Even schrikken in Den Haag

DEN HAAG, 9 SEPT. “Beangstigend”, zegt de Belgische minister van buitenlandse zaken, Mark Eyskens, over de zichtbare vijandschap tussen de Kroatische president Franjo Tudjman en diens Servische collega Slobodan Milosevic.

In de grote hal van het Vredespaleis in Den Haag, tijdens de opening zaterdagmorgen van de Joegoslavische vredesconferentie, komt het tot een harde confrontatie tussen de twee. “Volkerenmoord”, zegt Milosevic, dat is wat de Kroaten bedrijven tegen de Servische minderheid in hun republiek. “Een smerige oorlog”, werpt Tudjman tegen, waarin ziekenhuizen, bejaardenoorden en kleuterscholen door de Serviërs niet worden gespaard.

Eyskens is er zó somber door geworden dat hij op termijn de inzet van militaire middelen door de Gemeenschap niet meer uitsluit. Geen millimeter geven de beide huidige hoofdpersonen in de Joegoslavische stammenstrijd elkaar dan ook toe. De aanwezigheid van de twaalf EG-ministers van buitenlandse zaken, van premier Lubbers, Lord Carrington, van Commissievoorzitter Delors remt hen niet in het minst af, voorkomt hoogstens dat ze elkaar aanvliegen.

Elke poging olie op de golven te gooien door Lubbers en Van den Broek en ook door de federale president Stipe Mesic lijkt niet te hebben gewerkt. “Je kunt niet de klok terugzetten en met wapens structuren verdedigen die niet meer van deze tijd zijn”, zegt de Nederlandse minister-president die als eerste het woord voert. Er klinkt iets van afkeuring in door.

“We zijn hier bij elkaar om de rede een kans te geven”, zegt ook Van den Broek, die de conferentie leidt. Aanwezige Joegoslavische politici knikken. Ze willen immers allemaal een vreedzame regeling, zo blijkt uit hun daarop volgende redevoeringen. Aan hen heeft het immers niet gelegen dat de zaak uit de hand is gelopen, daaraan zijn anderen schuldig.

Als ze de koptelefoons van de simultaan-vertaling even afzetten, kunnen ze buiten het gejoel horen van meer dan tienduizend Joegoslaven. "Vrede', eisen ze, en zelfbeschikking. Aan hun vlaggen te zien, zijn het voornamelijk Albanezen uit Kosovo en Kroaten.

Pag.5:

EG-Joegoslavië: een opening in stijl

Als naderhand de Kroatische president Tudjman voorbij komt, juichen ze hem luid en lang toe, als ware hij een voetbalheld. Tudjman wil blijven staan om zijn populariteit bij de voornamelijk uit Duitsland en Zwitserland overgekomen Joegoslaven wat langer te genieten. De Nederlandse veiligheidsmensen jagen hem op: niet stilstaan. Sommigen hebben de hand aan hun wapen.

Zelfs de zo anders stoïcijnse minister Genscher is naderhand beduusd van de betonnen houding van Tudjman en Milosevic. “Het lijkt me het beste dat ik me op dit moment maar onthoudt van commentaar op de beide redes”, zegt hij, geheel tegen zijn natuur. Hij waagt zich ook niet aan prognoses over de conferentie, die na zaterdag onder voorzitterschap van Lord Carrington verdergaat. Voor komende donderdag heeft deze de federale minister van buitenlandse zaken en diens collega's van de zes deelrepublieken naar Den Haag geroepen.

De terughoudendheid van de Duitse minister van buitenlandse zaken wordt ongetwijfeld mede ingegeven door de harde kritiek die hij daags tevoren in Brussel van zijn EG-collega's heeft gekregen. Genscher moest ophouden bij elke gelegenheid te dreigen met erkenning van Slovenië en Kroatië, zo luidde de boodschap. De EG mag als bemiddelaar niet de indruk van partijdigheid geven; anders vervluchtigt de kans op een vreedzame regeling helemaal. In het vaste Duitse briefingzaaltje in het ministerie van buitenlandse zaken rept de man, die vorige week nog Van den Broek opjoeg om de conferentie al op deze zaterdag te houden, nu ineens van de “noodzaak tot grondige voorbereiding”, als hem wordt gevraagd waarom donderdag pas wordt verder gepraat.

Als er ten minste wordt doorgepraat, want Lord Carrington laat doorschemeren niet onder alle omstandigheden de reis naar Den Haag nuttig te vinden. Als het moorden blijft doorgaan, heeft het geen zin vijftienhonderd kilometer verderop over vrede te praten.

