Wedstrijd "Prachtig plat Haags praten'; Kèk, daar hebbie d'r weer zo een

Vanaf een zeepkist op het Haagse Plein richt Frits van Antwerpen zich vol overgave tot zijn publiek: “Ik wâh het er over hèbbe, dat als wè Hageneze èrgens komme dat de mènse dan meteen zegge "daar hebbie d'r weer zo een, die praat plat, die neemp de boel in de maling'.” Met zijn hartekreet, maar vooral met de manier waarop hij hem uitsprak, won de "ègge ondernemer eùt Beseùdehât' zaterdag de hoofdprijs in de wedstrijd "prachtig plat Haags praten', georganiseerd door de uitgeverij Bzztôh ter ere van de achtste druk van het boekje Kèk mè nâh.

De Haagse platpraters trokken een enthousiaste menigte belangstellenden. Zelfs Limburgers waren speciaal voor het festijn naar de hofstad gekomen “omdat het Haagse dialect bij Jacobse en Van Es (alias Van Kooten en de Bie) zo grappig klinkt”. De toehoorders om de zeepkist leveren vurig commentaar.

Veel succes oogst Willem Heimans, een boom van een man, die voor de vuist weg sterke verhalen opdist. “Zit ik in de kroeg, kom er een gozer binnè, die maak een driedubbele flikflak en landt pardoes op de barkruk. Zèg de kastelèn: Krèg nâh wat.” Als een ratelende kookwekker aangeeft dat zijn drie minuten spreektijd om zijn, zegt hij teleurgesteld: “Maar ik begon nâh pas te beginne.”

Plat Haags onderscheidt zich vooral qua klank van het standaard Nederlands. Karakteristiek is de afwijkende uitspraak van tweeklanken. Hagenaars spreken de "ui' uit als de "eu' in "freule', de "ij' als een "è' en de "ou' veranderen zij in een nassale "â'. De Haagse schraap-"r' klinkt als een "g': "erwtensoep' wordt "echtesoep'. Er zijn maar weinig typisch Haagse woorden, als "asman' voor "vuilnisman' of "pierewaaien': naar Scheveningen gaan.

Onder het publiek op het Plein bevindt zich ook de lingust Michael Elias. Hij heeft onderzocht of, zoals Hagenaars zelf geloven, "het èchte âwe Haags er eùt gaat'. Uit zijn onderzoek blijkt dat het stadsdialect juist erg veel wordt gesproken. Elias: “Wel zie je dat bepaalde klanken veranderen. Zo wordt de "ij', die Hagenaars uitspreken als "è', door jongeren vervangen door "ai'.

Hagenaars schamen zich ervoor publiekelijk plat te praten, weet Elias. Plat Haags geldt als de taal van de Schilderswijk en heeft een laag prestige. Hij is daarom niet verbaasd dat slechts tien deelnemers zich inschreven voor de wedstrijd van wie er bovendien vier niet zijn komen opdagen.

Juryvoorzitter Dolf Brouwers is een duidelijk voorbeeld van een Hagenaar die niet houdt van zijn "ègge' taal. Hoewel geboren in de Schilderswijk, heeft hij nooit Haags willen leren. Maar na het horen van de Haagse praatjes op het Plèn, heeft hij daar toch wel "spèt' van.

Slechts één vrouwelijke platprater beklimt de zeepkist, Mirjam van der Eijk, die voorleest uit eigen werk. Haar voordracht, doorspekt met vloeken en vreselijke ziektes als "cholera' en "vinketering', lokt verontwaardigde reacties uit. “Bè mè hoef dat nie, dat plat Haags kankere”, zegt een jonge moeder. Driftig duwt zij haar kinderwagen de menigte uit.

“Die vrouw heeft gelijk”, reageert Elias onmiddellijk. “Je hebt het plat Haags van de sterke verhalen en je hebt het platte kankerhaags, van het vloeken en de intimidatie. Dat zij haar kinderen daarvan wil vrijwaren, lijkt me te begrijpen.” Tekenend is dat Hagenaars zelf, gevraagd naar echte Haagse woorden, direct scheldwoorden als "kolerelèër' opsommen, die helemaal niet typisch Haags zijn.

Ad van Galen, een van de juryleden, heeft vergelijkend onderzoek gedaan naar stadsdialecten. Hij kwam tot de conclusie dat een Amsterdammer zijn taal omschrijft als "leuk en gezellig' maar dat een Hagenaar die plat Haags hoort meteen "denkt bè ze ègge: waar komt dat zootje nâh vandaan?' Van Galen: “ondanks die openlijke afkeuring geniet plat Haags toch een zeker verborgen prestige bij Hagenezen. Het wordt geassocieerd met een jongens-onder-elkaar gevoel.”

Daarom ook is juist de toespraak van prijswinnaar Frits van Antwerpen zo treffend. Zelf prachtig platpratend rekent hij af met het vooroordeel van kakkineuze Haegenaers die denken dat iemand die plat praat niet deugt. De welbespraakte "ègge ondernemer' ziet zijn zege beloond met een blik Haagse hopjes, een Haagse bluffer (een koek) en een Haags Jantje (een beeldje).

Op het podium zegt hij nog eens in onversneden Haags waar het op staat: “'t Is om te heùle dat de mènse je d'r op an kèke as je plat praat. Een ander die gaat mooie verhalen lope vertelle van "ja mevrâhtsje, nee mevrâhtsje' en zo wor je dus jeùs voor de dubbele près in de maling genome. Daarom zeg ik: laten wè die gleùpers ook es met andere oge gaan bekèke.”