Moskouse jeugd is weer van toneel verdwenen

Via de luidsprekers komt Brian Ferry knalhard tot ons. Op de dansvloer probeert een jeugdige kunstenaar die zich nogal "stoned' gedraagt - marihuana is in de Sovjet-Unie eveneens beschikbaar - het mooiste meisje in de bar met vrolijke pasjes af te pikken van haar zwaar gebouwde vriend. Conform de "ijzeren wet van het nachtleven', die in elke wereldstad van kracht is en dus ook in Moskou, slaagt hij daar uiteindelijk niet in.

Inderdaad, in de Galaxy is het leven sinds de negentiende augustus niet wezenlijk veranderd. De jeugdige elite van Moskou, die haar geld verdient in de handel, de sector die nog altijd het "zwarte circuit' wordt genoemd, laat hier in deze Engels opgetuigde disco nog altijd haar dollars rollen. Voor hen waren de barricaden, die drie weken geleden door hun minder goed bedeelde leeftijdgenoten rondom het "Witte Huis' van Boris Jeltsin werden opgericht, vooral een verzetje.

Is die couleur locale belangrijk? Ja! Want hoe je het ook wendt of keert, het zijn mede deze jongeren die komende jaren aan de wieg moeten staan van het nieuwe en burgerlijk-democratische Rusland. Het fundament voor die moderne samenleving moet nu worden gelegd.

De eerste beelden van de wijze waarop dat nu gebeurt, zijn echter nogal ambivalent.

Ten eerste is er de rol van de jongeren. Een deel van de jeugd heeft zich drie weken geleden letterlijk op straat met de democratische beweging en haar leider Boris Jeltsin verbonden. Dat was op zichzelf een unicum. Tot voor kort liet de politieke strijd de meeste jongeren volstrekt onverschillig. Niet dat ze allemaal de kans grepen om zich in de Galaxy te amuseren, maar van enig engagement met het maatschappelijk proces was evenmin sprake. Hun aanwezigheid op straat was daarom een verademing, ook al schrokken sommige ouderen onmiddellijk van de in hun ogen lichte agressie die hiervan het onvermijdelijke gevolg was.

Maar sinds hun overwinning op de tanks van drie weken geleden hebben we weinig meer van de jongeren gehoord. De eerste week bleven sommigen, met hun wit-blauw-rode armbanden en witte haarbanden á la de Chinese jongeren op het Plein van de Hemelse Vrede in Peking, nog in de buurt van het regeringsgebouw van Jeltsin patrouilleren omdat ze geen afstand leken te kunnen doen van het prettige imago lid te zijn van de nieuwe burgerwacht, die Jeltsin tenslotte had gered.

De meute kwam vorige week zaterdag nog even terug voor het grote popfestival op de trappen van het "Witte Huis' en zal over twaalf dagen ook wel weer acte de presence geven als de Rolling Stones, U2 en Sting in het Lenin-stadion komen optreden. Maar in politieke zin is de jeugd weer van het toneel verdwenen. En, wat opmerkelijker is, er zijn sinds de negentiende augustus ook geen leiders opgestaan die de beweging van toen willen representeren. Het is tot nu toe een nogal amorfe massa gebleven. Als dit proces zich doorzet, blijft de democratische beweging in Rusland een zaak van hoofdzakelijk ouderen, enkele uitzonderingen daargelaten, kortom van de Chroesjtsjov-generatie waarvan ook Gorbatsjov en Jeltsin min of meer deel uitmaken.

Het is deze oudere generatie die zich aan het hoofd heeft gesteld van de progressieve beweging en daar nu nog steeds vertoeft. Binnen die kring zal straks het welhaast ideologische debat over de aard van het democratiseringsproces beginnen. Want al treden de diverse ideeën nu door de feestvreugde nog niet zo aan het licht, er leven onder de democraten wel degelijk verschillende opvattingen die in principe niet met elkaar sporen.

Grof gezegd zijn er twee stromingen opgedoken: de parlementair-democratische en een meer autoritair-democratische.

De eerste streeft naar een serieuze positie van de volksvertegenwoordiging. Dat is de groep die binnen Jeltsins coalitie Democratisch Rusland veel waarde toekent aan partijvorming en parlementaire macht. De dertigjarige sociaal-democraat Oleg Roemjantsev, met de Moskouse politici Sergej Stankevitsj (37) en Ilja Zaslavsky (31) de witte raven onder de anti-politieke jeugd, is een van haar vooruitgeschoven pionnen. Het was deze fractie die vóór de coup de benoeming van Jelstins rechterhand Roeslan Chasboelatov als nieuwe Russische parlementsvoorzitter blokkeerde omdat ze vreesde dat hij zijn nieuwe rol meer zou opvatten als His master's voice dan als "Speaker' naar Angelsaksisch model. Haar positie is er door het doorslaande succes van Jeltsin in de eerste week na de staatsgreep vooralsnog niet sterker op geworden.

De tweede groep domineert de naaste omgeving van Jeltsin. Deze stroming is ook uit op een liberaal-kapitalistische samenleving, maar heeft in de overgangsperiode meer vertrouwen in de kracht van de executieve macht dan in het principe van het parlementarisme. Het is bijvoorbeeld geen toeval dat Jeltsin het Russische parlement sinds die eerste week van de putsch niet meer bijeen heeft geroepen. Hij regeert nu bij decreet en wil dat zo even houden.

