Afscheid

Mijn vriendin, met een functie in de sub-top van de Nijmeegse Universiteit, had haast: ze moest naar een party ter gelegenheid van het afscheid van de voorzitter van het bestuur van die universiteit. Ik vond zo'n party wel gepast. Dat een honderdtal mensen bijeen zou komen om afscheid te nemen van een naar het schijnt bekwame bestuurder - daar kon ik inkomen. Maar ik dacht er te eenvoudig over. De party markeerde, werd me voorgehouden, slechts het begin van een onafzienbare reeks festiviteiten: academische zittingen, feestelijke afscheidsvergaderingen, en dan, in september, een apotheose met een mis opgedragen door bisschop Simonis en een massale bijeenkomst in de schouwburg, met zo'n 1.400 mensen, een bijeenkomst die zich zou gaan uitstrekken van de vroege middag tot in de nachtelijke uren. Mijn vriendin, een gedreven werker, zou er, had ze met enige spijt berekend, al met al zo'n drie tot vier werkdagen mee verspelen, maar kon er in haar functie niet onderuit. Een enkele rekensom leerde dat het aantal aan de festiviteiten te spenderen arbeidsuren van de universitaire kader-functionarissen de 13.000 zou naderen.

Is dat redelijk, vroeg ik haar. Nu ja, zei ze, met een lichte aarzeling, het gaat hier per slot van rekening toch om een uiterst bekwame bestuurder. Hij heeft, met zijn goede contacten in Den Haag, deze universiteit kunnen behoeden voor bepaalde bezuinigingen. Hij heeft de grondslag gelegd voor samenwerking met de hogescholen in de regio, met vaste hand studierichtingen geliquideerd maar andere omhooggestuwd, de mogelijkheden geschapen voor bloeiende para-universitaire instellingen, kortom alles gedaan wat een goede universitaire manager in dit tijdsgewricht geacht wordt te doen. En ook de bestuursvoorzitter van de Leidse universiteit had zich immers onlangs bij diens afscheid een volle week in het zonnetje laten zetten door de academische gemeenschap?

Is dat redelijk, vraag ik u. Een universiteit heeft recht op een bekwame topbestuurder, en de Nijmeegse universiteit beschikte, naar men mij verzekert, in de betrokkene over zo iemand. Een bekwame bestuursvoorzitter is zijn aanzienlijke salaris voor zijn universiteit alleszins waard als hij de schade van het bezuinigingsbeleid binnen de perken weet te houden, bakens verzet, nieuwe markten opspoort, en dergelijke. Hij doet dan zijn werk goed, en dat zou als normaal moeten gelden. Als abnormaal zou moeten gelden dat een bestuursvoorzitter zijn werk niet goed zou doen. Hij is dan zijn salaris niet waard, en hopelijk zijn er dan mechanismen die zorgen voor zijn verwijdering.

Ik heb niets tegen de betrokkene. Ik ken de man niet. Ik ben er zonder meer van overtuigd dat hij bekwaam is. Maar dat hoort in die functie zo, zoals de burgemeester zijn portefeuille verstandig hoort te beheren, een Philips-manager deugdelijk hoort te managen en een hoogleraar goed onderwijs en onderzoek hoort te produceren. So what? Wat wordt hier nu eigenlijk met die 13.000 arbeidsuren gevierd? Dat iemand heeft gedaan waarvoor hij is aangesteld?