Joegoslavische parlementariërs zoeken naar eigen oplossingen

De Joegoslavische kwestie stond dit weekeinde in het volle licht van de publiciteit met de opening van de vredesconferentie in Den Haag. Gelijktijdig werd een paar duizend kilometer verderop, nagenoeg onopgemerkt maar wel in het hart van het land zelf, langs een andere weg gewerkt aan de oplossingen die van "Den Haag' worden verwacht. Terwijl Tudjman voor Kroatië en Milosevic voor Servië als gladiatoren in alle openbaarheid tegen elkaar te keer gingen, deden in een achterafzaaltje in Sarajevo een handjevol Joegoslavische parlementariërs pogingen de crisis van hun land op minder spectaculaire wijze te lijf te gaan. Of zij succes zullen boeken moet natuurlijk worden afgewacht, maar naast de high road, geplaveid met Haags parket, is een low road van zand en stenen nooit weg.

Op initiatief van de liberale Democratische Partij van Servië is sinds enkele weken een ronde-tafelconferentie begonnen van vertegenwoordigers van in principe alle parlementaire groeperingen die in de zes deelrepublieken functioneren. Dat het voortdurende geweld in het grensgebied tussen Kroatië en Servië zijn tol zou gaan eisen, stond van tevoren vast. De zitting van afgelopen vrijdag en zaterdag, moest het dan ook, anders dan daarvoor, doen zonder Sloveense parlementariërs en met slechts één lid van het Kroatische parlement. De partijen uit de overige vier deelstaten waren wel bijna voltallig.

De afwezigheid van de regerende Sloveense partij Demos werd in tamelijk harde bewoordingen beargumenteerd met de verklaring dat Slovenië geen deel meer uitmaakt van Joegoslavië. De Kroatische Democratische Unie, die in Zagreb aan het bewind is, sedert kort in een coalitie met andere partijen, liet weten weg te blijven omdat de conferentie wijzigingen van interne grenzen nastreeft, een bewering die de organisatoren bestreden en ook bestrijden konden, voor zover het ging om het wijzigen met geweld. In feite is de interne grensregeling natuurlijk hèt grote struikelblok voor welke regeling dan ook.

Want terwijl de vertegenwoordigers van de Servische Socialistische (ex-communistische) Partij braaf verklaarden tegen een politiek van "voldongen feiten' te zijn, is het juist hun leider, de Servische president Milosevic, die direct of indirect ervoor heeft gezorgd, dat hij aan de onderhandelingstafel kan zitten met in zijn voordeel gewijzigde grenzen. Algemeen wordt aangenomen dat deze nieuwe "feiten' Milosevic ertoe hebben gebracht wat toeschietelijker te zijn tegenover de Europese Gemeenschap en met het houden van een vredesconferentie in te stemmen.

Ten minste even belangrijk voor deze gewijzigde houding zijn twee andere feiten. Allereerst is er de mislukte coup in de Sovjet-Unie waarvan wel vaststaat dat Milosevic en zijn naaste medestanders vooraf op de hoogte waren, gezien een feestje dat hij voorafgaande aan de coup vast aanrichtte. Was de coup gelukt, dan zouden zijn kaarten aanzienlijk beter zijn geworden, zo was zijn overweging: het "socialisme' zou weer nieuw leven zijn ingeblazen, een conservatieve herstructurering van Joegoslavië naar Servische snit zou meer kans hebben gemaakt en Duitsland, thans de meest geduchte politieke tegenstander van Milosevic' expansieve plannen, zou zich, om wille van de 300.000 Sovjet-soldaten die nog in Oost-Duitsland verblijven, voorlopig rustig hebben moeten houden.

De tweede factor is de economische ruïne die Joegoslavië binnenkort te wachten staat, waardoor welk deel van Joegoslavië dan ook wel tot een akkoord met de Europese Gemeenschap moet komen.

Ondanks de slechte vooruitzichten om de strijdende partijen op korte termijn tot elkaar te brengen - en nu er eenmaal bloed heeft gevloeid zal dat hoe dan ook moeilijk zijn - zijn er dus toch zich langzaam wijzigende omstandigheden die aanduiden dat de EG met haar zijn bemiddelingspogingen enig succes, maar dan alleen op termijn, zal kunnen behalen. Men er goed aan doen het oor vooral ook te luisteren te leggen bij diegenen die, hoe gebrekkig ook, gekozen zijn als leden van de parlementen in de deelrepublieken. Als er één ding uit de ronde-tafelconferentie hier in Sarajevo duidelijk werd, dan is het wel dat de meerderheid van de Joegoslavische partijen de vicieuze cirkel wil doorbreken door - nu de federale structuur bezig is verder uiteen te vallen - de republikeinse parlementen het vacuüm te laten opvullen.

Enige hoofdlijnen van herstructurering van Joegoslavië zijn uit de gedachtenwisseling in Sarajevo af te leiden. Een confederatieve structuur, om te beginnen tussen de vier deelrepublieken Servië, Bosnië-Herzegovina, Montenegro en Macedonië blijft mogelijk; dit moet dan niet een groot Servië zijn, maar een klein Joegoslavië. Centrale bevoegdheden worden beperkt tot beleid op monetair en buitenlands politiek gebied met behoud van een interne gemeenschappelijke markt. Voor een federaal leger is geen plaats - een harde noot voor Servië -, wel voor territoriale, republikeinse troepen onder een soort NAVO-variant ter coördinering. De binnengrenzen worden gegarandeerd en zijn slechts voor wijziging vatbaar in overleg en onder toezicht van een onafhankelijk hof van arbitrage. De mensenrechten, waaronder primair een zekere autonomie voor etnische minderheden, zullen eveneens door een dergelijk hof moeten worden getoetst.

Al met al een utopisch programma. Maar nood leert bidden. En dat bidden zou dan niet alleen tot de Europese Gemeenschap gericht moeten zijn, zo valt hier in toenemende mate te vernemen, maar ook tot de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie. Met alle respect voor de EG-exercitie onder leiding van Van den Broek, zou versterking van het EG-kader met de twee grootmachten de overtuigingskracht van de externe bemiddeling aanzienlijk vergroten. Op een aantal punten zullen de duimschroeven door de buitenwacht moeten worden aangedraaid. En zoals een vooraanstaand parlementariër hier zei: “Joegoslavië heeft eigenlijk zijn bewegingsvrijheid al verloren, laat wat er dan voor in de plaats komt ons als volstrekt onontkoombaar worden voorgezet”.

Of een klein Joegoslavië ooit aantrekkelijk genoeg zal zijn om Slovenië en Kroatië weer terug te brengen in dit confederatieve bestel - als dat er tenminste ooit komt - is een vraag die hier niet Hardop wordt gesteld. Net zomin als men hardop wil toegeven dat beide republieken volledig hun eigen weg zullen gaan. Dat het antwoord hoe dan ook lang op zich zal laten wachten, daarvan is iedereen hier overtuigd.