R. VENETIAAN; Schuwt confrontatie niet

“Een man met tien schone vingers.” Met deze woorden prees Nieuw-Frontleider H. Arron enkele maanden geleden presidentskandidaat Ronald Venetiaan (55) bij het Surinaamse volk aan. Sinds 1973 was Venetiaan, met enkele onderbrekingen, minister van onderwijs. Rijk werd hij in elk geval niet van zijn openbare functie en dat kunnen niet alle Surinaamse politici zeggen. Venetiaan woont nog steeds in dezelfde eenvoudige woning te Paramaribo.

De aanwijzing van Venetiaan als presidentskandidaat aan de vooravond van de parlementsverkiezingen op 25 mei was binnen het vier partijen tellende Nieuw Front niet onomstreden. In kringen van de (hindoestaanse) Vooruitstrevende Hervormings Partij (VHP) zien sommigen hem als een wat al te nadrukkelijke vertegenwoordiger van het creoolse volksdeel. VHP-politici waarschuwden voorzitter Arron van de (creoolse) Nationale Partij Suriname (NPS) zelfs om Venetiaans kandidatuur niet al vóór de verkiezingen van 25 mei bekend te maken. Want dat zou stemmen gaan kosten onder de Aziatische kiezers. De aan het leger gelieerde Nationaal Democratische Partij (NDP) speelde ongegeneerd in op de raciale sentimenten door een affiche van de bebaarde Venetiaan te verspreiden met de tekst “Wie stemt op deze baviaan?”

"Vene' dankt zijn creoolse imago behalve aan zijn uiterlijk ook aan zijn politieke activiteiten in de jaren zestig en zeventig. Als cultuurbewuste nationalist van het eerste uur voelde hij zich sterk aangetrokken tot de Partij Nationalistische Republiek (PNR). Deze radicale partij joeg als grootste voorvechter van de Surinaamse onafhankelijkheid de hindoestanen tegen zich in het harnas.

Dat Venetiaan toch bij de NPS aansluiting zocht, heeft minder met opportunisme dan met realiteitszin te maken. Alleen via een grote partij kan men volgens Venetiaan de Surinaamse samenleving veranderen.

In zijn studententijd te Leiden was Venetiaan voorzitter van de Surinaamse studentenvereniging. Halverwege de jaren zestig keerde hij terug naar Suriname. Hij werd leraar wis- en natuurkunde aan de Algemene Middelbare School te Paramaribo en enkele jaren later directeur.

Venetiaan viel pas echt op als vakbondsleider tijdens de stakingen van 1969 die een eind maakten aan de politieke carriere van NPS-leider "Jopie' Pengel. Diens opvolger Arron koos Venetiaan begin jaren zeventig als minister van onderwijs. Hij zette zich onder meer in voor de versterking van het beroepsonderwijs en de "Surinamisering' van de sterk op Nederland georiënteerde onderwijsprogramma's.

Volgens degenen die hem van nabij kennen, is Venetiaan een rustige persoonlijkheid met een sterk eigen oordeel. De nieuwe president zal zich aanzienlijk meer laten gelden dan zijn voorganger Shankar, die tot aan de "telefooncoup' van december regeerde. Waar Shankar een poppetje aan een touwtje was van de politieke leiders van het Front, en vooral van VHP- en parlementsvoorzitter J. Lachmon, zal Venetiaan zich veel meer opstellen als een president met executieve bevoegdheden.

Binnenskamers heeft hij de Frontleiders al laten weten “geen herhaling” van de vorige periode te wensen. “Ik moet duidelijk maken dat ik de dirigent van het orkest ben”, zo liet hij zich ontvallen. De grondwet biedt hem ook de mogelijkheden. De nieuwe vice-president, Jules Adjodia (VHP), zal minder ruimte krijgen dan vice-president Arron, die in de vorige periode als de feitelijke regeringsleider optrad.

Voor Venetiaan lijkt ook de tijd van halfzachte compromissen met het leger voorbij. Na de militaire coup van afgelopen kerstmis was hij de enige bewindsman die niet vrijwillig vertrok, maar zich liet ontslaan. Enkele weken geleden gaf hij zijn visitekaartje af door in het openbaar de "militaire optie' open te laten bij de oplossing van het drugsvraagstuk. Volgens ingewijden gaat Venetiaan een confrontatie met de militaire top niet uit de weg, al zal hij ook al zijn tactisch vernuft gebruiken.

Venetiaan wil de banden met Nederland graag aanhalen. Maar hij wenst wel eerst te weten waar Suriname met dat Haagse "Gemenebestplan' precies op kan rekenen. “Is Den Haag bereid "rugdekking' te geven als het er werkelijk op aan komt de (militaire) cocaïne-mafia aan te pakken?”, is een van de vragen van de nieuwe Surinaamse president. Informele contacten hebben hem nog geen bevredigend antwoord verschaft.

Venetiaan begint aan de moeilijkste taak die een Surinaamse president ooit heeft gehad. Hij moet leiding geven aan een land waar de drugsmafia de gehele samenleving ondermijnt, waar door het leger gesteunde gewapende groepen grote gebieden beheersen, waar een op de zes kinderen ondervoed is, en waar het geld op is.