F. Rottenberg, "intellectueel entrepeneur' en "detective'; Het beroep van Felix is Felix

Felix Rottenberg (34) is directeur van het politiek-cultureel centrum de Balie in Amsterdam, een "libertaire denktank', en wordt dezer dagen genoemd als kandidaat-voorzitter van de PvdA. Eens was hij het "wonderkind' van de PvdA, maar in 1986 verliet hij het partijbestuur omdat "vrijzinnig onderzoek' en "openbare polemiek' niet mogelijk waren. Zijn "handen jeuken nu de partij op imploderen staat', al heeft hij ook twijfels.

"Murw gebeukt door het jarenlange geouwehoer zonder intelligente fasen' liep Felix Rottenberg rond de vergadertafel van het partijbestuur. Het was begin juni 1986: hèt "politieke moment' van het "wonderkind' van de PvdA - tien jaar daarvoor op achttienjarige leeftijd toegetreden tot het partijbestuur - diende zich aan.

De PvdA had haar "overwinningsnederlaag' geleden bij de verkiezingen, kwam opnieuw niet in de regering en het tijdperk-Den Uyl was ten einde. Een commissie moest de situatie evalueren “maar de heren zaten erbij alsof ze het niet slecht hadden gedaan”. Rottenberg, sinds 1981 directeur van het politiek-cultureel centrum de Balie in Amsterdam, hield zich niet in: “Gaan we weer de zoveelste notitie maken zonder op te schrijven wat er fout zit? Al tien jaar hebben we een geschikte premier, en toch slagen we er niet in hem op die plaats krijgen.” Voor hij het zelf besefte, stond hij buiten. En bleef buiten.

De "creatieve onrust', "interessante persoonlijkheden' en "belangrijke ideeën' die hij volgens zijn afscheidsbrief in de PvdA miste, zocht hij voortaan elders. “Felix begon voor zichzelf”, zegt partijgenoot drs. J. Riezenkamp, directeur-generaal Cultuur op het ministerie van WVC. Vooral na Rottenbergs vertrek uit het partijbestuur groeide de Balie uit tot een "libertaire denktank', waar manifestaties en theatervoorstellingen worden gehouden, boeken uitgegeven, beleidsadviezen verstrekt en debatten gehouden.

Bewindslieden, inclusief de minister-president, ambtenaren, wetenschappers, kunstenaars en zakenmensen komen er samen om onder leiding van Rottenberg (34) te discussiëren over een variëteit aan maatschappelijke thema's, die soms nog amper als zodanig zijn onderkend. De invloed van de captains of industry op het sociaal beleid, het "gelijk van rechts' en de sociale vernieuwing zijn in de Balie al vroegtijdig aan de orde gesteld.

“De Balie is een van de weinige plaatsen in Nederland waar het discours gaande is. Het is een radar van de tijdgeest en ligt voor op de hoofdmacht”, zegt Riezenkamp. Drs. H. Borstlap, directeur-generaal algemene beleidsaangelegenheden op het ministerie van Sociale Zaken en CDA'er, noemt de Balie "een noodzakelijke aanvulling op de geïsoleerde Haagse wereld'. “Wij denken op sociale zaken na over de verzorgingsstaat in de jaren negentig. Rottenberg is daar een motor van.” En volgens de Rotterdamse PvdA-burgemeester dr. A. Peper, een van zijn 'leermeesters', heeft Rottenberg inmiddels “meer invloed gehad dan wanneer hij in de partij was gebleven”.

Zelf noemt Rottenberg zich een "detective': “Ik ben nieuwsgierig naar waar het bedrijfsleven, de kunst- en cultuurwereld, de bureaucratie en politiek wel en niet mee bezig zijn en hoe geïmproviseerd zij werken. Planning komt toch nooit uit. Beleidsmakers zijn vooral bezig de chaos te bestrijden. Dàt is politiek: de hele dag de tafel afruimen.”

Rottenberg zit aan vele tafels: hij is voorzitter van het Filmfestival in Rotterdam, voorzitter van de besturen van de Rietveld-academie en het theater Felix Meritis, presentator bij de VPRO-radio en - nog steeds - adviseur van partijverwanten. Dezer dagen wordt hij plotseling genoemd als kandidaat-voorzitter van de PvdA, als opvolger van Marjanne Sint.

