Omwenteling verheugend, maar lastig

De veranderingen in de Sovjet-Unie zijn een streep door de rekening van de ontwapeningsbesprekingen in Wenen. De in omvang teruggebrachte Sovjet-delegatie bij die CFE-besprekingen is de afgelopen week met goede moed teruggekeerd in de Oostenrijkse hoofdstad, maar ze verkeert na de omwenteling nog volledig in het ongewisse over de standpunten die ze moet innemen. En dat zal de onderhandelingen aanzienlijk vertragen, zo menen Westerse diplomaten.

“Het is duidelijk dat de ontwikkelingen in de Sovjet-Unie, die al hebben geleid tot het ontstaan van een nieuwe staatsvorm, hun repercussies op onze onderhandelingen niet zullen missen”, aldus de Duitse delegatieleider bij de CFE-besprekingen, ambassadeur Rüdiger Hartmann. Op den duur zullen de besprekingen stellig eenvoudiger worden, maar eerst zal de Sovjet-Unie voor zichzelf moeten uitmaken wie het laatste woord krijgt in het buitenlandse beleid. In Wenen wordt verwacht dat men daarvoor ten minste enige maanden nodig zal hebben.

Een groot probleem vormen de drie onafhankelijk geworden Baltische staten, Estland, Letland en Litouwen. Omdat zij geen deelnemer waren aan de besprekingen, zijn ze formeel niet gebonden aan de afspraken over beperking van de omvang van het militaire materieel die vorig jaar november in Parijs werden bezegeld. “Het zou goed zijn als zij als het ware vanaf de achterbank gaan meedoen aan de besprekingen in Wenen”, aldus een hoge diplomaat. De mogelijkheid daarvoor dient zich aan als de ministers van buitenlandse zaken van de 35 lidstaten van de Conferentie voor Europese Veiligheid en Samenwerking (CVSE) morgen, tijdens hun vergadering in Moskou, besluiten om de drie landen als nieuwe lidstaten tot de CVSE toe te laten. In dat geval zullen de drie automatisch ook toetreden tot de Weense onderhandelingen over "wederzijdse vertrouwenwekkende maatregelen' (CSBM) en zo via een achterdeur ook bij de CFE-besprekingen kunnen worden betrokken, waaraan officieel alleen de leden van de NAVO en het voormalige Warschaupact meedoen.

Een bijkomend probleem is het Sovjet-materieel in de Baltische landen, waaraan het CFE-akkoord beperkingen oplegt. Onduidelijk is nog wat er met de Sovjet-troepen en -materieel in deze staten zal gebeuren. In Wenen denkt men dat een verklaring van Moskou over de Sovjet-aanwezigheid in de Baltische landen een bijdrage zou kunnen leveren aan een goed verloop van de besprekingen. Daarbij zouden de Baltische staten toestemming moeten verlenen voor verificatie op hun grondgebied van de al overeengekomen beperkingen van de Sovjet-strijdkrachten.

De kans dat het CFE-akkoord half november, een jaar na de ondertekening in Parijs, door de parlementen van alle NAVO-landen en de staten van het voormalige Warschaupact zal zijn geratificeerd, wordt niet groot geacht. De Amerikaanse regering oefent momenteel druk uit op de Senaat om snel in te stemmen met het CFE-akkoord, maar de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken, James Baker, maakte de afgelopen week echter wel duidelijk dat er eerst meer duidelijkheid van de kant van de Sovjet-Unie moet komen. Hij zei: “De verdragen (START en CFE) zijn in ons belang en we zullen een beroep doen op de nieuwe eenheden (in de Sovjet-Unie), welke dat ook zijn - of het de republieken zijn of een losse confederatie van soevereine staten of een of ander centrum - dat ze akkoord gaan met en zich houden aan de internationale verplichtingen.” Daarmee gaf hij aan dat ook Washington wat dat betreft nog in het duister tast.

Tekenend voor de positieve sfeer die er heerst bij de ontwapeningsonderhandelingen in Wenen is het feit dat vandaag verkennende besprekingen beginnen over wederzijdse luchtinspectie, een zogeheten "open-skies-akkoord'. Dit voorjaar heeft de NAVO daarvoor voorstellen gedaan en daarop is uit Moskou inmiddels een reactie gekomen, die overigens nog voor de mislukte staatsgreep werd geformuleerd. Diplomaten verwachten niet dat er op korte termijn een akkoord over luchtinspecties zal kunnen worden getekend, maar ze hebben goede hoop dat de veranderingen in de Sovjet-Unie de besprekingen een duw in de goede richting zullen geven.