Publieke versus commerciële omroep; Het gevecht om de Europese kijker

“Wie beweert dat een substantieel deel van het publiek niet meer naar de publieke omroep zou kijken, liegt of baseert zich niet op de feiten.” Aldus vanmorgen Wim Bekkers, hoofd van de afdeling Kijk- en luisteronderzoek van de NOS.

Hij sprak op het "Eerste nationale omroepcongres', georganiseerd door Broadcast Magazine, waarvan het thema luidt: "Omroep: Publiek versus commercieel'. De publieke omroep doet het in Nederland noch in de meeste andere Europese landen slecht na de komst van commerciële televisie, betoogde Bekkers. In Duitsland, Italië, Engeland, en Nederland heeft de publieke omroep ongeveer de helft van de markt in handen. Alleen in Frankrijk en België gaat het niet goed met de publieke omroep: Antenne 2, France 3 en de BRTN zitten onder de 30 procent.

Bekkers onderzocht de publieke en commerciële omroep tevens op de hoogste kijkcijfers en concludeerde dat de adverteerder ook om die reden bij de publieke omroep het beste af is: de Nederlandse top-20 van maart laat hoofdzakelijk programma's van de publieke omroepen zien, in Italië en Duitsland is dat ook het geval. Bekkers is er van overtuigd, dat de publieke omroep in Nederland na de eerste commerciële slag toch als winnaar uit de bus kan komen: “Het huidige marktaandeel-niveau en de plannen die er liggen vormen een uitstekende uitgangspositie om het initiatief te hernemen.”

De onderzoeker verwijst naar de RAI, die na de opmars van commerciële televisie in Italië sterk terugkwam. Hij denkt dat de wijze van programmeren door de RAI ook cruciaal is voor Nederland: horizontale programmering, steeds één veelbekeken programma op een van de drie netten en complementaire programma's voor kleine groepen publiek. Als de drie publieke netten "taktisch' worden geprogrammeerd, kan het marktaandeel groeien naar 60 à 65 procent. Volgens de onderzoeker ligt de kracht van de publieke omroep juist in het bereiken van speciale doelgroepen en "exclusieve kijkers'; 30 procent van het publiek (vooral kinderen en 35-plussers) en 40 procent van de hoogst opgeleiden kijkt exclusief naar de publieke omroep.

Volgens Freddy Thyes, algemeen directeur van RTL4, blijft zijn station met een marktaandeel tussen de 26 en 30 procent dé nummer 1 in Nederland. Roemer meldde een aantal plannen om de kijkers nog meer aan RTL4 te binden: de experimenten met RTL4-radio en RTL4-teletekst moeten worden uitgebreid, het station moet een club krijgen waarvan men lid wordt en er moeten merchandising-activiteiten worden ontwikkeld. Daarnaast wordt bij RTL4 de opzet van een radio- en televisiegids overwogen.

Thyes' baas Henri Roemer, secretaris-generaal van RTL4, maakte een al even zelfverzekerde indruk over de opmars van de commerciële zender. RTL4 kwam niet uit de lucht vallen, memoreerde hij; al zestig jaar is het bedrijf - begonnen met Radio Luxemburg - actief met grensoverschrijdende omroep. Volgens Roemer is CLT-RTL niet alleen het eerste, maar ook het enige echte Europese omroepbedrijf. Dank zij de historische, politieke en geografische omstandigheden en de deskundigheid en ervaring in tal van Europese landen is het bedrijf volgens Roemer mogelijke concurrenten vele stappen voor. De CLT- RTL-groep, met op dit moment zo'n 2500 personeelsleden verspreid over zeven landen, wil zich door het maken van “zo populair mogelijke programma's voor een zo groot mogelijk publiek” aan het eind van de eeuw op zijn minst kunnen meten met de mediaconcerns van Maxwell en Berlusconi.

RTL-CLT neemt nu deel aan tien radiostations en zes tv-kanalen in Europa en had in 1990 een omzet van 2 miljard gulden. Maar Roemer kondigde nog een aantal initiatieven van zijn onderneming aan: een nieuw Franstalig radioprogramma in België en een Duits radioprogramma vanuit Berlijn. Verder poogt het bedrijf de televisiemarkt te veroveren in Engeland, de Sovjet-Unie, Polen, Hongarije en Tsjechoslowakije. In Nederland, waar Philips, Elsevier en VNU deelnemen in RTL4, gaat het bedrijf nauwer met vrije produktiemaatschappijen samenwerken. Vorige week sloot het Duitstalige RTL-Plus een aantal overeenkomsten met Joop van den Ende en John de Mol voor meer dan 50 miljoen Duitse mark. CLT en Van den Ende hebben bovendien samen een produktiemaatschappij opgericht, Delux Productions, om voor CBS een tv-film te maken. En TROS-coryfee Linda de Mol, kondigde Roemer trots aan, neemt nu Duitse les om straks haar programma Love Letters voor RTL-Plus te kunnen presenteren.