Afrika vraagt steun van Westen bij democratisering

PARIJS, 10 SEPT. “De noodzaak de bestuurlijke kwaliteit te verbeteren ziet Afrika zelf ook wel in, maar geef ons dan de werktuigen om met succes ons staatsapparaat te kunnen ombuigen. Minder bureaucratie, minder grote legers en minder bewapening, meer democratisering en beter opgeleide bestuurders zijn ook onze idealen.”

Dat zei de Ghanese minister van financiën, Kwesi Botchwey, gisteren aan het eind van de eerste dag van de bijeenkomst van "Global Action for Africa' (GCA) in Parijs. GCA is een denktank van Afrikaanse politieke leiders en vertegenwoordigers van internationale hulporganisaties en donorlanden. Vorig jaar zomer kwamen ze voor het eerst in Maastricht bijeen.

Botchwey verwijt het Westen alleen maar oog te hebben voor een democratie zoals Europa of Amerika die kent. Maar Afrika heeft al eeuwenlang democratische tradities, zo zei hij, en die moeten nu weer ten dienste worden gesteld van de ontwikkeling van het continent. “Wij weten heel goed dat democratie niet een moreel of technisch middel is. Het gaat gewoon om politieke macht. Als je die macht via het volk organiseert is zij legitiem en komt zij ook aan het volk ten goede”, aldus Botchwey. “Ontwikkeling kan geen succes worden als de bevolking er niet meer bij betrokken is. Wij hebben dat al die jaren droevig ervaren.”

Bijeenkomsten van "Global Action for Africa' hebben als voordeel dat er vrijuit kan worden gesproken zonder dat de Afrikaanse ministers zich meteen aangevallen voelen of zich alleen uiten in vooraf overeengekomen verklaringen. Global Action moet een podium blijven om vertrouwelijk over ontwikkelingsvraagstukken te kunnen praten en, zoals minister Pronk het noemt, “elkaar aan te jagen”.

Pronk deelt allerminst de vrees van een aantal landen dat het werk van de Verenigde Naties wordt doorkruist door dit initiatief. Bij het VN-programma voor Afrika gaat het voornamelijk over het beter coördineren van de acties van verschillende VN-organisaties als FAO, Unicef, UNDP. Hier in Parijs worden geen grote woorden gesproken en geen grote beloften gedaan.

Veel Afrikaanse landen maken zich zorgen dat de aandacht van de Verenigde Staten en van Europa meer en meer naar Oost-Europa zal gaan. Daarnaast is er een voorkeur van donorlanden voor hulp aan Azië omdat op dat continent snelle resultaten worden geboekt. Op die manier zakt Afrika, waar 13 miljoen inwoners honger lijden en ondank veertig jaar hulpverlening het lot van de bevolking alleen maar is verslechterd, steeds verder af. Ieder jaar moet het continent 23 miljard dollar betalen op een totale schuld van 270 miljard dollar.

VN-secretaris-generaal Perez de Cuellar hield maandag in Parijs opnieuw een pleidooi om de schulden aan Afrika kwijt te schelden zodat de regeringen geld kunnen investeren en zo economische groei genereren. “Hoe kunnen wij de verlangens van de donoren nakomen om zelf meer te investeren in eigen land als we steeds meer moeten betalen voor de importen uit het Westen die we nodig hebben. Onze grondstoffen en produkten gaan steeds voor een lagere prijs het land uit en we krijgen er steeds minder voor terug”, zegt een Nigeriaanse afgevaardigde.

“Het is prachtig hier te pleiten voor een beter bestuur, voor orde op zaken, dat is ook hard nodig. Maar op een dag dat de Sovjet-minister van buitenlandse zaken Pankin 100 miljard dollar van het Westen vraagt voor de wederopbouw van zijn land en waarschijnlijk daarvoor een gewillig oor vindt, worden wij Afrikanen wat meer sceptisch. Wie kent ons dan nog?”