Zijn "inner circle' laat tegenover derden eveneens duidelijk merken dat niet het parlement het beleid bepaalt maar de groep-Jeltsin. In een interview met de onafhankelijke Nezavisimaja Gazeta donderdag liet staatssecretaris Gennadi Boerboelis (sinds kort op kantoor met een pistool in zijn bureau) eveneens doorschemeren dat het hen gaat om de opbouw van een "presidentiële structuur'.

Dat maakt het beleid er niet doorzichtiger op. Want Jeltsins groep staat niet alleen onder invloed van Westers-gemodelleerde democraten maar ook onder die van een klassieker soort Russische anti-communisten. Eind vorige week gaf hij daarvan blijk tijdens een dubbel-interview met unie-president Michail Gorbatsjov van de Amerikaanse televisiemaatschappij ABC. Op een vraag wat hij vond van de ultra-nationalistische groep Pamjat (tegen "communisten, joden en vrijmetselaars') zei Jeltsin toen: “Ik heb reeds lang met hen te maken, meer dan een jaar al. Ik geloof dat Pamjat aan het veranderen is. Ik geloof dat ze niet meer zo vurig zijn als toen ze in 1987 werden opgericht. Het proces zou nu wel eens een beetje tot bedaren kunnen komen”. Daarmee is natuurlijk niet gezegd dat Jeltsin zijn oren naar Pamjat laat hangen, maar het illustreert hoe gecompliceerd de verhouding is tussen zijn democratische gezindheid en zijn nationale elan. Die tweezijdigheid kan hij bovendien niet zomaar verwaarlozen, omdat ook zijn Russische inborst hem afgelopen jaar vleugels heeft gegeven.

Een tweede uiting van het autoritair-democratische denken verschuilt zich in de wijze waarop het Jeltsin-kamp tot nu toe heeft willen afrekenen met het verleden. Dat de democratische revolutie de afgelopen weken gepaard ging met een kleine beeldenstorm is daarbij niet zo interessant. Met het neerhalen van de standbeelden van Dzjerzinski, Sverdlovsk, Kalinin en her en der ook Lenin is niemand fysiek pijn gedaan. Het heeft wellicht ook kunnen dienen als een eerste catharsis, een afleidingsmanoeuvre om een bijltjesdag te voorkomen. De suggestie van burgemeester Anatoli Sobtsjak van Sankt-Peterburg om de aartsvader van het bolsjevisme uit zijn balseming in het mausoleum te bevrijden en als een normaal mens aan de Neva te begraven, is vooral een goede grap.

Maar dat neemt niet weg dat binnenkort moet worden beslist of en hoe de Russen de verhouding tot hun geschiedenis herzien. Bijna alles wat er maar mis is, wordt thans aan het stalinisme toegeschreven. Voor de gedachte dat een deel van de problemen (bureaucratie, racisme, de verheven positie van de "intelligentsia') een langere traditie heeft dan 74 jaar is op dit euforische doch cruciale moment geen plaats. Om nog maar te zwijgen van de niet geheel onzinnige theorie dat Lenins bolsjevisme zijn wortels misschien wel meer in het negentiende-eeuwse Russische terrorisme heeft gehad dan in het teutoonse marxisme, met andere woorden, dat de strijd voor een burgerlijke maatschappij dieper moet snijden dan een enkelvoudig verbod van de Communistische Partij.

Ook de frontale aanval op de KGB, de geheime dienst die een centrale maar tegelijkertijd ook dubbelzinnige rol bij de putsch speelde, is niet afdoende. Haar nieuwe chef Vadim Bakatin (een communist en een der laatste betrouwbare vertrouwelingen van Gorbatsjov) trof in ieder geval doel toen hij vorige week in een interview met het weekblad Moskovskije Novosti zei: “De schuldigen aan represailles en misdaden in het verleden moeten gestraft worden. Maar de samenleving moet begrijpen dat ze zichzelf ook iets te verwijten heeft. Uiteindelijk heeft zij zich dit laten welgevallen, heeft zij het zelf overleefd, ook al is iedereen nu een held geworden en wil iedereen de schuld bij een ander leggen. We zullen elkaar veel dingen moeten vergeven”. Zonder het met zoveel woorden te zeggen, trok hij daarmee een interessante parallel met het Duitsland van na 8 mei 1945. Ook al hadden de Duitsers het paradoxale geluk van een militaire nederlaag, een Adenauer en een Koude Oorlog die een nieuwe ideologische reden van bestaan en van vergeten bood.

Dat er drie weken na de zege op de putschisten uit het orthodoxe militair-communistische kamp zoveel mensen zijn die het, wat henzelf betreft, nog niet "gewusst' hebben, is natuurlijk geen reden om de komst van een nieuw type Jacobijnen te voorspellen. Het zou eveneens van ongeduld getuigen om te eisen dat een natie die nauwelijks een vrije boerenstand heeft gekend, laat staan een brede middenklasse, in één klap op het spoor zit dat de zeven geïndustrialiseerde mogendheden in Londen zo graag snel bewandeld zagen.

Het wordt de komende tijd interessant de trends te volgen. Want in de manier waarop een burgerlijke revolutie vorm krijgt, verraden zich de kiemen van de uiteindelijke maatschappij die daarop geënt zal zijn. Vorm en inhoud zijn in de democratie nu eenmaal onafscheidelijk met elkaar verbonden.