“Het beroep van Felix is Felix”, zegt Peter de Baan, artistiek leider van het RO Theater en tot voor kort belast met de theaterwerkplaats in de Balie. Volgens hem heerst in de Balie een "gecontroleerde anarchie', die nauw verband houdt met de "tegengestelde temperamenten' van Rottenberg: de directeur heeft een bijna "moederlijk verantwoordelijkheidsgevoel' en wil alles in de hand hebben, "tot en met de prijzen van de witte wijn'. Tegelijkertijd heeft hij een "hevige vernieuwingsdrang' en gelooft hij dat zijn medewerkers alleen vanuit vrijheid kunnen werken. De Baan: “Alles wat goed gaat of lang hetzelfde blijft, wantrouwt hij. Hij organiseert zijn eigen oppositie, en eet zichzelf op.”

Rottenberg vergroot die "spirituele onrust' graag met zijn tweede natuur: de geraffineerde telefoongrap. Toneelregisseur De Baan kreeg eens op een avond na enkele lovende recencies telefoon van een "hijgende bewonderaar' die zei: "Meneer De Baan, ik wil graag met u kennismaken. Ik wil dicht bij u zijn'.” Rottenberg: “Met absurdistische momenten creeër je invallen. Het surrealistische drama, dat vind ik ook het leuke aan politiek.”

De actieradius van Rottenberg, geboren in Amsterdam, kreeg al vroeg gestalte. Toen hij zes jaar was, vertelde zijn vader hem "tijdens de afwas' over de Eerste en Tweede Kamer, de Franse revolutie en de Tweede Wereldoorlog. Zijn vader, jarenlang directeur van een familiebedrijf in plastic artikelen, had tijdens de oorlog op een Engelse torpedojager gediend. Zijn moeder, ex-journaliste, wekte journalistieke aspiraties in hem op. Tijdens zijn lagere schooltijd componeerde zijn eigen krantje: Muziekplezier. In de kelder schreef hij de stukken, plakte er plaatjes bij en ging de "zestien abonnees' langs.

Op het Montessori Lyceum, waar hij zijn HAVO-diploma haalde, was hij een voorvechter van de democratisering van het schoolsysteem. Ook hij toog in de tweede klas mee naar een conferentieoord in Vught om een week lang met docenten te discussiëren over vernieuwingen en "was niet bang te stotteren'. De voorzitter van de leerlingenraad, beheerder van de schoolsociëteit en redacteur van de schoolkrant meldde zich op vijftienjarige leeftijd aan bij de Federatie van Jongerengroepen in de PvdA, later de Jonge Socialisten (JS).

Drie jaar later, inmiddels student personeelswerk aan de sociale academie, werd hij voorzitter van de JS en daarmee automatisch lid van het partijbestuur. "Bibberend' stelde hij tijdens zijn eerste partijbestuursvergadering op 6 maart 1976 de veroordeling van enkele VVDM-soldaten aan de orde, en afloop kwam premier Den Uyl zich aan hem voorstellen. “Er was aandacht voor nieuwe mensen, en dat heb ik later zien verdwijnen.”

Het kwam allemaal "te vroeg', maar Rottenberg wist dat hij "deze unieke kans op een praktische politicologie-opleiding' niet mocht missen. Hij las in een nacht tijd een boek over de arbeidsverhoudingen van de Amerikaanse hoogleraar Windmuller, vergaderde tot vier uur in de ochtend mee om meerderheidsstrategieën te doen slagen en raakte geïnspireerd door de "spontane, on-Nederlandse analyses' van Den Uyl. “Die las drie boeken tegelijk en verbond die meteen. Hij dwong je allerlei dingen uit te zoeken.”

Rottenberg werd de "meesterknecht' van partijvoorzitter Max van den Berg. “Door zijn politieke feeling en talent werd hij meteen serieus genomen”, zegt de toenmalig tweede vice-voorzitter en hoogleraar sociologie Peper, die de benjamin inwijdde in de partijcultuur en hem onderwijl jenever leerde drinken tijdens de maaltijd.

