Opstand binnen verzet Soedan nog niet voorbij

NAIROBI, 7 SEPT. De rebellie binnen het Soedanese Volksbevrijdingsleger (SPLA) duurt voort. Toen drie prominente SPLA-commandanten eind vorige week een verklaring publiceerden tegen SPLA-leider John Garang, onthulden zij een publiek geheim. Garang is een dictatoriaal en arrogant leider. Zijn streven naar een verenigd, democratisch Soedan in plaats van onafhankelijkheid voor Zuid-Soedan, ontvindt onvoldoende steun onder de zwart-Afrikaanse Zuidsoedanezen.

Eerdere berichten als zouden de drie opstandige commandanten door Garangs troepen zijn gearresteerd, blijken onjuist. Vol vertrouwen stonden de drie donderdag enkele journalisten te woord bij het Zuidsoedanese stadje Nassir. “Zeker vier andere hoge commandanten hebben heimelijk hun steun voor ons uitgesproken. Binnenkort zullen zij zich openlijk tegen Garang richten”, aldus de leider van de rebellie, Riek Mashar. “Het is een kwestie van tijd.”

Riek beschuldigt Garang van dictatoriaal optreden. “Hij houdt het Hoge Militaire Commando, het hoogste beleidsorgaan binnen het SPLA, niet op de hoogte van de vredesbesprekingen. Al jaren is dit bestuursorgaan niet bijeengeweest. Wij commandanten weten bij voorbeeld niets over de vredesbesprekingen in Nigeria.”

Rieks beschuldiging die het meeste aandacht kreeg in de pers, betreft de gedwongen recrutering van minderjarige kinderen in het SPLA. Buitenlandse hulpverleners weten al enkele maanden van de aanwezigheid van ongeveer 10.000 kinderen bij het stadje Pochala, in door de SPLA beheerst Zuid-Soedan. Het betreft veelal wezen die ruim twee jaar geleden naar de regio Gambela in Zuidwest-Ethiopië uitweken. Arabische milities hadden met steun van het Soedanese regime hun ouders vermoord en hun zusters ontvoerd. In 1989 verbleven er 16.000 wezen in het kamp Funido in Gambela. Na de machtswisseling in mei in Ethiopië keerde een deel van hen terug naar Zuid-Soedan.

Het SPLA handhaafde samen met de soldaten van de inmiddels verdreven Ethiopische president Mengistu de orde in Gambela. Het SPLA, dat over ten minste vier trainingskampen in Ethiopië beschikte, recruteerde manschappen onder de vluchtelingen. Volgens een leraar die in Gambela les gaf aan de wezen, werd hun op aandrang van Garang ook een militaire opleiding gegeven.

Volgens Riek worden niet alleen wezen gerecruteerd. Kinderen zouden aan hun ouders worden ontfutseld onder de valse belofte van scholing. Pas later blijkt het om een militaire opleiding te gaan. Overigens zijn in Afrika kinderen die dienen in guerrillabewegingen geen uitzondering maar eerder regel.

Beschuldigingen over Garangs dictatoriale leiderschap zijn zo oud als het SPLA zelf. In 1984 werd de gerespecteerde ouderling Joseph Oduho, die zich zojuist vrijwillig bij het SPLA had aangesloten, op Garangs bevel gearresteerd. Enkele jaren later “verdween” na een conflict met Garang SPLA's tweede man Kerobino Kwanyin.

Joseph Oduho ging in 1988 na een korte periode van vrijheid opnieuw de cel in. Dit keer pakten Ethiopische geheim agenten hem op in zijn woonplaats Debre Zeit, iets buiten Addis Abeba. Hij was niet de enige gevangene die op bevel van John Garang in Ethiopië werd opgepakt. Toen na de val van Mengistu in juni de Ethiopische gevangenisdeuren opengingen, bleken zich veel Soedanezen in de cellen te bevinden. In SPLA-Zuid-Soedan zijn de namen van enkele tientallen politieke gevangenen bekend. Amnesty International spreekt in een onlangs uitgebracht rapport over martelingen in SPLA-gebied.

Na een muiterij in het regeringsleger in 1983 richtte de gedeserteerde regeringsmilitair John Garang het SPLA op. Een jaar later waren zijn troepen in hevige gevechten verwikkeld met een andere Zuidsoedanese guerrillabeweging, Anyanya II. Het SPLA won.

Anyanya II recruteerde zijn aanhang onder de minderheidsstammen, de Nuer en de Shiluk. Doel van de strijd was onafhankelijkheid voor het zwarte Zuid-Soedan. In het SPLA overheerst Zuid-Soedans grootste stam, de Dinka. Het SPLA streeft onder Garangs leiderschap naar een nieuw, democratisch Soedan waarin de zuiderlingen een evenredig aandeel hebben in de nationale welvaart.

Onafhankelijkheid van Zuid-Soedan of de bevrijding van heel het land. Dit traditionele twistpunt tussen de Zuidsoedanezen in hun strijd tegen het centrale gezag in Noord-Soedan, is met de rebellie in het SPLA opnieuw aan de oppervlakte gekomen. Riek, een Nuer uit West-Boven-Nijl, vindt als tussenoplossing afscheiding van het zuiden aanvaardbaar, indien dit tot vrede leidt. Hij beschuldigt Garang ervan absoluut niet geïnteresseerd te zijn in vrede.

Riek is commandant van het gebied rond Nassir. Hij wordt gesteund door Koang Chol, commandant van Torit en door Lam Akol, tot voor kort SPLA-woordvoerder in Addis Abeba en Londen. Tezamen controleren zij een aanzienlijk deel van SPLA-Zuid-Soedan. De drie houden zich op in het moerasgebied van Nassir, waar zelfs in de droge tijd een militaire operatie door Garang moeilijk zal zijn.

In april 1989 zei Riek in Zuid-Soedan in een vraaggesprek: “Hoe goed je ook werkt, wanneer je geen civiele structuur opzet, verlies je de oorlog toch. Als je de bewoners niet toont dat je kan regeren, verlies je hun steun”. Riek behoort tot de SPLA-commandanten die veel nadruk willen leggen op steun aan burgers in guerrillagebied. In Nassir verwierf hij in de laatste maanden een goede naam onder hulpverleners wegens zijn doelmatige opvang van teruggekeerde Zuidsoedanezen uit Ethiopië.

Riek is een goed opgeleide welbespraakte commandant. De monddood gemaakte intellectuelen in het SPLA zullen zijn coup tegen Garang vrijwel zeker steunen. Zij willen van het SPLA een democratische bevrijdingsorganisatie maken die als een alternatieve regering kan functioneren. Voor Garang is vechten het hoofddoel en in een leger heerst er geen democratie.