Domela-zaal

Zou men Domela Nieuwenhuis inderdaad onrecht aandoen als zijn naam niet alsnog op één of andere manier in het nieuwe gebouw van de Tweede Kamer wordt vereeuwigd? Het desbetreffende pleidooi van H.A. van Wijnen in diens column van 7 september heb ik met belangstelling en grotendeels met instemming gelezen, maar ik vraag mij af of Domela Nieuwenhuis het zelf prettig zou hebben gevonden als zijn naam werd vereeuwigd in het centrum van het parlementarisme, waartegen hij zulke ernstige bezwaren had. “Mijn verblijf in de Kamer heeft mijn afkeer van het parlementarisme verscherpt”, schreef hijzelf in zijn gedenkschriften "Van Christen tot Anarchist'.

Tegen de verering die hem de beurt viel heeft Nieuwenhuis meermalen stelling genomen, ofschoon iemand die hem van nabij meemaakte, A. de Jong, niet de indruk kreeg dat deze verering hem onaangenaam was.

Over het werk van Domela Nieuwenhuis als Kamerlid (1888 - 1891) lopen de meningen uiteen. Politieke tegenstanders als Troelstra en Schaper noemden zijn optreden indertijd een “fiasco”. Daarentegen zijn anderen wel tot positieve conclusies gekomen. “Nieuwenhuis heeft zijn taak als volksvertegenwoordiger zeer ernstig opgevat. Hij gaf blijk zich bij alle kwesties goed te hebben ingewerkt”, aldus bijvoorbeeld de historica S. Vetter-Samuels in een onderzoek naar de parlementaire arbeid van de grote anti-parlementarist.