Brussel: Nederland moet massaal aan de olijfolie

AMSTERDAM, 9 SEPT. Elke dag een klein glaasje pure olijfolie, dat was de leefregel van Don Corrado Prizzi, capo van de gevreesde familie met die naam. Don Corrado, creatuur van de bestsellerauteur - en fijnproever - Richard Condon, wist wat hij deed. Misschien volgen de Nederlanders over een paar jaar wel zijn voorbeeld.

Olijfolie is het onderwerp van een promotiecampagne die half september zal losbarsten in de Nederlandse media. Het wordt een campagne met gastronomische zowel als medische kanten. De initiatiefneemster is de Europese Commissie, het dagelijkse bestuur van de Europese Gemeenschap, die heeft besloten dat Europa's waardering voor olijfolie moet worden opgevoerd. In het kader van het landbouwbeleid is daarvoor geld ter beschikking gesteld, net als voor het propageren van zuivel, van noten, van linnen en van druivesap. Alle vijf traditionele voortbrengselen, geproduceerd door kleine ondernemers (twee miljoen gezinnen in Griekenland, Italië, Frankrijk, Spanje en Portugal zijn voor hun levensonderhoud afhankelijk van olijfolie) die met moeite opboksen tegen de moderne tijd. Zuivel, noten en druivesap worden gesubsidieerd via bestaande afzetbevorderende instanties, zoals het Zuivelbureau; voor linnen en olijfolie heeft Brussel zelf het initiatief genomen. Sinds vorige week bestaat in Amsterdam, net als in de elf andere Europese hoofdsteden, een ”Olijfolie Informatie Bureau'.

De culinaire journalisten die vorige week aanwezig waren bij de proeverij-plus-lunch in Restaurant Excelsior te Amsterdam waarmee de campagne officieel werd geopend, waren verbaasd over het bericht dat het met de afzet van olijfolie niet goed zou gaan. Is olijfolie niet een gastronomisch produkt bij uitstek, en als zodanig pijlsnel in opkomst? Zeven jaar geleden nog was het een wonder als je het in een Nederlandse supermarkt aantrof, nu is het in iedere provincieplaats te koop, meestal in de sierlijke blikken van marktleider Carbonell. En zelfs de kwaliteit extra vergine, de koudgeperste variant die door fijnproevers wordt aanbevolen, is niet meer moeilijk te vinden.

Afgezien van een spraakmakende elite consumeert Nederland nog steeds zeer, zeer weinig olijfolie, een fractie van een liter per hoofd van de bevolking per jaar. Dat valt in het niet bij de halve liter per week (!) die iedere Griek, van jong tot oud, weet weg te werken. In Frankrijk, het vijfde produktieland in de EG, is overigens ook nog veel werk te verrichten: daar wordt per hoofd van de bevolking minder dan een halve liter per jaar verbruikt.

Olijfolie, waarmee sedert mensenheugenis koningen gezalfd en reizigers gelaafd zijn, lijkt voor de reclamemaker een droomprodukt, en niet alleen wegens zijn gastronomische merites. Het is de enige spijsolie die nog steeds echt geperst wordt en niet geraffineerd, of met chemische hulpmiddelen geëxtraheerd. Alle pogingen om de winning ingrijpend te stroomlijnen zijn tot nu toe mislukt; het blijft een uiterst arbeidsintensief procédé, met als opbrengst slechts een paar liter per boom, wat natuurlijk de belangrijkste oorzaak is voor de economische problemen van de producenten. Maar op de natuurzuiverheid van olijfolie zal in de komende oliecampagne ongetwijfeld worden gewezen, net als op het feit dat de 650 miljoen Europese olijfbomen een cruciale rol spelen bij het voorkomen van erosie van de dorre Middellandse-zeekusten.

