"Goud op laag water' voor geprangde schippers

NIJMEGEN-UTRECHT, 10 SEPT. Langzaam kruipen binnenvaartschepen in een lange ronkende queue door de mist, dicht op elkaar, zoekend naar het diepste deel van de vaargeul, stroomopwaarts door de Waal. Grote duwbakken drijven hoog op de rivier, ze kunnen door de geringe diepgang nog maar de helft van hun normale lading vervoeren.

Kleine rijnaken hebben met deze lage waterstand een voordeel. Want een flinke vracht moet nu in meer, kleinere schepen worden vervoerd. Normaal kan een lading van 2300 ton kolen, erts of grind die in de Rotterdamse haven wordt overgeslagen in een schip met 3,27 meter diepgang naar Duitsland worden gebracht, nu gaan er vier aken met maximaal 900 ton door de Waal. Alle overcapaciteit van schepen wordt ingezet. De schippers zijn overgeschakeld op "laagwatertarieven' waardoor ze (nog) geen inkomsten verliezen. “Goud op laag water” noemen ze dat in de binnenvaart. Op de schippersbeurs in Rotterdam heerst dan ook geen verontrusting, maar deze situatie moet ook niet te lang duren, zeggen de mannen op het water, want ze kunnen de laatste dagen steeds minder vracht aan.

In de kleinere zij-armen van Nederlands rivierennet liggen links en rechts woonboten wanordelijk slagzij op het droge. Kleine vrachtboten wachten machteloos vast in de modder aan strakgespannen trossen op de verlossing van een hoger tij. Op de IJssel in Gelderland en Overijssel moeten de schepen tussen zandbanken door zigzaggen. Als ondiepste punt is hier 1,95 meter, iets meer dan manshoogte, gemeten. Met ingang van vanochtend mogen schepen elkaar niet meer passeren op de IJssel. Rijkswaterstaat zal vanaf morgen schepen die tussen de IJsselkop en het Twentekanaal varen met een diepgang groter dan 1,95 meter, stilleggen.

Het geduld van schippers, boeren en waterbeheerders wordt op de proef gesteld, want de weerprofeten verwachten de komende dagen in Nederland nauwelijks neerslag. “In Duitsland wordt een paar millimeter verwacht, maar die regen haalt de Rijn niet eens, want het grondoppervlak is uitgedroogd. Wat niet direct door de aarde wordt opgenomen, verdampt”, zegt Hans Bakker van het Rijksinstituut voor zoetwaterbeheer en afvalwaterbehandeling in Lelystad.

Gisterochtend werd bij de grootste mond van Nederland, Lobith, een nieuw diepterecord in de Rijnwaterstand bereikt van 7,30 meter boven Normaal Amsterdams Peil. Het vorige record, van december 1989 met 7,43 meter werd zaterdag al gebroken. De komende dagen verwacht Bakker een verdere verlaging met 3 tot 5 centimeter.

Bij de sluis van Weurt bij Nijmegen, tussen het Maas-Waalkanaal, de Waal en de Rijn is de record laagste stand van 4,91 meter boven NAP van 1947 nog niet bereikt. Vanochtend was de stand 5,22 meter en elke dag daalt het niveau met enkele centimeters. “Maar dat peil van 1947 werd in november pas bereikt. We hebben nog nooit zo vroeg dit lage peil gehad”, zegt sluismeester Theo Janssen van Rijkswaterstaat.

Pag 16:

Smalle vaargeul in Waal wordt gevaarlijk

“Als dit zo doorgaat wordt het echt ernstig. Ik houd mijn hart vast als er meer mistdagen komen, want de schepen varen nu zeer dicht op elkaar”, zegt sluismeester Janssen van Rijkswaterstaat. Hij schut nu 250 schepen per dag, tegen 300 bij een normaal peil, omdat veel schippers naar omwegen zoeken om vanuit de Maas Rotterdam te bereiken.

Schipper Leendert Kruijt is met zijn "Spits', een kleine vrachtboot van 265 ton laadvermogen, onderweg van het Duitse Bingen naar Terneuzen, en heeft maar 180 ton raapzaad kunnen laden. “Ik krijg 60 procent laadtoeslag op deze vracht, maar ben er niet zeker van of ik dat morgen nog krijg, dat hangt helemaal van de opdrachtgevers af. Eigenlijk moet je nu meer en sneller varen om aan je brood te komen, maar dat kan niet, het is net een drukke snelweg op het water.”