Op de vredesconferentie is niets van toenadering te bespeuren. Voor de Kroaten ligt alle schuld bij de Serviërs en de federale generaals. Servië is de sterkst bewapende communistische staat na de Sovjet-Unie, waarschuwt Tudjman de Europese ministers. De EG zou er goed aan doen Kroatië volkenrechtelijk te erkennen, dan zijn de voortdurende aanvallen van Servische en federale zijde tenminste illegaal verklaard, zo krijgen de EG-ministers te horen.

Drie sprekers later komt het antwoord van de Servische president Milosevic. En dat biedt al even weinig aanknopingspunten voor een compromis tussen de strijdende partijen. De crisis is alleen het gevolg van de “eenzijdige afscheidingspolitiek” van Slovenië en Kroatië, die de grondwet hebben geschonden. Illegale wapenimporten voor de milities deden de rest; de met dood en marteling bedreigde Servische minderheid in Kroatië kon niet anders doen dan zich verdedigen tegen de meedogenloze herhaling van de genocide, zoals men die van de Kroaten nog kent uit de Tweede Wereldoorlog.

“Als straks de EG-waarnemers op hun plaats zijn in de gebieden van Kroatië waar wordt gevochten kan de wereld zien wie de werkelijke aanstichters zijn van de gevechten”, zegt de Servische president naderhand in een gesprek met journalisten. Maar waarom was hij dan eerst tegen de EG-waarnemers? Nee, dat heeft men verkeerd begrepen: hij dacht dat het om gewapende EG-eenheden ging en dat kon natuurlijk niet. Toen minister Van den Broek hem later had verklaard dat het burger-waarnemers betrof, had hij het meteen goed gevonden, sterker, had hij er zelfs op aangedrongen.

Milosevic, Tudjman, noch een andere Joegoslavische leider gaat diep in op de door de EG-minister opgestelde verklaring, die zij in de grote hal van het Vredespaleis officieel als uitgangspunt van vredesproces aanvaarden. Tot genoegen van Kroatië staat daarin dat men nooit met geweld tot stand gekomen grenswijzigingen zal aanvaarden. Daaraan kan Kroatië vasthouden als het erom gaat de Serviërs te bewegen de veroverde gebieden te verlaten. De Serviërs kunnen intussen tevreden zijn met de verwijzing naar het Handvest van Parijs, dat zich verzet tegen eenzijdige afscheidingen zonder onderhandelingen.

Milosevic presenteert een ontsnappingsclausule die niemand overtuigt: het zijn niet ónze troepen die in Kroatië opereren, wij hebben geen grenzen geschonden. Het is de Servische minderheid in Kroatië zelf die actief is en daar heeft de Servische regering geen contact mee. En wat het recht op zelfbeschikking betreft? “Uitstekend, maar men mag zijn zelfbeschikking niet aan anderen opleggen”, zegt Milosevic. Zijn rivaal Tudjman wijst erop dat de Kroaten tot de oudste volkeren van Europa behoren en derhalve zonder voorbehoud recht hebben op zelfbeschikking. Kroatië zal ook geen centimeter van zijn grond prijsgeven, ook niet in onderhandelingen in het kader van de vredesconferentie onder auspiciën van de Europese Gemeenschap.

De Westeuropese ministers zitten er deze dag voornamelijk als toeschouwers bij. Vanuit de coulissen dringen zij aan op vrede, roepen zij de Joegoslaven op tot redelijkheid. Maar hun media laten ze vertrouwelijk weten er een hard hoofd in te hebben. De hele plechtigheid in het Vredespaleis is vooral bedoeld als demonstratie tegenover de Joegoslaven, als een poging hen wellicht een heel klein beetje onder de indruk te doen zijn, in de hoop dat het hen wat softer maakt.

Twee uur en een kwartier duurt de openingsbijeenkomst in het Vredespaleis. Ieder heeft zijn rede van papier gelezen en dat is het voor vandaag. Voordat de eigenlijke onderhandelingen kunnen beginnen, moeten eerst de waarnemers op hun plaats zitten. “Er is nog veel politieke druk en volharding nodig”, constateert minister Van den Broek na afloop bijna gelaten. Ook de montere pessimist Lord Carrington ontneemt de wereld via de honderden samengepakte journalisten in de kantine van buitenlandse zaken elke illusie op een snelle regeling. Met de onderkoeldheid Britse aristocraten eigen klinkt het: “Ik geloof dat ik zonder overdrijving kan zeggen dat het moeilijk wordt.”