Bobo's houden vrouwenwielrennen klein

AMERSFOORT, 10 SEPT. Monique Knol voelt zich onbegrepen, miskend, in de wielen gereden. Om het monopolie van de nationale vrouwenploeg te doorbreken, om het vrouwenwielrennen verder tot ontwikkeling te brengen, is ze dit seizoen met een eigen vrouwenteam begonnen. Dat betekent revolutie in het vrouwenfietsen. Dat betekent ook stugge weerstand van de wielerbonzen. Monique Knol, bijna moegestreden: “Als je de nek uitsteekt, slaan ze je kop eraf.”

In Nederland is er geen wielrenster die aan haar erelijst kan tippen. Olympisch kampioene op de weg in Seoul. Wereldkampioene bij de ploegentijdrit vorig jaar in Tokio. Zilveren medaille-winnares vorige maand in Stuttgart op hetzelfde onderdeel. Dit jaar alleen al was ze goed voor 22 overwinningen. Of waren het er 23? Ergens onderweg is ze de tel kwijt geraakt.

Diezelfde Monique Knol zit thuis in haar Amersfoortse rijtjeshuis, terwijl de nationale vrouwenploeg de Ronde van de EG rijdt, de belangrijkste etappekoers van het jaar bij de vrouwen. Elke morgen slaat ze eerst de sportpagina van de krant op om te zien wie de laatste rit heeft gewonnen. Dan heeft ze vaak de pest in. Dan denkt ze: daar had ik ook als eerste over de streep kunnen gaan.

In de krant had ze ook moeten lezen dat bondscoach Piet Hoekstra haar niet voor de Ronde van de EG had uitverkoren. Niet echt een verrassing, want Hoekstra had haar ook al gepasseerd voor het WK op de weg in Stuttgart. Maar Knol vindt beide besluiten nog altijd onrechtvaardig. Ook onterecht.

Hoekstra wil alleen maar “magere meiden die kunnen klimmen”, heeft hij bij herhaling laten weten. Alsof Monique Knol moddervet is. Alsof ze halverwege de heuvels blijft steken. Achtenvijftig kilo weegt ze en ze is naar dokter gegaan om te vragen hoeveel daar af zou kunnen. Hoogstens één tot anderhalve kilo, had de dokter verzekerd. Anders zou het gewichtsverlies ten koste gaan van haar spierweefsel. Daar heeft ze zich bij neer te leggen, het is een kwestie van lichaamsconstructie: zo mager als haar aartsrivale Leontien van Moorsel, de nieuwe wereldkampioene op de weg, wordt ze nooit.

Hoeft ze ook niet te worden, want haar bouw heeft weer andere voordelen. In de sprint is ze niet te kloppen. Op macht kan ze ook als een van de beste de heuvels omhoog, vindt ze zelf. Als de beklimmingen maar niet langer zijn dan 1, 2 kilometer. Alleen in de bergen komt ze net iets tekort.

De 27-jarige Knol geeft onmiddellijk toe dat ze op het WK-parcours in Stuttgart minder kans op de eindzege had gehad dan Van Moorsel, de klimster bij uitstek. Maar volgens haar ploegleider en huisgenoot Wim Kruis had ze in Duitsland wel derde kunnen worden. En in de Ronde van de EG had ze 'e'en of meer etappes gewonnen, weet ze zeker. Haar boodschap: Knol had erbij moeten zijn.

Maar ze heeft het gewaagd om in opstand te komen tegen de gevestigde orde. Ze heeft de aanzet gegeven tot een professionalisering van het vrouwenfietsen, tot een gelijke behandeling van het wielrennen bij de vrouwen en de mannen. En daarvoor moet ze boeten. “Dat wordt onmiddellijk afgestraft.”

Volgens Knol wordt het vrouwenfietsen doelbewust klein gehouden door de bobo's van de Koninklijke Nederlandse Wielren Unie en van de FIAC, de internationale amateurorganisatie. Zij houden krampachtig vast aan de bepaling, dat alleen landenploegen aan grote internationale koersen mogen meedoen. Het gevolg is, zegt Knol, dat de ontwikkeling van de sport geblokkeerd wordt. Want zo'n nationale selectie bestaat maar uit zes vrouwen. Dat betekent dus dat al die andere goeie rensters geen internationale ervaring kunnen opdoen. Dat houdt ook in dat het sponsoren van een vrouwenwielerploeg veel minder interessant wordt. Vrouwen zouden eens hun beroep kunnen maken van de wielersport.

