SPORT HEEFT DE POLITIEK VERSLAGEN

De Joegoslavische volleyballers kregen ondanks de grote problemen in hun land waarmee ze dagelijks worden geconfronteerd bij het Europees kampioenschap in Hamburg bijna Nederland op de knieën. Ze kwamen met 2-0 voor, maar verloren uiteindelijk toch nog met 3-2. Volgens delegatieleider Slobodan Milosevic, tevens secretaris van de Joegoslavische volleybalbond, speelt de toestand thuis wel degelijk een rol in de prestaties van de spelers. “Dat zie ik aan hun ogen.”

Spelverdeler Mirko Culic is een halve Kroaat. Zijn vader komt uit Kroatië en zijn moeder uit Servië. Hij woont in Belgrado en speelt daar voor landskampioen Partizan. Verder behoren er geen volleyballers van Kroatische afkomst tot de nationale ploeg. Dat heeft volgens trainer Bogoevski niet met de politieke situatie te maken. “Ze zijn gewoon niet goed genoeg.” De jonge Kroaat Laninovic was in eerste instantie wel geselecteerd, maar verdween al voor het uitbreken van de burgeroorlog uit de selectie. Hij speelt nu in het Joegoslavische jeugdteam. “Denkt u echt dat één van de spelers niet met een Kroaat zou willen spelen? Dat is onzin”, aldus speler Vladimir Grbic.

Culic, de halve Kroaat, beaamt dat de politiek geen rol van betekenis speelt bij de volleyballers. “Ik ben blij dat binnen ons team de sport de politiek heeft verslagen.” Ook bondssecretaris Milosevic zegt geen interesse te hebben in politiek. “Ik heb”, vertelt hij lachend, “dan wel dezelfde naam als de president van Servië, maar dat heeft niets te betekenen. Het is geen familie, nee, nee.”

De 21-jarige Grbic komt uit Servië, maar hij speelt in de competitie bij een club uit Kroatië, Mladost Zagreb. Hij zegt het daar erg naar de zin te hebben en twee jaar lang nooit één probleem te hebben gehad door zijn afkomst. Grbic zou ook komend seizoen weer bij Mladost willen spelen. Hij heeft nog een contract van twee jaar. “Ik kan niet zeggen dat ik niet bang ben om terug te gaan”, bekent Grbic. “Er is toch een oorlog gaande. Er gebeuren rare dingen. Mijn beste vriend kan morgen mijn grootste vijand zijn.” De 1.94 meter lange Grbic noemt Joegoslavië “een vulkaan”.

Grbic verwacht niet dat Mladost Zagreb, afgelopen seizoen achter Partizan en Vojvodina derde, volgende maand in de Joegolavische competitie zal meedoen. In 26 van de 38 takken van sport hebben de clubs en beoefenaars uit Kroatië zich uit de landelijke competities teruggetrokken. Die beslissing is in het volleybal nog niet genomen. “Maar”, weet Grbic, “de mensen in Kroatië zullen de club onder druk zetten. Het gaat om de trots van de republiek.” Naast Mladost is Osijek de tweede club uit Kroatië die in de hoogste klasse van de volleybalcompetitie speelt.

Grbic koestert geen haat tegen Kroaten. Hij beschrijft Kroaten als beleefde mensen, "de Engelsen van Joegoslavië'. Dat zou volgens Grbic ook mogelijk de reden kunnen zijn dat er weinig topspelers uit Kroatië afkomstig zijn. Volleyballers zijn doorgaans agressief en fanatiek. Grbic zegt zelf op school en door zijn ouders te zijn opgevoed met de gedachte dat hij een Joegoslaaf is en niet specifiek een Serviër. De nummer zes van de Joegoslavische ploeg ontkent echter niet dat er altijd “iets” is geweest tussen Serviërs en Kroaten. “Maar dat uitte zich voornamelijk in wat opmerkingen, grappen meestal. Mijn beste vriend uit Kroatië noemde mij altijd Servsko en ik hem Kroatsko.”

