Turks leger zou denken aan actie tegen PKK in Libanon

ATHENE, 9 SEPT. De Turkse legerleiding is, naar het dagblad Cumhuriyet uit die kringen heeft vernomen, ernstig ongerust over de toestand in het zuidoosten van het land. De staatsmacht zou daar worden geridiculiseerd door het optreden en de initiatieven van de PKK, de Arbeiderspartij Koerdistan, die sinds 1984 met toenemend succes een guerrillastrijd voert tegen het Turkse gezag. Het opperbevel zou daarom zelfs denken aan een aanval op het hoofdkwartier van de PKK in Libanon.

De guerrilla is in een fase getreden waarin de PKK naar binnen en naar buiten de indruk wil wekken dat ze de controle over het gebied in handen heeft. Buitenlanders die het willen bezoeken, zo heeft PKK-leider Abdullah Öcalan onlangs in een vraaggesprek bekendgemaakt, moeten voortaan vooraf een visum aanvragen bij een der PKK-kantoren buiten Turkije, willen zij hun veiligheid tijdens het verblijf garanderen. Om deze eis kracht bij te zetten, waren kort tevoren vijf archeologen - drie Amerikanen, een Australiër en een Brit - ontvoerd terwijl zij op weg waren naar de berg Ararat. Daar wilden zij, als zovele christelijke fundamentalisten voor hen, gaan zoeken naar de Ark van Noach (die volgens de Koerdische mythologie ook een Koerd was). Tevoren waren al 10 Duitsers door de PKK meegenomen, maar dit geval werd na hun vrijlating door Ankara een doorgestoken kaart genoemd - de toeristen hadden zich láten ontvoeren, om interessante dingen mee te maken. Een dergelijke lezing is over de ontvoering van de vijf tot nu toe uitgebleven.

Vorige maand werd ook bekend dat vijf Koerdische jongelui, twee zonen van parlementariërs van de regerende Moederlandpartij en drie neven van hen, naar de PKK waren overgelopen. Volgens de krant Milliyet wordt dit steeds meer gedaan door jongeren uit het Koerdische gebied - het is een soort "hobby' geworden, zo schrijft de krant, zich een tijd lang te laten opleiden in een van de PKK-kampen over de grens; deed men dit niet, dan verloor men aanzien in het dorp. Volgens de gouverneur van de provincie Hakkari, langs de Iraakse grens, zijn er in 1990 700 kinderen door de PKK "ontvoerd' zoals hij het nog noemt.

Wat de legerleiding het allermeest zou irriteren, aldus de Cumhuriyet, was het jongste initiatief van de PKK om een aantal buitenlandse journalisten uit te nodigen voor een bezoek aan de zeven Turkse militairen die begin augustus krijgsgevangen zijn gemaakt bij een veldslag bij Semdinli, ook in de provincie Hakkari. Turkse verslaggevers hebben al eerder mogen praten met de zeven, die in goede gezondheid verkeren en waarschijnlijk in Irak verblijven. De Turkse regering weigert op het PKK-voorstel in te gaan om over hun vrijlating te onderhandelen met bemiddeling van de Verenigde Naties - dat zou te veel erkenning van de "bandietenbende' inhouden. In Turkse kranten is een begin van irritatie over deze opstelling merkbaar; de zeven kunnen in de toekomst natuurlijk ook als gijzelaars worden gebruikt.

Het stuk in de Cumhuriyet bevat speculaties dat de legerleiding onder deze omstandigheden zou voelen voor een overval op het centrale kamp van de PKK in Libanon, waar ook Öcalan vertoeft. Dit kamp, dat "Academie Mahmut Korkmaz' heet naar een gesneuvelde medestrijder, ligt in de door Syrië beheerste Beka'a-vallei en men weet precies waar - de PKK maakt daar geen geheim van en nodigt ook hierheen van tijd tot tijd journalisten uit, het laatst een man van Der Spiegel wiens stuk erg positief uitviel.

Militair moet Turkije in staat worden geacht, een dergelijke aanval te ondernemen - men heeft op Cyprus in 1964 en '74 ervaring kunnen opdoen - maar voor de politieke gevolgen zouden president Özal en-of premier Yilmaz nog kunnen terugdeinzen. Er zijn doorlopend veel lieden in het kamp die men "burgers' kan noemen en hun verliezen zullen door de PKK en door Syrië worden uitgebuit.

Damascus zou ongetwijfeld ook heel wat feller reageren dan Bagdad na de recente operatie waarin Turkije een bufferzone langs de grens instelde. Het zou Öcalan en de zijnen, als die de aanval overleven - en zij hebben natuurlijk tal van voorzorgsmaatregelen genomen - nieuwe en grote faciliteiten kunnen verlenen. Syrië zou ook zijn nooit geheel opgegeven aanspraken op de provincie Hatay (Alexandretta), die Turkije in 1938 verwierf, weer kunnen onderstrepen.

Gesteld echter dat de operatie wordt ondernomen - de PKK heeft al laten weten de berichten daaromtrent serieus te nemen - dan kan men zich afvragen welk tijdstip het meest in aanmerking komt. Op 20 oktober worden in Turkije parlementsverkiezingen gehouden en als de aanval kort tevoren plaatsheeft, zou er in het land een klimaat van nationale samenballing ontstaan, waarmee de regerende Moederlandpartij haar voordeel zou kunnen doen. Toen het Turkse leger in juli tegen de wereldopinie in de Iraakse bufferzone bezette, kon men ook al horen dat dit Yilmaz electoraal geen windeieren zou leggen.

Later echter kwam ook de Turkse pers met kritiek op deze actie - waarbij de PKK met haar krijgsgevangenen kon ontsnappen - die niet rigoureus genoeg zou zijn geweest en onder te weinig geheimhouding was voorbereid. Had men Israelische voorbeelden beter gevolgd, dan zou de operatie effectiever zijn uitgevallen, zo schreven enige commentatoren veelzeggend.