Pompoen en asperges als smaakmakers nieuwe roman

De groentesalon is gratis te bezichtigen van za 7 t-m woe 11 sept. Za-zo 12-17 uur, ma-woe 10-17 uur en 19-22 uur. Inl. 03405-70658 Atte Jongstra: Groente. Roman. Uitg. Contact, ƒ 34,50

BUNNIK, 7 SEPT. “Een uit de hand gelopen grap”, zo omschreef een medewerker van uitgeverij Contact de expositie Groentesalon die ter gelegenheid van Atte Jongstra's tweede roman, Groente, in huize Oud-Amelisweerd is ingericht. De Groentesalon in de kamers op de begane grond van het landhuis omvat bijdragen van maar liefst 46 kunstenaars, inclusief het schilderen naar levend model in de tuin door Jurriaan van Hall.

Voorafgaand aan de opening van de salon werd een eerste exemplaar van de roman op de zolder ten doop gehouden. Bij de verschijning van zijn vorige roman, De psychologie van de zwavel (1989), waren ook kosten noch moeite gespaard. De presentatie daarvan had plaats in de Oude Kerk in Amsterdam en ging gepaard met toeters en bellen in de vorm van een orgelconcert, een preek en nog enkele spirituele activiteiten.

Gistermiddag in Oud-Amelisweerd hield de schrijfster M. Februari (zichzelf spaarzaam begeleidend op een trekharmonica) een korte inleiding over de harmonie der sferen, waarna de schrijver zelf iets voorlas uit het boek Het geluk van de tuin - dat, aldus Jongstra, niemand toch ooit zou inkijken - over hoe men tuinman wordt. Dr. A. Zeven, wetenschappelijk medewerker aan het Instituut voor Plantenveredeling van de Landbouwuniversiteit in Wageningen, hield een kort college met lichtbeelden over de verschijningsvormen van groenten op oude afbeeldingen. De geleerde had na studie vastgesteld dat bijvoorbeeld de penen en de peulen zoals wij die kennen een paar eeuwen geleden niet dezelfde kleur en smaak hadden. Hetzelfde geldt voor de rode kool (eigenlijk purper) en de savoiekool. De voordracht van een gedicht en het muzikaal gedeelte dat nog volgde was voor velen aanleiding om alvast de groentekunst te gaan bezichtigen, zodat het hoogtepunt, de overhandiging van het eerste exemplaar van de roman, niet de luister kreeg die was bedoeld.

Het verschijnen van het boek leek opeens in dienst te staan van de opening van de expositie. Tot het laatste moment was het aantal deelnemende kunstenaars toegenomen en in de zalen is nu werk te zien van Hans Aarsman tot en met Peter Zegveld. De kunstenaars maken gebruik van verse groenten, maar ook van gloeilampen, monitoren of gewoon linnen waarop een schildering is aangebracht.

Jan Verburg noemde zijn drie meter hoge doek "Kain en Abel' en daarop zijn twee dames te zien die weelderig tussen groente liggen uitgestald. Direct daaronder stond een klein gedekt tafeltje met bordje, bestek en servet van Pau Groenendijk onder de titel "Here zegen deze spijze'. In de hoek van dezelfde ruimte lag op een grote zwarte sokkel een reusachtige pompoen. De sokkel liet eens in de pakweg dertig seconden een omfloerste dreun horen, als klopte hier het hart van de groentesalon. Dit werk van Zegveld kreeg als titel "Oogst' mee.

Van Adrienne Norman hing er een foto van een Lucretia-achtige dame die een mes vasthoudt ter hoogte van haar schaamstreek. Naast haar stond een dichtgeklapt gasfornuis waarop grote asperges lagen. "Hangtoestel' van Jan Dietvorst was uit het leven gegrepen: aan een soort kapstok hingen zestien netjes met uien.

Met Groente van Atte Jongstra heeft dit alles strikt genomen niets te maken, hoewel de roman naar verluidt in de kamers van Oud-Amelisweerd tot stand gekomen is. Jongstra verhaalt over capucijners, tuinbonen, bloemkool en de liefde voor een Zweedse. De functie van alle weetjes en preekjes over groente in de roman is niet altijd zonneklaar en de vraag dringt zich naar voren of het verhaal wel opgewassen is tegen al die wetenswaardigheden in de roman. Bij de presentatie moest het boek het in ieder geval afleggen tegen de aanwezigheid van zoveel gevarieerde andere groentekunst.