Net als truffels en oesters, kaviaar en ganzelever heeft olijfolie een welhaast symbolische betekenis voor ieder die zich als fijnproever wil onderscheiden. Met een belangrijk verschil: zij is minder kwetsbaar, en veel goedkoper dan die andere lekkernijen. Meer dan vijftien gulden hoeft voor een liter van een acceptabele kwaliteit niet betaald te worden. Voor de beginner verdient het overigens aanbeveling om de olie in kleinere hoeveelheden te kopen, niet alleen omdat hij slecht tegen heel lang bewaren kan, maar ook omdat het dan makkelijker is om al proevend vast te stellen welke soort men zelf het lekkerste vindt. Er zijn grote smaakverschillen in olijfolie, van licht tot zwaar, van fruitig tot zeer sterk. Daarbij moet worden gezegd dat de afkeer die sommige Noorderlingen van het produkt hebben, niet zelden gebaseerd is op het proeven van olie die eindeloos (en dan nog in het daglicht) is bewaard, en dus domweg ranzig.

Maar wie eenmaal heeft ontdekt wat een scheut goede olijfolie voor een rijpe tomaat kan doen, hoe heerlijk een simpel gerecht als spaghetti met knoflook en (olijf)olie kan zijn, en hoe de fijnste olijfolie zelfs gewoon opgedept met brood een feest is, is voorgoed een liefhebber.

Een argument dat de Nederlanders naar verwachting nog meer zal aanspreken is, dat olijfolie de laatste jaren steeds meer als gezond wordt erkend. Van de meervoudig onverzadigde vetzuren die sinds de jaren zestig worden gepropageerd als middel in de strijd tegen hart- en vaatziekten bevat olijfolie aanzienlijk minder dan bij voorbeeld zonnebloem- of sojaolie. Veel verzadigde vetzuren, de boosdoeners waarmee boter en vlees vol zitten, zitten er ook niet in. Olijfolie bestaat voor driekwart uit enkelvoudig onverzadigde vetzuren (EOV's), waarvan tot voor kort werd aangenomen dat het effect zo'n beetje neutraal was.

Maar aanvankelijk op epidemiologische gronden - in de echte olijfolielanden is de sterfte aan hartinfarcten zeer laag - en later op grond van gedetailleerd onderzoek is steeds duidelijker geworden dat die EOV's juist iets heel moois doen in het lichaam. Zij verlagen het deel van het cholesterolgehalte in het bloed dat de kans op coronaire hartziekten verhoogt, het LDL-cholesterol, terwijl de andere, ”goede' helft van het cholesterol, het HDL, op peil blijft. (Dit baanbrekende vetzurenonderzoek, waarop in wat wel de Becel-lobby wordt genoemd met enige verwarring is gereageerd, is grotendeels verricht door de Nederlandse onderzoekers Katan en Mensink.)

Als het aan de Europese Commissie ligt zullen de gezondheidskundige merites van olijfolie in snel tempo ook tot de Nederlanders doordringen. De medische wereld wordt via een afzonderlijke campagne benaderd. In Amerika verschijnen inmiddels kookboeken met titels als The Mediterranean Diet, waarin de nieuwe dieetkundige inzichten in smakelijke recepten zijn omgezet.

Natuurlijk is het helemaal niet de bedoeling, aldus de Française Nicole Hugonnard-Roche (in de Brusselse wandelgangen heet zij Madame Olive Oil), die namens de Europese Commissie vanuit Brussel de campagne coördineert, om olijfolie te propageren als vervangingsmiddel voor boter. Welnee: het gaat er slechts om, een weinig bekend produkt dat veel waardevols heeft onder de aandacht van de consumenten te brengen... Bij de lancering van de campagne in het zuivelland Nederland werd ook nadrukkelijk gewezen op het feit dat het budget voor de promotie van olijfolie minder dan een derde bedraagt van dat voor zuivel.

Maar de voortekenen voor olijfolie zijn niet slecht. Het is chic, het is lekker, en het is ook nog gezond. Wat wil je nog meer als consument - of als reclamemaker? Het adres van het Olijfolie Informatie Bureau is Postbus 53031, 1007 RA Amsterdam. Telefoon 020-6731233 of 6731663.