Twee manieren van thee drinken: hoerig of stijlvol

Voorstelling: Een goed hoofd van Judith Herzberg door Orkater. Decor: Alex van Warmerdam; muziek: Gerard Atema; spelers: Peter Blok, Loes Luca en Olga Zuiderhoek; regie: Kees Hulst. Gezien 5-9 Toneelschuur, Haarlem. Te zien t-m 14-9 aldaar. Tournee t-m 21-11.

Er schuilt een verraderlijke en tegelijk intrigerende losheid in het toneelwerk van Judith Herzberg. Ze laat de acteurs elkaar ogenschijnlijk losse zinnetjes toewerpen, die het midden houden tussen poëzie en de stijl van alledaagse, vaak onaffe conversatie. Langzaam ontstaat uit de achteloos neergeschreven en trefzeker gedoseerde zinnen - die een explosieve lading bezitten - een hechte dramatische structuur.

Bij uitzondering heb ik, met opzet, haar in opdracht van Orkater geschreven nieuwe theatertekst Een goed hoofd niet van tevoren gelezen; houvast krijgt de toeschouwer evenmin uit het programmablad. We moeten taal en toneel bij de voorstelling als een verrassing beleven, de spanning van spel en verhaallijn voor het eerst ondergaan.

Judith Herzberg vertaalt grote abstracte gevoelens als Liefde, Eenzaamheid, Gehechtheid in toegankelijke dialogen en een gezelschap als Orkater transponeert haar dialogen op zijn beurt in muziek. Die muziek klinkt jazzy en begeleidt de handeling op een swingende, ontspannen manier.

Maar wees beducht voor de adders onder het gras! Een goed hoofd, gespeeld door Loes Luca, Olga Zuiderhoek en Peter Blok, is een tragisch juweel waar de fonkeling van de komedie overheen speelt. De begrafenis van een man, broer van de ene vrouw en minnaar van de andere, brengt de beide vrouwen samen. De rijke, adellijke Eveline (Olga Zuiderhoek), acterend alsof ze zojuist Couperus heeft gelezen, raakt verstrikt in liefde voor de rauwe, aardse Mitzi (Loes Luca). Het zijn niet alleen twee tegengestelde temperamenten die zich tot elkaar voelen aangetrokken, ook twee leefstijlen en sociale klassen, kortom: twee manieren om thee te drinken.

Een man (Peter Blok) wisselt gestaag van rollen en behoudt uiteindelijk een drama, dat van de onbeantwoorde liefde van de rijke dame. "Adel, dat betekent het ontwijken van vragen," concludeert de wilde, in knallende kleuren geklede Mitzi en daarmee geeft ze een kenmerkende Herzberg-zin ten beste. Laconiek, en meteen in de diepte.

Met Een goed hoofd zet Judith Herzberg de lijn voort van Kras, enkele seizoenen terug gespeeld. De verwarring die mensen bevangt wanneer zij plots, gedwongen door omstandigheden, in elkaars gezelschap verzeild raken. Onstuimige liefdes of pijnlijke herinneringen dienen zich aan. Bij Orkater heeft de, zover ik weet, niet-Orkater regisseur Kees Hulst de nadruk gelegd op het komedianteske van het toneelstuk. Elk van de los aaneengeregen scènes trekt de toeschouwer meteen in de slapstick, terwijl bij terugblik vooral het wrange blijft. Die tegenspraak tussen onmiddellijke toneelervaring en reflectie na afloop past wonderwel bij Een goed hoofd, dat in al zijn flitsende snelheid veel omvattender is dan de anderhalf uur die de voorstelling duurt.

De muzikanten van Orkater zijn in de hoogte gestapeld langs een ijzeren stellage. Aan hun voeten spelen de beide actrices en de acteur uitgelezen toneel. Olga Zuiderhoek heeft aan een enkel miniem gebaar of een oogopslag voldoende om haar uit tegenstellingen opgebouwde karakter vorm te geven. Ze geeft gehoor aan haar grillige impulsen, hoe onbegrijpelijk die ook voor de anderen zijn, maar begrijpelijk gedrag staat niet in haar adellijke woordenboek. Loes Luca beschikt over een tantaliserende energie, waarmee ze de voorstelling een uitdagende toon geeft. Ze voert haar spel van afstoten en drang tot ongebondenheid zover door, dat ze het tot slot met bitterheid moet bekopen. Onvrede drijft haar, en die onvrede zit in haar onrustige, heupwiegende, door de kostumering pront van contouren voorziene lichaam. Peter Blok lijkt, als grondbezitter, afkomstig uit Tsjechov in zijn halsstarrigheid van de pijproker en onmacht de zieleroerselen van een ander als belangrijk te accepteren.

Olga Zuiderhoek zegt halverwege de voorstelling dat ze "soeverein" zou willen zijn. Dit woord roept een wereld van gedrag op, namelijk onafhankelijk te zijn, als van steen, onaantastbaar voor de invloed van anderen. Ooit had zij als scholier een "goed hoofd" om te leren. Eigenlijk heeft ze aldoor niets anders gewild dan dat goede hoofd af te schaffen en te leven. Dat is onmogelijk; adel, distantie en rijkdom kleven haar aan. Daarop is Mitzi jaloers. Het is een onoplosbaar dilemma, de twee manieren van theedrinken. Grof of met het pinkje geheven. Hoerig of stijlvol. Niemand ontkomt aan zijn eigen schaduw of aan het beeld dat anderen van hem hebben. Daar gaat, in het groot, al het toneel over, en Een goed hoofd door Orkater op uiterst vernuftige en lucide wijze.