Commissie wil subsidies aan partijen beperken

DEN HAAG, 10 SEPT. De overheid moet politieke partijen in de toekomst rechtstreeks subsidies verlenen onder de voorwaarde dat deze aan specifieke activiteiten worden besteed. De partijen moeten de vrijheid hebben om de organisatie van deze activiteiten zelf te bepalen. Dit vindt een commissie onder leiding van de Leidse hoogleraar J. Th. J. van den Berg in een advies dat werd opgesteld op verzoek van de minister van binnenlandse zaken.

Volgens de commissie moet het niveau van de huidige financiering aan partijen “niet substantieel toenemen”. De partijen ontvingen in 1989 nog 5,5 miljoen, in 1990 7,4 miljoen en dit jaar 9,2 miljoen. De toename is onder andere het gevolg van speciale steun aan partijen voor de activiteiten in Midden- en Oost-Europa. De commissie is van mening dat alle giften boven de ƒ 50.000 van rechtspersonen, zoals bedrijven, openbaar moeten worden gemaakt op straffe van stopzetting van de overheidssteun aan de betreffende partij.

Politieke partijen die zijn vertegenwoordigd in de Tweede Kamer krijgen op het ogenblik financiële steun van de overheid voor instellingen die aan de partij zijn gebonden zoals de wetenschappelijke bureaus en de jongerenorganisaties. De commissie pleit ervoor de indirecte doeluitkering voor het wetenschappelijk werk te handhaven op het huidige niveau en die voor het jongerenwerk enigzins te verminderen vanwege de “excessieve stijging in 1991”. De leden van de commissie wijzen een algemene directe overheidssubsidie aan partijen af, maar zij bepleiten wel een “brede doeluitkering voor vastgestelde activiteiten”. De commissie wist geen eensgezindheid te bereiken over de vraag hoe het geld bij de partijen terecht moet komen. Een deel vindt dat “de brede doeluitkering” direct moet worden uitgekeerd aan de partijorganisatie, een ander deel is van mening dat dit moet gebeuren via verwante, afzonderlijke stichtingen.

Volgens de commissie behoren het vormingswerk, politieke scholing voor kader, informatievoorziening aan partijleden en het onderhouden van contacten met de zusterpartijen tot de activiteiten die zich lenen voor directe subsidiëring. Subsidie voor ondersteuning van zusterpartijen wijst de commissie in principe af, evenals overheidssteun voor partijpers. De commissie wil de zendtijd voor politieke partijen handhaven en doet het verzoek om de programma's op gunstigere tijdstippen uit te zenden.