Oorlog in de Golf en veel knetterende ruzies thuis

Voorstelling: Dichter bij mij schreeuw ik van Astrid Roemer door Theater van het Oosten. Regie: John Leerdam; decor: Peter Hekma; spel: Paulette Smit, Helen Kamperveen, Herman Naber. Gezien: 5-9 Theater aan de Rijn, Arnhem. Tournee: t-m 29-10.

Het is van meet af aan oorlog in Dichter bij mij schreeuw ik, een nieuw stuk van Astrid Roemer waarmee Theater van het Oosten het toneelseizoen opent. Iedere scène begint met een via de radio uitgezonden nieuwsbulletin waarin de laatste berichten over het verloop van de Golfoorlog worden meegedeeld. Ook binnen in huis woedt een oorlog, zij het op kleinere schaal dan buiten: de drie personages Bianca, Paul en Niger slingeren elkaar onophoudelijk kwetsende opmerkingen en hatelijkheden naar het hoofd.

Eén van de oorzaken van de gespannen sfeer is het onderlinge cultuurverschil waarvan ieder zich pijnlijk duidelijk bewust is. Bianca (Paulette Smit) woont en werkt weliswaar al twintig jaar in Nederland en ze is getrouwd met Paul, een succesvolle Nederlandse reclamemaker, maar haar Curaçaose verleden verloochent zich niet. Van de weeromstuit laat Paul (Herman Naber) zich op uiterst provocerende wijze voorstaan op zijn Hollandse afkomst: “Behalve een nuchtere man en een keiharde zakenjongen ben ik een autochtoon die met beide benen vast zit in de Hollandse klei.” Voor schrijfster Niger (Helen Kamperveen) is haar Surinaamse achtergrond van minstens zo groot belang.

De etnisch-culturele confrontatie waarvan dit stuk getuigt, keert als thema regelmatig terug in de romans, dichtbundels en toneelstukken van Roemer. Haar eigen Surinaamse afkomst speelt daarbij een belangrijke rol. Een ander aspect dat vaak in haar werk aan de orde komt is de relatie tussen de seksen. In Dichter bij mij schreeuw ik wordt die relatie bepaald door de biseksualiteit van Bianca: tot niet geringe afkeer en ergernis van haar man heeft ze een verhouding met Niger. Zowel Niger als Paul eisen Bianca voor zichzelf op. Daarbij blijkt dat hun verlangen Bianca te bereiken gedwarsboomd wordt door hun uiteenlopende levenshoudingen en ambities. Pauls wereld bestaat voornamelijk uit zijn carrière en erotische escapades, Niger leeft voor de drukinkt en het papier en Bianca ontleent haar identiteit vooral aan het moederschap. Nooit zullen deze werelden met elkaar te verenigen zijn.

De strijd voltrekt zich in de keuken, in Suriname van oudsher de plaats waar problemen ter tafel worden gebracht. De samenkomst van de drie personen leidt al gauw tot een knetterende verbale krachtmeting, waarbij racistische en seksistische opmerkingen (van Paul) en andere rake beledigingen continu over elkaar heen rollen. Hoewel de tekst soms wel erg tendentieus is en op die momenten in de eerste plaats geschreven lijkt om effect te sorteren bij het publiek, is de woordenstrijd niet zelden vermakelijk - uiteindelijk heb ik me dan ook gewonnen gegeven voor de bijtende spot en de scherpe sarcastische toon.

De op Curaçao geboren regisseur John Leerdam, die zich toelegt op het maken van zwart theater en al eerder een stuk (Sarang Anget) van Roemer op de planken bracht, heeft de enscenering van Dichter bij mij schreeuw ik in dienst gesteld van de tekst. De taal krijgt alle aandacht, de mise-en-scène is daaraan ondergeschikt. De acteurs zijn zodoende volop in de gelegenheid zich verbaal uit te leven en dat doen ze met verve. Het spel is dynamisch, fel en verslapt geen moment. Ze acteren met vaart en laten elkaar nauwelijks ruimte om op adem te komen.

Het stuk van Astrid Roemer is het eerste, zichtbare resultaat van zeven schrijfopdrachten die Theater van het Oosten dit seizoen heeft gegeven aan verschillende Nederlandse auteurs en tot nog toe is het een geslaagd project. De première werd opgedragen aan Elise Hoomans, de actrice en regisseuse die deze week overleed en die onder meer heeft gewerkt bij Theater van het Oosten - met deze voorstelling werd ze op een waardige manier herdacht.