Hoop gloort voor Cubaanse ballingen

MIAMI, 9 SEPT. Op het zuidelijkste puntje van de Verenigde Staten laten in shorts en kleurige t-shirts gestoken dagjestoeristen zich door hun familieleden op de foto vereeuwigen. Hier in Key West (Florida) is het nog maar negentig mijl naar Cuba, aldus de tekst op de boei die het zuidelijke einde van de Verenigde Staten markeert.

De geringe afstand naar het eiland van hun geboorte was tot voor kort oneindig voor de honderdduizenden Cubaanse ballingen in Florida. Op negentig mijl immers “heerst de tirannie van Fidel Castro”, zoals een oudere Cubaanse Amerikaan het uitdrukt. Maar er gloort hoop voor de ontheemde Cubanen. De snelle ineenstorting van het communisme in Europa de afgelopen twee jaar en zeer recentelijk in de Sovjet-Unie, heeft grote verwachtingen gewekt bij de Cubaanse ballingengemeenschap over een mogelijk spoedige terugkeer naar Cuba. Een Cuba zonder Fidel Castro, wel te verstaan.

Op een kleine receptie in de luxueuze villa van Tony Costa, een uiterst succesvolle Cubaans-Amerikaanse zakenman, ligt de naam van de Russische president Boris Jeltsin op ieders lip. Het Amerikaanse Democratische Congreslid voor de staat Oklahoma, Dave Carson, voor wie de receptie wordt gegeven aan het eind van een verkenningsreis in Miami om de kansen van zijn kandidatuur voor het presidentschap te peilen, leidt het koor van jubelaars.

Vrijwel alle aanwezigen kennen Jeltsin, na de ontmoeting vorig jaar van een delegatie Cubaanse ballingenleiders met de Rus in Moskou. Tony Costa herinnert zich: “Toen al zei Jeltsin: wij hebben niets te zoeken in Cuba, we moeten onze betrekkingen met Fidel Castro herzien”'. In een vraaggesprek eind vorige week met de Amerikaanse televisie herhaalde Jeltsin, met een zwakke echo van Gorbatsjov, deze woorden. Costa en alle andere Cubaanse ballingen zeggen daarom stellig: “Dit is het begin van het einde, nu kan het niet lang meer duren met Castro”.

De conservatieve Cubaans-Amerikaanse Stichting, waarvan Costa bestuurslid is, heeft zich de afgelopen jaren opgeworpen als de belangrijkste organisatie van Cubaanse ballingen in de VS. De "Fundación', waarin zowel Cubanen als Amerikanen actief zijn, wordt door de Amerikaanse regering gezien als haar voornaamste gesprekspartner, hoewel er tientallen andere ballingenorganisaties zijn. “De Fundación maakt op het ogenblik een blauwdruk voor de politiek en economie in Cuba na Fidel Castro”, vertelt Costa. Een pluriform politiek bestel en een open-markteconomie zijn weinig verrassend de kernpunten van de blauwdruk.

Maar omdat Castro voorshands nog stevig in het zadel zit, voeren de Fundación en de andere ballingenorganisaties hun activiteiten tegen de Cubaanse leider nog verder op. Eind vorige week leidde een door de Fundación gepropageerde betoging bij Villa Marista in Havana, het hoofdkwartier van de Cubaanse Staatsveiligheidsdienst, tot de arrestatie van een aantal activisten voor de mensenrechten op het eiland. Deze eerste openlijke uiting van onvrede in Cuba na de ineenstorting van de communistische partij in de Sovjet-Unie vergrootte de euforie in Miami alleen nog maar.

Toch kan het nog maanden duren voordat Castro valt, waarschuwt de 46-jarige Rodolfo Frometa, die begin dit jaar terugkeerde in Miami na een gevangenschap van tien jaar in Cuba. Frometa, actief lid van de militaristische ballingenorganisatie Alpha 66, werd in 1981 in Cuba gearresteerd wegens politieke agitatie en spionage, zoals het vonnis luidde. Na maanden te zijn gemarteld in de gevangenis begon Frometa een 125 dagen durende hongerstaking die uiteindelijk tot zijn vervroegde vrijlating leidde.

Terug in Miami gaat de 46-jarige heftruckchauffeur vastberaden verder met de guerrilla tegen Fidel Castro. Deze zondagochtend oefent hij in alle vroegte mee met een handjevol oudere mannen en tieners die in camouflagekleding gestoken zich in het moerasgebied van de Everglades voorbereiden op een gewapende confrontatie met het Cubaanse leger. Maar de animo is niet erg groot. Een fikse regenbui maakt al snel een einde aan de exercities.

“Ik denk niet dat we Cuba met de wapens kunnen bevrijden”, erkent pelotonleider Aldo López, een 32-jarige vrachtwagenchauffeur. “Maar we kunnen de boel wel behoorlijk ondermijnen.” En dat is ook het doel van de organisatie: sabotageacties en gewapende ondersteuning als het tot een opstand in Cuba mocht komen. Een tweede Varkensbaai - de mislukte invasie van Cuba in 1961 door ballingen met steun van de CIA - lijkt er niet meer in te zitten. Desondanks luidt het motto van de vrije-tijdsguerrilla: "De bevrijding van Cuba gaat niet via de dialoog maar via de verovering'.

Niet de M-16 of het FAL-geweer lijken de beste wapens van de Cubaanse ballingen in hun strijd tegen Fidel Castro, maar de radiozenders. De nabijheid van Cuba maakt het relatief eenvoudig om vanaf de kust van Florida door te dringen in de ether rondom het eiland. De oproepen en berichten door de ballingenzenders vanuit de Verenigde Staten bereiken de Cubanen vrijwel ongehinderd. Een uitzondering hierop vormen de uitzendingen van het door de Amerikaanse regering gefinancierde TV-Mart, een op Cuba gerichte zender die in Key West is gestationeerd. Slechts op enkele plekken in Havana zijn de door de Cubaanse regering gestoorde beelden van TV-Mart te ontvangen, zeggen de ballingen.

“Via de radio horen de Cubanen niet alleen wat er in de wereld gebeurt, maar ook wat zich in Cuba zelf afspeelt”, zegt de 59-jarige huisarts Diego Medina, die 's middags zijn praktijk sluit en plaatsneemt in de kleine omroepcel van "De Stem van Alfa 66', de zender van de commandogroep. “De toestand is slecht, vooral in de ziekenhuizen. Er zijn niet eens meer aspirientjes om de pijn van de kankerpatiënten te verlichten.” Medina verliet Cuba al in 1964, nadat hij een jaar als asielzoeker in de ambassade van Ecuador had gezeten.

“Een paar minuten of een paar maanden”, antwoordt Medina op de vraag hoe lang het regime van Castro volgens hem nog zal voortbestaan, “dat weet niemand. Duidelijk is wel dat Castro aan de laatste etappe is begonnen.”