Meer frustratie

DE GEDACHTEN gaan terug naar november 1983. De maatschappelijke discussie concentreerde zich toen op de "min drie procent voorstellen' van het eerste kabinet-Lubbers. De ambtenarensalarissen en de uitkeringen zouden in de plannen van dat kabinet met ingang van het nieuwe jaar met dat percentage worden gekort. In de straten hoopte het huisvuil zich op, de politie deelde geen bonnen meer uit en het spoor stond stil. In het gebouw van de Sociaal Economische Raad in Den Haag troffen delegaties van werkgevers, werknemers en het kabinet elkaar, zoals achteraf zou blijken, voor de laatste maal.

De toenmalige minister van sociale zaken De Koning weigerde te kiezen voor de weg van de minste weerstand en legde een aanbod van de vakbeweging waardoor de salariskortingen achterwege konden blijven naast zich neer. De vakbeweging was bereid de premiestijging die het gevolg zou zijn van niet ingrijpen voor "eigen' rekening te nemen. Maar De Koning zei: nee, want een van de grote problemen van het land was volgens hem nu juist de hoge lastendruk. De voorman van de vakbeweging zei “razend” te zijn. “Wat we doen is verdomme met eigen geld van de werknemers zeggen: laten we lappen voor die uitkeringen. En je wordt gewoon afgewezen.”

Zijn naam was Wim Kok. Hij zit nu in een andere positie met exact hetzelfde vraagstuk als acht jaar geleden. Wederom is de vakbeweging bereid te "lappen', maar nu is het Kok die “nee” zegt tegen dat aanbod. Nu is hij het die in een open brief aan de leden van de PvdA stelt dat wie steeds hogere premies en belastingen geen probleem vindt, zijn kop in het zand steekt. “Zelfs de sterkste rots wordt uitgehold als te lang een te groot beroep op die solidariteit wordt gedaan. Dat is voor mij de kern van de zaak”, aldus Kok in de open brief die de leden van de PvdA deze week in de bus krijgen.

IN DAT LICHT bezien doet Koks gisteren voor de televisiecamera's gedane “handreiking” aan de vakbeweging om nog eens met het kabinet te komen praten verwarrend aan. Praten moet, als er over iets te praten valt. Maar worden hier toch niet weer verwachtingen gewekt die niet kunnen worden waargemaakt en derhalve als een boemerang tegen Kok gaan werken? Het kabinet heeft de vakbeweging die nog geen beweging heeft getoond, niets te bieden. Daarover was Kok in het televisiedebat met Stekelenburg heel duidelijk. Hij vroeg om concessies van de vakbeweging en constateerde dat die niet werden gedaan. Op die manier leidt een nieuw gesprek dat vervolgens niets oplevert slechts tot extra frustratie.

Het is treurig dat in de discussie van de laatste weken een van de hoofdmotieven van het kabinet om bij de WAO-ingreep te kiezen voor een beperking van de duur geheel op de achtergrond is geraakt. De achterliggende gedachte is dat het kabinet alle loondervingsverzekeringen meer op elkaar wil afstemmen. De volgende stap is dat de overheid slechts garant staat voor inkomensbescherming tot het minimum en dat het vervolgens aan werkgevers en werknemers wordt overgelaten afspraken te maken over aanvullende verzekeringen.

Het voordeel van die opzet is dat de verantwoordelijkheid voor de lusten en lasten komt te liggen bij de direct betrokkenen in bedrijven en bedrijfstakken. Aan de WAO is jarenlang niets gebeurd, omdat jaar in jaar uit is gekozen voor het grote afwentelen. Met die trend wil het kabinet door een nieuwe "historische stap' terecht breken. Zolang de vakbeweging zich niet bereid toont in die richting mee te denken, zal een hernieuwd gesprek met het kabinet vruchteloos blijken.