Dramatiek, chaos en exotica in Gaudeamus Muziekweek

Gaudeamus Muziekweek 1991: Concerten door Radio Filharmonisch Orkest, Radio Kamer Orkest, Nieuw Ensemble en vele andere. Gehoord 2- 9-8-9 in Paradiso, de IJsbreker en Beurs van Berlage, Amsterdam.

De door de bacchanten verscheurde Orfeus dient te worden herboren: dat is de eeuwige opdracht voor de componist, aldus de Italiaan Pietro Borradori in zijn toelichting bij een door dramatische stiltes gekenmerkt Strijkkwartet. Het stuk werd uitgevoerd op de laatste dag van de internationale Gaudeamus Muziekweek door een Mondriaan Kwartet in topvorm. Over de uitvoeringen hadden wij toch al niet te klagen. De Gaudeamus-prijs van 10.000 gulden in de vorm van een compositie-opdracht voor een klein ensemble ging dit jaar naar de Noor Asbj⊘rn Schaathün. Zijn Actions, Interpolations and Analyses voor basklarinet en groot orkest klonk dramatisch-verscheurend en zat vol kleurige acties. Alleen was mij de betekenis van het Strawinsky-citaat uit de Symphonies of Wind Instruments niet geheel duidelijk, de befaamde bevroren akkoorden maakten een aangeplakte indruk en integratie bleef uit.

Een onderzoek naar relaties van allerhande materialen kenmerkte ook ... zur Nahe - voran van de Duitser Jörg Birkenkötter, waarin fraaie timbre-combinaties te bewonderen vielen, helaas niet zelden overspoeld door nerveuze klankuitspattingen. Maar het was nog helemaal niets vergeleken bij Pangaa van de Duitser Karl-Wieland Kurz, waarvoor het brede podium in de Beurs van Berlage nog veel te klein bleek. Pangaa is een metershoge partituur met liefst 110 systemen voor een symfonie vol begeleidingsfiguren als een samenballing van resten, krankzinnig complex. Ik herinner me niet in jaren zulk een chaotische compositie te hebben gehoord.

Het werk van Kurz sprong eruit, want in deze Muziekweek overheerste een gemiddelde: doorgaans goed gecomponeerde werken, maar zonder risico's, zonder oorspronkelijkje uitgangspunten, laat staan dat nieuwe wegen werden geopend. Tweehonderdtweeënnegentig composities uit zevenentwintig landen waren door de jury (Miroglio, Osborne, Kotonski, De Leeuw) teruggebracht tot twaalf en omdat dit voor een hele week te weinig was, selecteerde een tweede jury (Kerstens, Raxach, Loevendie) nog eens negentien werken, met een voorkeur voor jongere componisten.

Een verschil tussen de twee groepen was er niet, want ook de jonge generatie is op zoek naar een houvast in transformatieprocessen, soms schaamteloos omkijkend naar het verleden, zoals de Fransman Henri Pauly-Laubry, die Schönbergs dodekafonie uit de twintiger jaren nog eens van stal haalde.

Nieuw was een tendens bij de Italianen om de typische, zo favoriete Donatoni-stijl, flitsend virtuoos, in te ruilen voor een meer relaxte houding. Borradori noemde ik reeds, maar ook Giovanni Bonato (Yce drops, voor piano vierhandig) en Paolo Aralla (Modéré, voor basklarinet, fluit en piano) kozen voor een Nieuwe Melodieusheid, wat mij betreft een beetje van het te fletse soort.

De Engelse componisten blijven volharden in een puntachtig afzetten tegen alles wat herinnert aan de eigen traditie van dameshoedjes, high tea en Benjamin Britten. Luke Stoneham bezorgt de pianist in zijn extatische Body to Centre doelbewust kramp. Shocking voor een tijdje, maar omdat het geweld niet gedoseerd wordt en steeds maar doorgaat uiteindelijk alleen interessant voor de pianostemmer.

Opvallend was de grote hoeveelheid exotica: Gaudeamus als een Derde-Wereldfestival. Leuke, prikkelende bijdragen uit Mexico van Juan Trigos Ruanova (een folkloristisch Magnificat) en Ricardo Zohn-Muldoon (Crumb-achtige effecten in een zetting van het Quetzalcoatl-verhaal). George Crumb keek ook mee over de schouder van de Rus Zaur Fahradov in diens Nirvana voor twee piano's. Fahradov heeft aan vier noten genoeg om achttien minuten lang te kunnen boeien, en dat zegt genoeg!

Maar ook Choc voor een cellokwartet van Shuya Xu is gebaseerd op in principe slechts vier tonen. Zo reflectief als Fahradov zich toont, zo overmoedig-energiek componeert de Chinees. Een jeugdig elan sprak zeker ook uit Story II voor negen instrumenten van de Joegoslavische componiste Ana Mihaljovic. Als vorm origineel: geïnspireerd op de logaritmische spiraalvorm met 26 kamers van de zeeslak. De eerste impuls is belangrijk, de voortgang wordt bepaald door de matrix van die kamers. Vaak blijft dit soort ideeën papier, niet echter in de swingende Story van Mihaljovic. Het opnieuw in elkaar zetten van Orfeus, al die transformatieprocessen, zij vormden misschien in het verleden teveel een doel op zichzelf. Nu telt veel meer de pure esthetiek, de nieuwe melodieusheid. Maar alleen als deze gedragen wordt door een interne logica kan zij ook werkelijk boeien. En dat gebeurt helaas nog veel te weinig.