Alberola wil het onzegbare zichtbaar maken

Jean-Michel Alberola: tentoonstelling van het door hem met litho's geïllustreerde Evangeliarium, aangevuld met schilderijen en tekeningen. In het Nijmeegs Museum Commanderie van Sint Jan, Nijmegen. Tot 23 sept. Ma-za 10-17 uur, zo 13-17 uur.

In de negentiende eeuw "bevrijdde' de beeldend kunstenaar zich van zijn opdrachtgevers. Sindsdien is hij een zelfstandig opererend individu. Hij is zijn eigen opdrachtgever en hoeft zich niet om regels of voorschriften te bekommeren. Hij volgt in zijn werk slechts zijn eigen "innerlijke stem'. Die innerlijke stem stelt hem in staat om, zo is ongeveer de algemene opvatting, beter en sneller dan gewone mensen de werkelijkheid te doorgronden en om veranderingen in de wereld te voorzien. Aan deze profetische eigenschappen en aan zijn "scheppende verbeeldingskracht' ontleent zijn werk betekenis; het kunstwerk verschaft immers kennis over de werkelijkheid. De kunstenaar is van ambachtsman "ziener' geworden.

Deze opvattingen hebben de kunst rond de eeuwwisseling een enorm élan verleend. Het ene experiment volgde het andere op, de beeldende kunst maakte een duizelingwekkende ontwikkeling door, met als één van de meest revolutionaire resultaten de abstractie.

Maar allerlei tekenen wijzen erop dat we aan het einde zijn gekomen van dit grote avontuur dat Modernisme heet. De hedendaagse kunst zit gevangen in een tredmolen van citeren, herkauwen en van onderzoekjes op de vierkante millimeter. Het kunstwerk heeft slechts zichzelf nog ten doel. Nieuwe visies zijn zeldzaam. Het élan is, kortom, ver te zoeken.

Eén van de redenen voor deze impasse is ongetwijfeld dat de "autonomie' - zowel van het kunstwerk als van zijn maker - die ooit zo bevrijdend was, nu juist tot barrière is geworden. De beeldend kunstenaar bevindt zich in een maatschappelijk isolement en is onzeker over zijn rol of "opdracht'.

Hierbij valt op dat in discussies en publicaties over de situatie in de hedendaagse kunst steeds een belangrijk aspect ontbreekt: de mogelijke rol van de opdrachtgever. Deze staat sinds de Romantiek, wat de beeldend kunstenaar betreft, in een tamelijk kwade reuk. Maar gemakshalve wordt hierbij vergeten dat de opdrachtgever in voorbije tijden niet een louter economische functie had. Hij had ook een belangrijk aandeel in het bepalen van de inhoud van het kunstwerk. In het ideale geval bestond er tussen kunstenaar en opdrachtgever een vruchtbare uitwisseling over de manier waarop de wereld verbeeld diende te worden, een uitwisseling die doorgaans niet zonder conflicten verliep.

Het is op dit moment dus niet alleen de beeldend kunstenaar wiens creativiteit lijkt te falen. Het ontbreekt hem ook aan opdrachtgevers met een visie. We moeten misschien eens af van het idee dat de kunstenaar uiteindelijk alleen zijn diepste innerlijk als inspiratiebron heeft en alles alleen moet doen.

In dit licht bezien is de expositie van Jean-Michel Alberola (in 1953 geboren in Algerije, sinds 1962 wonend in Frankrijk) in de Nijmeegse Commanderie van Sint Jan interessant. Alberola illustreerde in opdracht van het Franse Comité National d'Art Sacré het Evangeliarium, de bloemlezing van teksten uit de vier evangeliën die wekelijks wordt gebruikt in de katholieke liturgie. Deze opdracht komt voort uit het pauselijk voornemen om het Evangeliarium een meer hedendaags aanzien te geven. De hieraan verbonden eisen zijn in de tweede editie van de Ordo Lectionum Missae (1981) als volgt samengevat: "De boeken waaruit we het woord van God voorlezen wekken bij de toehoorders de herinnering aan de aanwezigheid van God die tot zijn volk spreekt. Daarom moeten we er zorg voor dragen dat deze boeken, die in de liturgische handeling teken en symbool zijn van een gewijde realiteit, werkelijk waardig, harmonieus en mooi zijn'.

Het door Alberola met litho's verluchte Evangeliarium is nu in Nijmegen te zien, aangevuld met voorstudies, tekeningen en enkele schilderijen. En het verwonderlijke is dat deze illustraties inderdaad "waardig, harmonieus en mooi' zijn. In plaats van een al te realistische weergave van personen en motieven - in de katholieke traditie meer dan eens ontaardend in een fetisjistische verering van relikwieën en vermeende "portretten' van Christus - koos Alberola voor een sterk symbolisch beladen abstrahering. Hij wilde, in zijn woorden, "het onzegbare zichtbaar maken'. De meeste van deze illustraties zijn transcendentaal en mystiek van karakter. Zo heeft Christus, wanneer hij al wordt afgebeeld, geen gezicht. In de Transfiguratie omgeven geeldgouden contouren het gekruisigde lichaam met zijn hangende, levenloze voeten; het rechterdeel gaat over in een in een gouden waas. Aldus verbeeldt Alberola op een ingehouden maar effectieve manier een van de meest mystieke momenten uit het evangelie. Elders fungeren enkele attributen als pars pro toto voor het verhaal, zoals in "Les Instruments de la Passion', of wanneer een waterkan met stralenkrans het verhaal van "La Samaritaine' verbeeldt. Alberola kan putten uit een rijke ikonografische traditie en heeft dat ook gedaan, maar tegelijkertijd zijn deze illustraties nieuw en origineel.

Alberola heeft een hoge opvatting van het kunstenaarsschap, zoals blijkt uit zijn signatuur: Actaeon fecit. Actaeon was de jager die werd gedreven naar de eenzame plek in het bos waar hij Artemis zich zag baden in een vijver. Hij werd hiervoor door de godin wreed gestraft. Artemis veranderde hem in een hert dat vervolgens door haar honden werd verscheurd. Actaeon, de kunstenaar, had iets aanschouwd wat geen sterveling ooit mocht zien en moest hiervoor sterven. Hier wordt dus weer de oude romantische opvatting van de kunstenaar als ziener gehuldigd. Maar dit stond het uitvoeren van een specifieke opdracht niet in de weg. Integendeel: Alberola's illustraties bij het Evangeliarium overtreffen zijn "autonome' schilderijen en tekeningen in beeldende kracht.

Za 21 sept organiseert het Studium Generale van de Katholieke Universiteit Nijmegen een congres over "Kunst en religie' met o.a. een lezing doorJean-Michel Alberola. Inf. 080-613083 (m.u.v. vrij).