Ofschoon Rottenberg naar eigen zeggen "gematigd' was, behoorde hij volgens de toenmalige bestuursleden Peper en socioloog B. Tromp tot de "radicalen'. Hij stelde zich radicaal op tijdens de kernwapendiscussie in 1981, met een minderheidsstandpunt: Nederland moest àlle kerntaken afstoten en de NAVO verlaten.

Tromp zag dat Rottenberg eerst meedeed aan de "intriges en machtspelletjes' in het partijbestuur en "later ontdekte dat het zo niet werkte'. Hij zag vooral hoe Rottenberg "vanaf de uiterste linkervleugel tot inkeer kwam'. Rottenberg kreeg steeds meer moeite met de rigide afwijzing van de kruisraketten door de PvdA, omdat het een "cliché' werd en de partij in een "isolement' dreef. “Het ging alleen nog maar over de kernwapens, alles was onderhandelbaar, behalve dat standpunt.”

Het stoorde Rottenberg bovenal dat in de partij geen "vrijzinnig onderzoek' en "openbare polemiek' mogelijk waren zoals in de Balie. Toen hij in 1984 in de Haagse Post lieten weten dat het "een burgerlijk zootje' was in de PvdA, was de breuk tussen Rottenberg en Max van den Berg een feit. Een door hemzelf geschreven artikel eind 1985 waarin hij de PvdA maande "geen anachronisme' te worden in "deze bavianenmaatschappij, de moderne prestatiemaatschappij met haar nieuwe elite', versnelde zijn afscheid.

Na zijn vertrek uit het partijbestuur bleef zijn hart bij de PvdA en richtte hij zijn verzet vooral tegen de partijcultuur in Amsterdam. Hij verweet het gemeentebestuur niet toegankelijk te zijn voor de Amsterdamse kunstwereld, en noemde voormalig loco-burgemeester W. Etty, nu penningmeester van de PvdA, een "corpsbal'. Etty: “Ik had van hem oog voor het bredere kader verwacht: juist de Amsterdamse grachtengordel heeft kortere lijnen naar het gemeentebestuur dan de mensen in de oude wijken of de allochtonen.”

Anderhalf jaar geleden zei Rottenberg publiekelijk "nooit meer een formele positie te willen bekleden in de PvdA'. Desondanks slaagde Peper erin hem lid te maken van de commissie-Van Kemenade, die deze zomer wijzigingen in de partijstructuur voorstelde. En sinds vorig weekeinde denkt Rottenberg "serieus' na over een eventueel voorzitterschap van de PvdA. De kans dat hij zich kandidaat stelt, schat hij "op dertig procent'.

Rottenberg: “Ik ben totaal overvallen. Tientallen mensen zeggen dat dit het moment is waarop ik mijn opvattingen in praktijk moet brengen. Inderdaad jeuken mijn handen nu de partij op imploderen staat. Maar ik vraag me ook af of ik het wel beter zou doen dan mijn voorgangers.” Hij zou de "kliekjesgeest' willen doorbreken door mensen uit de wetenschap en het bedrijfsleven naar de partij te lokken. Mogelijke thema's heeft hij al paraat: meer aandacht voor onderwijs, kunst en cultuur, een "agressief debat' met de vakbeweging over de verhouding inkomen- uitkering en een "heroriëntatie' van de politiek op haar taken.

Al is Rottenberg volgens sommigen "geen groot partijtheoreticus' en meent PvdA-strateeg Tromp dat hij "niet echt iets inhoudelijks heeft te vertellen', de "contactenmakelaar', "intellectueel entrepeneur' en "straatvechter' wordt door velen, ook door Etty en Tromp, wel in staat geacht de partij organisatorisch te vernieuwen.

Of het zover komt, hangt ook af van het profiel dat de PvdA van de nieuwe voorzitter zal vaststellen. “Men zal wel weer de voorkeur geven aan een degelijke bestuurder op wie men kan blindvaren, want dat doet men al tien jaar”, zegt de jonge PvdA-denker en wetenschapper P. Scheffer, een van de mensen die Rottenberg vorige week als kandidaat naar voren schoof: “De partij hangt nu van de grijze middelmaat aan elkaar. Een beetje grilligheid naast de zogenaamde ijzeren consistentie van Kok kan geen kwaad.”