EG stuurt slechts missies, geen divisies

Op dezelfde vergadering waar de EG-ministers eensgezind besloten hun conferentie over Joegoslavië ondanks alles toch te laten beginnen, ontzegden zij Polen, Hongarije en Tsjechoslowakije belangrijke hulp bij de opbouw van hun economie. Twaalf bewindslieden van buitenlandse zaken zoeken al twee maanden oplossingen voor een gewapend conflict, iets waarvoor de EG nauwelijks is toegerust, terwijl zij nalaten Oost-Europa tegemoet te komen op handelsgebied, waarop de EG een wereldmacht is.

Beraad na beraad hebben de EG-ministers gewijd aan Joegoslavië, sinds de oorlog daar is uitgebroken. Keer op keer onderstrepen zij tegenover de de pers dat zij hun uiterste best doen, sommigen desnoods met huilende soldatenmoeders erbij. En steeds weer sturen ze nieuwe missies naar het conflictgebied, die helaas weinig kunnen antwoorden op de vraag die ook bij dit gewapende conflict weer telt: hoeveel divisies heeft de EG?

In Polen, Hongarije of Roemenië gaan de diverse bevolkingsgroepen elkaar nog niet met tanks te lijf. Na de omwentelingen van 1989 zijn deze landen als dagelijks spektakel van het beeldscherm verdwenen. Ze werken nu, de één sneller dan de ander, aan de ontwikkeling van democratie en markteconomie, precies zoals het Westen hen altijd heeft voorgehouden. En het Westen geeft hun hulp. Er is een Oost-Europabank opgericht en als onze nieuwe vrienden erge honger krijgen sturen we hun boter en graan. Verder wordt er onderhandeld over associatie met de EG, wat behalve toetreding op lange termijn ook de export van Oosteuropese produkten betekent.

Vorige maand tijdens de staatsgreep in Moskou werd voor iedereen duidelijk dat het hervormingsproces niet zo soepel verloopt. De vraag rees hoe onomkeerbaar de hervormingen in de landen van Midden- en Oost-Europa eigenlijk zijn. De EG-ministers beloofden dat zij de banden met de nieuwe democratieën snel zouden aanhalen. Maar de coup hield niet lang stand en de belofte ook niet.

De Europese Commissie stelde vorige week voor de importtarieven voor groente, fruit en vlees uit Polen, Hongarije en Tsjechoslowakije de komende drie jaar met ruim de helft te verlagen en de hoeveelheid die mag worden ingevoerd met de helft te verhogen. De beperkingen op de invoer van textiel zouden na een zesjarige overgangsperiode moeten verdwijnen. Hierdoor zou de landbouwimport uit de genoemde drie landen stijgen tot 5,5 procent van de totale landbouwimport van de EG, de textielimport naar 4,5 procent, dus driest was dit voorstel al nauwelijks te noemen. Maar de ministers van buitenlandse zaken keurden het vrijdag toch nog af. De Fransman Dumas en zijn collega's uit Ierland en Portugal vonden het aanhalen van de banden wat te veel van het goede: de eigen boeren en textielfabrikanten zouden namelijk worden getroffen.

Ook een compromisvoorstel voor wat procentjes minder haalde het niet. Minister Dumas verklaarde zich wel bereid de export van de drie landen naar de Sovjet-Unie, hun traditionele markt, te subsidiëren.

Zo krijgen de nieuwe beleidsmakers in Warschau, Praag en Boedapest een lesje vrije markteconomie. Zij zien de kans op succes voor hun hervormingspogingen slinken, de teleurstelling bij hun bevolking groeien, en de populisten en nationalisten zich alvast opmaken voor de volgende verkiezingen.

De Deense minister van buitenlandse zaken Ellemann-Jensen zei vrijdag over de houding van Dumas cum suis dat “deze landen zich gedragen alsof ze op een andere planeet leven”. Vice-voorzitter Andriessen van de Europese Commissie waarschuwde al eerder tegen het vasthouden aan een Gemeenschap van twaalf alsof er omheen niets is veranderd. Zo'n behoudende politiek zou een terugslag in Oost-Europa teweeg kunnen brengen, zodat er nog meer Italiaanse patrouilleboten naar de Albanese kust moeten en nog meer grenswachten naar de Duits-Poolse grens - om alleen maar een gevolg voor de EG-landen zelf te noemen.

Andriessen zinspeelde er op dat de EG in de intergouvernementele conferenties die daarover al gaande zijn, de institutionele structuur nu nog extra moet versterken. Maar Ellemann-Jensen en Andriessen waren nauwelijks te horen in het kabaal van politie-escortes die de politici dit weekend naar het Vredespaleis brachten.

Als Lord Carrington de heren Milosevic en Tudjman even aan de praat zou kunnen houden, vinden de EG-ministers misschien alsnog tijd om zich leiders van een economische wereldmacht te tonen. Dumas moet zijn Franse boeren toch kunnen vertellen dat Europa net als in de vroege jaren vijftig rijp is voor dat succesvolle idee van de Fransen Monnet en Schuman: vrede en welvaart door integratie.

Demonstranten uit Kosovo voor het Vredespaleis in Den Haag waar zaterdag de internationale vredesconferentie over Joegoslavië werd geopend. (Foto NRC handelsblad- Vincent Mentzel)