Vertrouwen in de anti-politicus

Niemand hoeft me uit te leggen dat politiek vooral de kunst van het improviseren is. Zelden of nooit gaat het om een keuze tussen concurrerende strategieën of grootse visioenen. Maar wat er nu in de PvdA gebeurt, is wel een zeldzame opeenstapeling van improvisaties die telkens heel zuiver in hun tegendeel verkeren. Nadat de koppeling tussen lonen en uitkeringen volstrekt ten onrechte tot een "symbool van beschaving' is verklaard, kost het nu bovenmenselijk veel moeite om deze zelfgeschapen totem weer uit de weg te ruimen. Na alle herosche taal over de onaantastbaarheid van de WAO is de terugtocht die volgde wel heel pijnlijk, ook al kan het eindresultaat er best mee door.

Het dreigende uiteenvallen van de PvdA is de vrucht van een uitgestelde hervorming, waarvoor Kok slechts een beperkte verantwoordelijkheid draagt. Veel te lang is gewacht met nadenken over wat de sociaal-democratie nog in haar volharding motiveert, nu veel van de traditionele doelstellingen zijn verwezenlijkt. Wat is de toegevoegde waarde van de PvdA nog? De verscheurdheid van Kok is natuurlijk meer een symptoom van deze onbestemde plaats van zijn partij, dan dat hij daar de oorzaak van zou zijn.

Kok heeft de ramen geopend en was onmiddellijk bevangen door het uitzicht. Wat zich achter zijn rug binnenkamers afspeelde interesseerde hem niet echt. Daarin ligt zijn kracht en zwakte tegelijk. Kok is wars van alle machtspolitiek, klein of groot, en dat voel je op een grote afstand. Maar tegelijk kan men een partij niet leiden vanuit een zuiver en soeverein isolement. Af en toe moet er gebeld worden, moet aan mensen het gevoel worden gegeven dat ze er ook bijhoren, moet steun worden georganiseerd, kortom, het treurige ambacht van de politiek. Daar stuit de afstandelijke anti-politicus op zijn grenzen.

Voor iedereen was duidelijk dat er een kloof groeide tussen het beeld dat de PvdA van zichzelf aan de buitenwereld toonde en de gemoedsrust van vele leden. Kok dacht: als we maar regeren dan verandert de partij wel mee. Via een beroep op de kiezers wilde hij de blokkades in de PvdA omzeilen. Hij heeft nooit de eigenaardige weerstand in zijn partij ten volle begrepen. Dat is een misrekening geweest, waarop velen hem al in een vroeg stadium hebben gewezen.

Door zijn desinteresse in de versteende partijcultuur heeft Kok degenen die voor ingrijpende hervormingen ijverden teleurgesteld en vervolgens heeft hij te laat de nostalgische vleugel in zijn partij over zijn werkelijke bedoelingen ingelicht. Het is een verhaal van het langzaam verdwijnende midden. Daar moet wel aan worden toegevoegd dat al die zelfverklaarde hervormers ook te weinig in staat zijn gebleken om met substantiële inzichten op de proppen te komen. De eeuwig herhaalde afrekening met Nieuw Links, dat wel tien keer met veel enthousiasme in zijn graf is vermoord, heeft veel van de energie weggenomen die aan de dag van morgen had kunnen worden gewijd.

De urgentie van de problemen waar de PvdA mee kampte, zag Kok wel bij zijn aantreden in 1986. Meermalen zei hij in de commissie die het rapport Bewogen Beweging maakte dat het bestaansrecht van een sociaal-democratische partij voor hem geen gegeven was. Hij getuigde van een onbevangen, onthechte houding die men zelden in Haagse kringen tegenkomt. Afrekenen met het recente verleden door te gaan regeren, daarvan was en is hij nog steeds overtuigd. Maar ook zijn oriëntatiepunt ligt in het verleden, zij het een succesvoller verleden.

Koks voorbeeld is Drees: een sobere wethouder van Nederland wil hij zijn. Helaas, de jaren negentig zijn de jaren vijftig niet. De moraal van de wederopbouw en het sociaal-democratische paternalisme beklijven niet meer.