Grbic praat van crazy people die het vuur nu hebben aangewakkerd. Facisten noemt hij ze. “Als je een Joegoslaaf macht geeft gebruikt hij die meestal verkeerd. En vergeet niet dat we een volk uit de Balkan zijn. We zitten vol temperament en velen zijn makkelijk beïnvloedbaar. Dat is gevaarlijk.” De speler keerde na het uitbreken van de ongeregeldheden nog een paar keer terug naar de Kroatische hoofdstad Zagreb om zijn ploeggenoten en coach te bezoeken. Zodoende hoorde en zag hij op één en dezelfde dag het nieuws in Zagreb en in Belgrado. Hij schrok van de gekleurdheid van de berichtgeving. “De radio en tv bij ons laten normale mensen abnormaal denken.”

Natuurlijk hebben de volleyballers in hun hotel in Hamburg ook de hele dag de televisie aan om op de hoogte te blijven van de gebeurtenissen in hun land. Ze hebben bovendien veruit de hoogste telefoonrekeningen van alle deelnemende teams. Dat is begrijpelijk. Het is wel opmerkelijk dat er tijdens de eerste twee wedstrijden van het EK in Hamburg van Joegoslavië, tegen Bulgarije (1-3) en Nederland (2-3), geen protesterende landgenoten op de tribune zitten. Een dergelijk sportevenement wordt vaak genoeg gebruikt om aandacht te vragen voor een politieke kwestie. Een paar uur voor het eerste duel van de Joegoslaven op zaterdag lopen er wel een paar duizend Kroaten met vlaggen en spandoeken een stille protestmars door de Hamburgse binnenstad, maar 's avonds laten zij zich niet in de sporthal zien. Als een al twintig jaar in Duitsland woonachtige Kroaat hoort dat Joegoslavië aan het EK-volleybal meedoet en dat de ploeg voornamelijk uit Serviërs bestaat zegt hij: “Dan ga ik dus helemaal niet.”

Voor de ontmoeting met Nederland lijkt de sfeer bij de Joegoslavische volleyballers ontspannen. Er wordt vrolijk gezwaaid naar bekenden op de tribune en onderling tijdens de warming-up soms gelachen. Dat geldt echter niet voor iedereen. Spelverdeler Culic zegt voor en na de wedstrijden bijna alleen maar aan de situatie in zijn land te denken. Hij is er dan ook van overtuigd dat de gebeurtenissen invloed hebben op het spelniveau van het team. Culic wijst op de voorbereiding op het Europees kampioenschap die werd bemoeilijkt door de politieke situatie in Joegoslavië. Soms was er pas op het laatste moment geld beschikbaar om naar een toernooi af te reizen. Toch behaalde de ploeg een aantal aansprekende resultaten in de afgelopen maanden. De kwalificatie voor het EK werd behaald met maar één verloren set, tegen wereldkampioen Italië werd de finale van de Spelen van de Middellandse Zee met slechts 3-2 verloren en tijdens het laatste voorbereidingstoernooi in Polen werd onder andere Zweden, tweede bij het vorige EK, met 3-0 verslagen. Er is, zeggen de betrokkenen, mede door de moeilijke omstandigheden een hechte ploeg ontstaan. “De spelers zijn echte vrienden van elkaar”, constateert delegatieleider Milosevic.

“Wij hebben”, weet Vladimir Grbic, “het grote voordeel dat onze families momenteel niet in gevaar verkeren. Anders heb je in een hele andere situatie.” Daar kan hij over meepraten. Grbic weet nog dat hij tijdens de Spelen van de Middellandse Zee in juli het gerucht hoorde dat zijn vader onder de wapenen moest. Dat bleek achteraf niet waar te zijn. Grbic kon zijn vader niet telefonisch bereiken en speelde die dag ook niet mee in de wedstrijd tegen Algerije. “De coach voelde goed aan dat ik op dat moment geestelijk niet in orde was.” Hij herinnert zich tijdens hetzelfde evenement dat de Kroaten in de Joegoslavisch sportploeg telegrammen van de autoriteiten uit hun republiek kregen waarin werd bevolen om niet mee te doen aan de wedstrijden. “Er brak paniek uit. Al die sportmensen dachten eraan wat er met hun familie thuis zou kunnen gebeuren als ze niet zouden gehoorzamen.” De Kroatische sportleiders hebben ook geprobeerd om Grbic als speler van Mladost Zagreb uit de nationale ploeg voor het EK te krijgen. Dat is niet gelukt. De Servische volleyballer noemt het “een domme poging”. “We komen allemaal uit één land en spelen hier onder de Joegoslavische vlag.”