CDA-fractie tegen soepeler naturalisatie

DEN HAAG, 10 SEPT. Minister Dales (binnenlandse zaken) en staatssecretaris Kosto (justitie) zijn gisteren in conflict gekomen met de CDA-fractie in de Tweede Kamer over een versoepeling van het naturalisatiebeleid voor legaal in Nederland verblijvende minderheden.

Het CDA is met de VVD van mening dat de regering niet vooruit moet lopen op een wetswijziging waarin de eis afstand te doen van de oorspronkelijke nationaliteit komt te vervallen. Volgens Kosto haalt de CDA-fractie met deze opstelling een van de pijlers van het minderhedenbeleid onderuit.

Minister Dales ontraadde als coördinerend minister de stellingname van een meerderheid van de Kamer met klem. “Dan ontstaat een totaal nieuwe situatie en is kabinetsberaad noodzakelijk”, aldus de minister. Het beleid komt daarmee jaren achterop, zo voegde zij daar nog aan toe.

De huidige wetgeving kent al een uitzonderingsregel ("billijkheidsregel') op de algemene eis dat de oorspronkelijke nationaliteit moet worden opgegeven. Grieken en Marokkanen kunnen bijvoorbeeld hun nationaliteit niet opgeven; dat wordt hen bij de Grondwet van hun land verboden. Turken, die in aanmerking komen voor een erfenis waarbij onroerend goed is betrokken, kunnen daarvoor alleen in aanmerking komen als zij de Turkse nationaliteit hebben.

Kosto wil de uitzonderingsregel nu uitbreiden tot “emotionele bezwaren”. Als iemand bezwaren van emotionele aard heeft om zijn eigen nationaliteit op te geven, kan wat het kabinet betreft de afstandseis komen te vervallen. In de praktijk betekent dat dat de eis afstand te doen van de eigen nationaliteit volledig komt te vervallen, zo gaf Kosto toe. De regering wil met deze versoepeling bereiken dat de al lang legaal in Nederland verblijvende minderheden sneller tot naturalisatie overgaan en hoopt daarmee tevens het integratieproces te versnellen.

Het Tweede-Kamerlid Soutendijk (CDA) maakte duidelijk dat deze stap van het kabinet voor haar fractie te groot is. Zij wil, evenals VVD-woordvoerder Wiebenga, eerst een onderzoek afwachten naar de motivatie onder minderheden om de Nederlandse nationaliteit aan te vragen. De discussie over het al dan niet handhaven van de afstandseis zou vervolgens het best tot zijn recht kunnen komen tijdens de behandeling van de nu in voorbereiding zijnde wetgeving om de eis af te schaffen. Om te voorkomen dat het kabinet al “morgen” met deze forse versoepeling van beleid zou komen, diende Wiebenga een motie in, die naar het zich laat aanzien de steun van het CDA en de kleine christelijke partijen zal krijgen.

Zowel Dales als Kosto deed daarom een dringend beroep op Soutendijk om zich nog eens in CDA-kring te beraden over haar opstelling. De woordvoerders van Groen Links, PvdA en D66 noemden de opstelling van het CDA onbegrijpelijk en teleurstellend.