Je zou Kok zo graag in bescherming willen nemen, want hoed je voor degenen die achter hem staan te dringen. Niemand hoeft me uit te leggen dat partijpolitiek de minder aangename kanten van mensen naarboven haalt. Maar wat we de komende weken en maanden zullen zien, is niet verheffend. De verslagenen van weleer - André van der Louw en de zijnen - komen met bebloede koppen weer uit hun holen. En al zeggen ze te worden gedreven door het maatschappelijk onrecht, wat hen werkelijk voortdrijft is het onrecht dat henzelf is aangedaan. Rancune is een machtige drijfveer in de politiek, helaas komt er zelden iets goeds uit voort.

Temidden van dit alles is Kok een oase van aan naïviteit grenzende oprechtheid. Zoals hij daar gisteren in het Capitool zat, zijn voeten gehaakt achter de stoelpoten, verdient Kok alle vertrouwen van de wereld. Als hij zijn lot nu niet alleen zou verbinden aan het WAO-voorstel, maar aan een enigszins wervend idee over de toekomst van hervormingsgezinde politiek in Nederland, zou het zoveel gemakkelijker zijn om Kok tegen zijn belagers te verdedigen. Je zou willen dat je geloofde dat het er ooit nog van komt. Waarom slaat hij niet vaker van zich af en gooit al die ellendige dossiers in een hoek?

Het voornaamste kapitaal van Kok in deze dagen is dat niemand hem ervan zal beschuldigen aan zijn baan als minister te hangen. Na zoveel onhandig gedraai zou elke andere politicus in Nederland allang zijn veroordeeld als ordinaire regent. Niet Wim Kok, iedereen voelt dat hij liever drie maal tegen dezelfde muur oploopt dan eenmaal zijn hoofd te laten hangen. Je zag Stekelenburg bedeesd en met lichte jaloezie naar de tragische heldenrol van Kok kijken. Dat zou hij ook wel willen, maar tot nog toe is het er niet van gekomen.

Ondanks al het voorbehoud verdient de anti-politicus Kok vertrouwen. Maar wat zal er in de hoofden van de gedelegeerden op het PvdA-congres omgaan als ze straks voor hun geplaagde voorganger stemmen. Hoevelen zullen "ja' zeggen en "nee' blijven denken? Hoevelen zullen op Kok stemmen en tegelijk overtuigd zijn dat de arbeidsongeschikten onrechtvaardig worden bejegend? Te vrezen valt: een meerderheid van de meerderheid. Als er niet op de valreep een akkoord met de vakbeweging tot stand komt, is de kans is groot dat Kok zal worden opgezadeld met een vertrouwensvotum dat van alle kanten stinkt. Hoe de stemming ook uitpakt, wat dan blijft is een innerlijk verdeelde en ontwortelde partij.

Kan uit deze crisis nog iets geboren worden dat de moeite waard is? Misschien, als Kok en de zijnen doordrongen raken van een eenvoudige waarheid die inmiddels velen voor in de mond ligt. De PvdA heeft zichzelf in haar huidige vorm overleefd, niet omdat ze gefaald heeft, maar juist omdat ze heel succesvol is geweest. De problemen van vandaag hebben niet zozeer met de uitwassen van het kapitalisme te maken, maar eerder met de uitwassen van het verbond tussen kapitaal en arbeid (uitputting van het milieu, explosie van de WAO).

De sociaal-democraten moeten dezelfde - mede door weglopende kiezers gemotiveerde - moed opbrengen als de KVP destijds. Denkt men werkelijk dat de voltooiing van de katholieke emancipatie voor de KVP minder traumatisch was dan de goeddeels voltooide emancipatie van de arbeidersklasse voor de PvdA nu? Waarom komen partijen als de PvdA, D66 en wellicht Groen Links niet tot dezelfde, tergend voor de hand liggende slotsom en vormen een ontzuilde hervormingspartij? Zo'n keuze zou een vertrouwensvotum waard zijn.