Opnieuw censuur in Indonesië

JAKARTA, 7 SEPT. Tempo, met een oplage van 160.000 exemplaren het grootste weekblad van Indonesië, verschijnt deze week met twee blanco kolommen. Volgens hoofdredacteur Gunawan Mohamad kreeg het blad afgelopen weekeinde bezoek van twee leden van de leger voorlichtingsdienst die hem “vriendelijk maar met klem” verzochten geen aandacht te besteden aan een bezoek dat Oosttimorese jongeren vorige week brachten aan het parlement. De jongeren hadden hun beklag gedaan over niet nagekomen beloften van een uitzendbureau dat wordt geleid door een dochter van president Soeharto.

In de inhoudsopgave van deze week kondigt Tempo een artikel aan over het onderwerp, er staat een foto bij van de het bezoek, maar op de desbetreffende pagina zijn twee kolommen opengelaten. Dit zichtbare bewijs van censuur is zeer uitzonderlijk in de Indonesische pers.

Op 30 augustus hoorde het parlement in Jakarta een klacht aan van 29 jongeren uit Oost-Timor, een voormalige Portugese kolonie, die Indonesië in 1976 annexeerde en die tot vandaag de armste provincie van het land vormt. Ze zeiden te spreken namens 355 Oosttimorese arbeiders. Volgens de delegatie waren 72 van hen aangeworven door Tiara Indonesia, een particuliere stichting, die hen goed betaalde arbeid op het industrie-eiland Batam in het vooruitzicht had gesteld.

Zij strandden vervolgens op Java, waar sommigen van hen werk kregen voor minder dan het minimumloon. De stichting in kwestie wordt voorgezeten door mevrouw Siti Hardiyanti Rukmana, de oudste dochter van president Soeharto. Gunawan Mohamed, hoofdredacteur van Tempo: “De twee heren van de legervoorlichtingsdienst die dit weekeinde langskwamen, waren bijzonder aardig en smeekten me bijna om het verhaal achterwege te laten, hoewel het op dat moment nog niet eens geschreven was.”

Drie weken geleden negeerde Tempo een verzoek van de politie om geen aandacht te besteden aan de ontvoering van een Chinese zakenman in Semarang, Midden-Java. Te veel ruchtbaarheid aan deze zaak zou de verhoudingen tussen de bevolkingsgroepen van Indonesië verstoren, aldus de politiewoordvoerder. Mohamed: “Ik besefte deze week dat ik, indien ik dit tweede verzoek in de wind zou slaan, sluiting van de krant riskeerde.”

Indonesië kent formeel geen censuur, maar de dag- en weekbladen moeten voortdurend leven met de dreiging van sluiting. Hun bedrijfsvergunning kan namelijk worden ingetrokken indien zij waarschuwingen van de autoriteiten negeren. Overigens hebben verscheidene dagbladen deze week aandacht besteed aan het lot van de gestrande Oosttimorese arbeiders. Op de vraag of de autoriteiten uiteenlopende maatstaven aanleggen, antwoordde Mohamed: “Ik zie dit eerder als een aanwijzing voor het gebrek aan efficiëntie bij de autoriteiten. Wij hebben hier niet te maken met een monolitisch apparaat”.

Mohamed vervolgt: “De situatie van de media is nog steeds heel ondoorzichtig. We kunnen nu meer schrijven dan een paar jaar geleden; de verhalen over dissidenten zijn niet meer te tellen. Telefonische aanwijzingen van de veiligheidsorganen krijgen we bij Tempo nog maar zelden; hoogstens een keer in de maand. Maar het jongste bezoek laat zien hoe onvoorspelbaar hun gedrag is. Soms voel ik me als de piloot van een gekaapt vliegtuig. De passagiers - mijn medewerkers - mogen niet het slachtoffer worden van mijn beslissingen. Noem het lafheid, maar ik kan niet riskeren dat mijn staf op straat komt te staan. Daarom heb ik nu voor deze oplossing gekozen. Mooi, die twee blanco kolommen, vindt u niet?”