ONDERDUIKEN

De joodse gemeente in Aalten. Een geschiedenis, 1630-1945 door Peter Lurvink 208 blz., De Walburg Pers 1991, f 29,50 ISBN 90 6011 727 1

Van de ruim honderdveertigduizend joden die in 1940 in Nederland woonden, wisten er ongeveer vijfentwintigduizend onder te duiken. Eén op de drie werd vervolgens toch nog gepakt. Er zijn slechts enkele plaatsen waar het merendeel van de joden een duikonderkomen vond. Zo werden in Enkhuizen van de tweeënveertig joden er slechts vier gedeporteerd. In Tiel wisten eveneens veel joden onder te duiken. Toch overleefde hier slechts de helft van hen de oorlog. In Aalten beleefden ruim veertig van de bijna tachtig joden de bevrijding. Slechts enkele werden er verraden.

Waarom juist deze drie plaatsen? Tiel kende een commissaris van politie die weigerde joden te arresteren. De burgemeester van Enkhuizen trad, als enige in Nederland, af toen de joden gescheiden onderwijs moesten gaan volgen. In Aalten was er nadrukkelijk steun vanuit de kerken. Dit zijn slechts aanwijzingen en een sluitende, overkoepelende verklaring valt door gebrek aan onderzoek niet te geven. Het is vooral opmerkelijk dat er nog geen publikatie bestaat over de Enkhuizer joden.

In Aalten was het onderduiken niet zo'n groot probleem. Deze agrarische dorpsgemeenschap van twaalfduizend zielen telde op een bepaald moment circa vijfentwintighonderd onderduikers van verschillende pluimage. Al vanaf de zomer van 1942 werden er joden uit Amsterdam ondergebracht. De meest arme Aaltense joden die naar Westerbork of Vught gingen, deden dat vrijwillig. Zij wilden niet onderduiken, dachten het zo ook wel te overleven. Geld speelde hierbij in elk geval geen rol, aldus een geïnterviewde.

De amateur-historicus Lurvink schetst in zijn boek een vertrouwd en nauwgezet beeld van een kleine joodse gemeente op het platteland. Deze gemeente had het geluk zich in Aalten te bevinden, een kleine Gelderse gemeente waar men schijnbaar nooit te beroerd was om nog een onderduiker op te nemen.