Via de steeds smaller wordende vaargeulen wordt belangrijk minder zoet water aangevoerd, waardoor de waterkwaliteit sterk verslechtert en sommige gebieden in het anders zo sappige Nederland verdrogen. Op de hoge zandgronden in Overijssel, Drenthe, Noord-Brabant en Limburg hoeft dat niet te verbazen. Vrijwel overal geldt hier een verbod voor landbouwers en veehouders om te sproeien met water uit sloten, vaarten en meren. Het Waterschap Salland moest zondag noodpompen in stelling brengen om de sloten van het minimale te voorzien en op de Waddeneilanden moet aanzienlijk meer grondwater worden opgepompt om het vee op de verschroeide weilanden van drinken te voorzien.

Maar ook in West-Nederland daalt het peil van de binnenwateren op veel plaatsen zienderogen. Als dat lang gaat duren treedt er beschadiging van dijken en oevers op omdat de druk die ze moeten keren wegvalt. Schepen moeten langzaam varen om dat effect niet te bespoedigen.

De Leidse Vaart (tussen Utrecht en Katwijk) is bij De Meern gestremd omdat de Hoogheemraadschappen Rijnland, Delfland en Schieland via deze oude rivier zoet water van het Amsterdam-Rijnkanaal naar hun polders moeten brengen. Delfland, en in het bijzonder de Westlandse tuiners, hebben nu plezier van een extra voorziening die enkele jaren gelden werd aangebracht: een pijpleiding onder de Nieuwe Waterweg door die zorgt voor de aanvoer van 4 kubieke meter zoet water per minuut uit het riviertje De Bernisse op Voorne Putten.

Bij uitzondering wordt West-Nederland nu eens niet door hoge maar door lage waterstanden bedreigd, zegt mr. A.P. van den Berge, dijkgraaf van Delfland. Zijn collega van Schieland heeft al een inlaatluis langs de Hollandsche IJssel moeten sluiten omdat de "zouttong' van het via de Waterweg en de Maas binnendringende zeewater te ver in deze rivier komt. Over enkele dagen kan het zout Gouda bereiken en dat betekent dat ook de inlaatsluis bij Moordrecht moet worden gesloten.

Dan moet ook het schutten van schepen in de sluizen worden beperkt. In het uiterste geval moet volgens de dijkgraaf water van slechtere kwaliteit worden ingelaten. Dan zullen tuinders en boeren zich wel wachten om met oppervlaktewater te sproeien, want dat kan desastreus voor hun gewassen zijn. “We hebben nu nog geluk”, zegt Van den Berge, “de hooioogst is achter de rug en de verdamping is veel lager dan in juli en augustus. In 1976 trad de droogte juist in die maanden op en daalde het peil van de boezem snel en nam de verzilting grote vormen aan.”

Waternood is in Holland vrij uniek. We zijn voor 60 procent afhankelijk van de gletsjerrivier de Rijn, voor 9 procent van de regenrivier de Maas, voor 2 procent van de Schelde en de rest, bijna 30 procent behoort regen te zijn. Onder normale omstandigheden heeft de Rijn een afvoer van 2200 kubieke meter water per seconde, maar nu is dat slechts 842 kubieke meter. Deze maand heeft het nog nauwelijks geregend en in augustus viel er slechts 6 millimeter, tegen de 88 millimeter die augustus gemiddeld geeft.

Gisteren werd in die lage Rijn door de aanhoudende zoutstroom van de Noordfranse kalimijnen een gehalte van bijna 300 microgram chloride gemeten, ruim boven de "alarmgrenswaarde' van 250 microgram. Voor de drinkwatervoorziening levert dat nog geen problemen op. Volgens dr.ir. J.A. Schellart, Hoofd waterkwaliteitsbeheer van het gemeentelijk drinkwaterbedrijf in Amsterdam wordt er onder deze omstandigheden grondwater bij het water uit de Rijn en de Maas bijgemengd, om het zoutgehalte te verlagen. Schellarts bedrijf geeft 1,2 miljoen mensen te drinken en heeft, om moeilijke tijden door te komen een "theoretische reserve' in de spaarbekkens voor twee tot drie maanden. Bij zowel het inlaatpunt voor Amsterdam aan het Lekkanaal bij Nieuwegein als in de bassins in de duinen bij Heemstede kan fris grondwater worden bijgemengd. Door filtering en bewerking wordt het water gezuiverd van schadelijke stoffen die zowel in de Rijn als de Maas voorkomen.