoolgaande leeftijd moeten naar school, zelfs al hebben zij de puberteit bereikt. Hier moet de wet weer voorrang hebben boven hun gewoonten.

Dit zijn slechts terloopse opmerkingen over een omvangrijk en ingewikkeld probleem. Onze betrekkingen met deze nieuwe immigranten uit een andere cultuur zullen in de komende jaren een belangrijk onderwerp vormen op de lijst van politieke prioriteiten. Een maximum aan flexibiliteit wordt gevergd van alle partijen. Een pragmatische benadering is noodzakelijk, maar we moeten ook vasthouden aan libarale principes die wezenlijk zijn.