Monique Knol is niet de eerste die probeert om het vrouwenfietsen op hetzelfde plan te brengen als bij de mannen. Jeannie Longo, meervoudig winnares van de Tour Féminin, heeft in Frankrijk de aanval geopend. Inga Thompson, bij het laatste WK op de weg tweede achter Van Moorsel, heeft in de Verenigde Staten een poging gedaan. Thompson had zelfs al toestemming om mee te doen aan de Ronde van de EG met haar profploeg die door 7-Eleven werd gesponsord. Dat zou een doorbraak hebben betekend. Maar de Amerikaanse wielerunie voorkwam die revolutie met een veto. 7-Eleven haakte af als sponsor. De rensters kwamen op straat kwamen staan.

Dit jaar heeft de organisatie van de Ronde van de EG niet opnieuw haar vingers durven branden. De ploeg die Monique Knol dit jaar om zich heen heeft verzameld, werd formeel het meedoen geweigerd. Ook de suggestie van ploegleider Wim Kruis om het team als Holland-B te laten meedoen, werd door de KNWU niet opgepakt. En tot overmaat van ramp heeft de FIAC op haar laatste congres in Stuttgart de regels weer niet aangepast, terwijl Monique Knol daar vast op had gerekend.

Ze wordt moedeloos van het “conservatisme in die mannenwereld”. Ze wordt ook “heel erg moe van al dat knokken”. “Je kunt niet jaar in jaar uit blijven opboksen tegen al die onwil. Op een gegeven moment is het genoeg geweest. Dan kun je niet meer.”

Wat haar nog het meeste steekt, is dat ze door collega-rensters, met name uit de nationale selectie, wordt afgeschilderd als querulante, als lastige tante. “Ik doe het toch ook voor hen, verdorie. Kunnen ze dat niet begrijpen? Of zijn ze soms jaloers?” Over Van Moorsel, die niet alleen in lijfsbouw maar ook in karakter haar tegenpool is: “Ze kijkt niet verder dan haar neus.”

Tegenwicht voor alle onbegrip, tegenwerking en frustratie vormt de eendracht in haar “ploeg van vriendinnen”. Een ploeg die met 400.000 gulden wordt gesponsord door Jamin en die bestaat uit twaalf vrouwen van vier nationaliteiten onder wie Inga Thompson en Monique de Bruin. Dit seizoen boekte de formatie al meer dan vijftig zeges. “We verdelen ze gewoon.” Net zoals ze de inkomsten eerlijk spreiden.

Het plezier in de ploeg en het uitzicht op de Olympische Spelen houden Knols strijdlust voorlopig nog op peil. Maar daar kan heel abrupt een eind aan komen. Jamin heeft een optie van twee jaar op de ploeg en Monique Knol gaat er vanuit dat het bedrijf in elk geval nog een jaar met sponsoring zal doorgaan. Deze maand valt de beslissing. “Als ze afhaken, weet ik het ook niet meer.”

Ook haar deelname aan de Olympische Spelen is nog altijd niet zeker. Hoewel ze vindt dat de Wielren Unie niet om haar heen kan. Nota bene de Olympisch kampioene van vier jaar geleden. En het parcours is als geknipt voor haar. Als ze desondanks geweerd zou worden, dan zou ze dat “belachelijk” vinden. Maar voor de pre-olympische spelen die eind deze maand worden gehouden, hebben ze haar ook al niet gevraagd.

Ze heeft met bondscoach Piet Hoekstra afgesproken dat ze samen in oktober rond de tafel gaan zitten. “Twee koppige mensen bij elkaar”, zegt Knol zelf. “Als we eenmaal aan de praat zijn, dan loopt het verder wel.” Misschien dat ze het dan samen eens kunnen worden. Maar dat betekent wel dat ze haar programma zal moeten aanpassen aan de nationale selectie, weet ze al tevoren. Aanpassen, ambitieuze vrouwen in de wielersport hebben kennelijk nog altijd geen andere keus.