The Butchers samen in een doolhof

Concert: The Butchers of Distinction,gehoord: 6-9 BIMhuis, Amsterdam

'Moeder ik wil jazzmuzikant worden !' 'Jongen, zou je dat nu wel doen ?' Hadden de uit Londen afkomstige Butchers of Distinction maar beter naar hun moeders geluisterd. Hadden ze het maar bij dwepen gelaten, het draaien van plaatjes en het bekijken van oude foto's. Lester Young met zijn porkpie hat, Dexter Gordon sfeervol omkringeld door de rook van zijn sigaret, Miles Davis met een vinger in zijn oor, dat was nog eens romantiek.

Waren de Butchers, toen het artiestenbloed blijkbaar toch stromen moest, maar tevreden geweest met hun wekelijkse schnabbel in de soos van de buurt. De jeugd van de straat houden met swingende dansmuziek, dat is toch niet niks. Maar nee, de Butchers wilden improviseren en veroordeelden zich daarmee tot vrijheid, de droom van het genie, de valkuil voor elk middelmatig talent. Want improviseren kan en doet natuurlijk iedereen, van zijn zuigelingen-ouverture tot zijn laatste snik. Het hoort bij het leven en het doodt de tijd. Dat laatste lijkt ook bij de Butchers van het grootste belang. Niet een ritmisch gegeven, toonsoort of accoordverloop bepaalt hun improvisaties, slechts het vullen van de tijd lijkt van belang. Een aardig themaatje van een minuut, vier keer twee minuten onzin en dan weer het thema, opnieuw van een minuut. Hoor moeder, dit is jazzmuziek. De tijd tussen de themastukken wordt gevuld met spontane duo- en trio-improvisaties. I have to follow him, legt de saxofonist het publiek uit, wijzend naar de vibrafonist. Het zal wel goed bedoeld zijn, maar wie leidt wie als men samen in een doolhof zit ?

Kunnen die Butchers dan helemaal niets ? Jawel hoor, zo blijkt in het laatste stuk voor de pauze waarin op basis van een jungle-beat heel vaardig wordt uitgepakt. Ook in het melodieuze nummer na de pauze wordt met succes aan de dansspieren geappelleerd. Het komt met die Butchers dus misschien nog wel goed. Maar dan geen basklarinet meer spelen zonder kennis van het rietje en vooral minder improviseren.

'Moeder, ik wil jazzmuzikant worden.'

'Jongen, doe toch gewoon.'