Steeds vaker sterfgevallen door volle intensive care

RSUM, 7 SEPT. Hij werd maandagmorgen voor een eenvoudige operatie opgenomen op de afdeling urologie van het streekziekenhuis in Hilversum. De volgende dag zou hij aan de beurt zijn. De cardioloog, bij wie hij al jaren onder behandeling was, onderzocht hem poliklinisch en had geen bezwaren tegen de operatie. Hij gaf daarvoor schriftelijk zijn toestemming. Eigenlijk was er niets om je zorgen over te maken.

Voor de uroloog zou het een routine-operatie zijn. Bij zijn ronde over de afdeling om ongeveer half drie 's middags constateerde hij dat de man er vaal uitzag. Misschien was er cardiologisch toch iets mis. Hij vroeg de zuster of de cardioloog al langs was geweest. Een half uur later belde de assistent van cardiologie: het was bekend dat de man rugklachten had, die waren 's morgens weer opgekomen, dat was geen reden om niet te opereren. Voor de uroloog was er toen geen reden meer om de man nog eens te bekijken. Aan het eind van de middag ging hij naar huis.

Om zeven uur belde de verpleegkundige van de afdeling hem. De man had pijn, wat te doen? Afgaande op de rugklachten schreef hij een middel voor. Toch was hij er niet helemaal gerust op. Een half uur later besloot hij zelf te gaan kijken. Toen hij de man zag liggen schrok hij. De patiënt zag er vaal uit en had veel pijn. Omdat de man pijn achter in de rug had dacht de uroloog aan een niersteenkoliek. Een tik op de betreffende plaats gaf echter geen bijzondere reactie. Bij een niersteenkoliek zou de patiënt dan hevige pijn hebben gevoeld.

Een acuut aneurysma was zijn volgende gedachte. Een aneurysma is een verwijding van de lichaamsslagader. Die gaat gepaard aan een verzwakking van de vaatwand, waardoor de kans groot is dat die scheurt. Als er dan niet wordt ingegrepen bloedt de patiënt dood. Naar gangbaar inzicht heeft een patiënt met een acuut aneurysma die op de operatietafel komt een kans van 40 tot 60 procent om te overleven. Als er dan al een shocktoestand is ingetreden bedraagt die kans nog maar 20 procent. Er moet dus zo snel mogelijk worden geopereerd. Elke minuut die verstrijkt verkleint de kans op overleven.

Geplande aneurysma-operaties worden in het streekziekenhuis Hilversum wel gedaan, maar acute niet. Vooral wat er rondom de operatie gebeurt, zoals anesthesie, is anders en moeilijker dan bij geplande operaties. Routine is dan een belangrijke factor. Een patiënt met een acute aneurysma wordt zo snel mogelijk naar een groot ziekenhuis in de buurt gebracht.

Om vast te stellen of er inderdaad sprake was van een acuut aneurysma liet de uroloog onmiddellijk een röntgenoloog, een internist en een chirurg bellen. Die zijn meteen gekomen. Nog voor half negen was de diagnose met zekerheid gesteld. Nu was het zaak een ziekenhuis te vinden dat de man kon hebben. Direct begon men te bellen. Ondertussen bracht men de man naar de eerste hulp om hem meteen in de ambulance te kunnen rijden. Naar verwachting zou hij binnnen een kwartier à twintig minuten kunnen vertrekken.

Eerst werd het Antoniusziekenhuis in Nieuwegein gebeld. Hoewel dit geen academisch ziekenhuis is heeft het een zeer grote ervaring met ingewikkelde operaties. Er was een operatiekamer beschikbaar, maar geen intensive-carebed. Het Sint Antonius heeft 27 IC-bedden - in de winter iets meer, omdat er dan minder mensen op vakantie zijn - en die waren allemaal bezet.

Vervolgens werd het Academisch Ziekenhuis in Utrecht gebeld. Dit beschikt over maar liefst 42 IC-bedden. Maar ook deze waren allemaal vol. Aanvragen voor uitbreidingen met in totaal 18 bedden zijn ingediend, maar tot nog toe niet gehonoreerd.

In het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam, dat daarna werd gebeld, waren alle operatiekamerteams bezig. Ze konden de man daar dus niet direct opereren. Bovendien was er geen enkel IC-bed vrij. Hoewel ze er 25 hebben doet die situatie zich regelmatig voor. Uitbreiding met zes bedden is aangevraagd. Als het echt niet zou lukken om de patiënt ergens onder te brengen, zou men hem na een tweede telefoontje wel accepteren. Dat is de gebruikelijke procedure in het AMC. Hij zou dan echter niet onmiddellijk kunnen worden geopereerd, hoogstens gestabiliseerd.

In Hilversum werd koortsachtig verder gezocht naar een ziekenhuis waar de man wel direct geopereerd kon worden. Inmiddels was de vaatwand geperforeerd en begon het door te bloeden. De man raakte in shocktoestand.

Het VU-Ziekenhuis in Amsterdam had operatiecapaciteit beschikbaar, maar ook hier lag de intensive care helemaal vol. Dezelfde avond heeft het ziekenhuis ook nog een andere patiënt moeten weigeren. Met het ziekenhuis de Lichtenberg in Amersfoort en met het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis in Amsterdam werd tegelijk overleg gevoerd. De Lichtenberg kon de man hebben, waarop de mogelijkheden in het OLVG verder niet meer aan bod zijn geweest. Omstreeks elf uur, 2,5 uur nadat speurtocht naar een operatieplaats was begonnen, reed de ambulance weg.

De toestand van de patiënt was toen al erg slecht. De assistent van de uroloog die in de ambulance meereed heeft hem onderweg gereanimeerd. Enkele minuten na aankomst in het ziekenhuis in Amersfoort overleed de man. Hij is niet meer op de operatietafel geweest.

Het is de tweede keer binnen twee maanden dat men in Hilversum er niet op tijd in slaagde een ziekenhuis te vinden waar een patiënt met een acuut aneurysma direct kon worden geopereerd. Ook voor die andere patiënt duurde het tweeënhalf uur. Dat was te lang: hij is op de operatietafel overleden.

Met name de laatste twee jaar komt het in vrijwel het hele land voor dat kleinere ziekenhuizen patiënten met al te grote complicaties niet kwijt kunnen in een "topziekenhuis' in de omgeving. Weinig ziekenhuizen hebben zoveel topklinieken in de buurt als het streekziekenhuis Hilversum. Maar steeds vaker ligt de intensive care overal vol.

“Je mag van een ziekenhuis niet te allen tijde verwachten dat ze aan de vraag voldoen”, zegt J. Remmen, inspecteur voor de volksgezondheid in de provincie Utrecht, waaronder het AZU en het St. Antonius vallen. “Dat neemt niet weg dat er een structureel tekort is aan IC-capaciteit. Maar men doet pas met recht een beroep op uitbreiding daarvan als men kan aantonen dat men optimaal omgaat met de bestaande capaciteit. Ik denk dat die situatie nog niet overal optimaal is gerealiseerd.”