"Nederlandse fresco's geven beter beeld van Romeinse kunst dan Pompeji'; Het onbekende "behang van de oudheid'

De wandschilderkunst die op Nederlandse bodem tussen 50 tot 275 na Christus is gemaakt, is een nauwelijks beschreven episode in de vaderlandse kunsthistorie. Tom Buijtendorp ging op zoek in musea en zag het vergeten werk van schilders die sprekende portretten voortbrachten en speelden met licht en perspectief.

Limburg, 223 na Christus. De villa in Maasbracht onderscheidt zich van buiten nauwelijks van de andere villa's in de omgeving: witte wanden, rood pannendak en aan de voorzijde een zuilengalerij geflankeerd door twee hoektorens. Het interieur bevat zoals gebruikelijk weinig maar fraaie meubels. In het centrale woonvertrek valt het oog des te sneller op de kleurige wandschildering.

De Romeinse villabezoeker is omringd door bijna levensgrote gladiatoren en dierenvechters die tegen een zwarte achtergrond op een soort podium staan, alsof ze er elk moment vanaf kunnen stappen. Een gebruinde jongeman met blond krullend haar en sprekend gezicht kijkt schuin weg. Hoger in de schildering, zeker een meter boven ooghoogte, is een tweede podium geschilderd met kleinere personages, staand tussen een decor van zuilen en planten. De bladeren ogen realistisch met bladnerf en schaduwplekken. Maar de menselijke figuren staan er wat stijfjes bij, krampachtig een geldbeurs of stuk mantel vasthoudend. De zittende man in blauw gewaad is mogelijk de huiseigenaar.

In de loop van de derde eeuw maakten barbaren de villa met de grond gelijk. Archeologen vonden in 1982 bij een opgraving delen van de schildering in goede staat terug. Onder meer het portret van de jongeman en een scène op een podium zijn te zien in het Bonnefantenmuseum in Maastricht. Deze oudste schilderingen van Nederlands bodem vormen een nauwelijks beschreven onderdeel van de vaderlandse kunsthistorie.

Het fresco uit Maasbracht is tot nu toe de spectaculairste antieke wandschildering uit Nederland, maar zeker niet de enige. Bij de opgravingen in Nederland gaat het meestal om losse fragmenten van verwoeste wanden. Dat verklaart het feit dat ze buiten archeologische kring nauwelijks bekendheid genieten.

Toch slaagden archeologen erin op basis van losse stukken pleisterwerk in grote lijnen reconstructies te maken van wanden uit Voorburg en Rijswijk (Zuid-Holland), Aardenburg (Zeeland), Hoogeloon (Brabant) en de Gelderse plaatsen Druten, Elst en Nijmegen. Resten zijn te zien in musea in Maastricht, Heerlen, Nijmegen, Wychen, 's-Hertogenbosch en Aardenburg. In depots van musea liggen fresco's van een veertigtal Nederlandse vindplaatsen ten zuiden van de Rijn, de toenmalige grensrivier van het Romeinse Rijk.

De in Nederland opgegraven restanten van antieke fresco's zijn meer dan losse brokjes lokale kunst. Ze geven een goed beeld van de Romeinse schilderkunst in geheel Europa, beter dan de beroemde Pompejaanse wanden die vaak in de jaren 62 tot 79 na Christus zijn gemaakt, de periode vlak voor de uitbarsting van de Vesuvius. In die tijd maakte de schilderkunst juist een barokke verlevendiging door ("vierde Pompejaanse stijl') die niet representatief is voor de eenvoud van veel Romeinse wandschilderingen.

De oudste Nederlandse fragmenten komen uit een tempel in Elst die omstreeks het midden van de eerste eeuw is gebouwd. De jongste schilderingen dateren uit de derde eeuw en komen onder meer van een villa in het Zuidhollandse Rijswijk. De vierde eeuw, de nadagen van de Romeinse bezetting, leverde in Nederland tot nu toe geen wandschilderingen op.

De fresco's, het behang van de oudheid, kwamen voor in de meeste Romeinse huizen en gebouwen. Ze bestaan meestal uit een eenvoudige decoratie op een witte achtergrond. De fraaiste schilderingen met grote gekleurde vlakken en afbeeldingen van mensen en dieren zijn aangetroffen in villa's en openbare gebouwen zoals de tempel in het Gelderse Elst of een badhuis in het Zuidhollandse Voorburg. Ook de behuizing van hoge officieren was rijk versierd, zoals een officierswoning in een kamp in Nijmegen waarvan de wand over de volle hoogte was beschilderd met een tuinlandschap.

Van een eigen stijl in de lage landen is in de tot nu toe opgegraven fresco's weinig terug te vinden. De wandschilderingen vertonen over het gehele Romeinse Rijk een grote eenvormigheid met hooguit wat versieringselementen als typisch noordelijk element.

Werkwijze

De werkwijze van de schilders komt weer tot leven in de archeologische laboratoria. De losse fragmenten lenen zich, beter dan de complete wanden uit Pompeji, voor materiaal-technisch onderzoek. Chemisch onderzoek door prof J.E. Bogaers van materiaal uit Elst geeft informatie over de gebruikte kleurstoffen: oker, roet en verschillende mineralen met een natte kalkpap als basis.

Wie goed kijkt ziet details als de haarlijntjes van brede kwasten en fijne penselen, ingekraste opzetlijnen en punten van de passer die in het hart van een te schilderen cirkel werd gezet. In een graf, net over de grens bij Tongeren, lag het gereedschap van een schilder: twee passers, penseelkokers en bronzen potjes met kleurstoffen.

Een vingerafdruk uit Aardenburg, achtergelaten kort na het schilderen, leert dat daar op een natte ondergrond werd gewerkt ("al fresco') zodat sprake is van een fresco in de letterlijke zin van het woord. Dat onder een zekere tijdsdruk werd geschilderd, dwingt extra respect af voor de makers.

Een afwijkende penseelvoering verraadt op een Nijmeegse wand dat sprake was van een taakverdeling: de decorateur wekte de indruk dat in de wand een opening zat die een doorkijkje naar de buitenwereld bood dat dan door de "meester' werd ingevuld. Vaak betreft het taferelen uit de Griekse mythologie; de Romeinse had minder belangstelling. Erotische scènes waren ook populair, zoals de vele voorbeelden uit Pompeji illustreren. En symboliek werd niet geschuwd: mannen hadden een gebronsde huidskleur van het werk in de buitenlucht en de in huis werkende vrouw was herkenbaar aan het bleke gelaat.

Verrassend zijn de geschreven toelichtingen bij sommige schilderingen, een voorloper van het moderne stripverhaal. In Maasbracht zijn fragmenten van een wit geschilderde tekst gevonden, maar naar de betekenis valt slechts te gissen. Staat AMO.. voor Amor (liefde)? De kenners hebben zich er nog niet over uitgelaten.

Waar de eerste Nederlandse frescoschilders vandaan kwamen is een raadsel omdat signeren in die tijd hoogst ongebruikelijk was. Zelfs de honderden wanden uit Pompeji leverden slechts één naam op: "Lucius'. In Druten bij Nijmegen is in de mortel van een wandschildering het graffito "V. FECIT' gevonden, "gemaakt door V'. Maar dat betreft vermoedelijk de stucadoor.

Een aanwijzing biedt een wandfragment in een stoffige doos in het Leidse Rijksmuseum van Oudheden. Op het stuk, afkomstig uit het na 120 gebouwde badhuis in Voorburg, is tegen een zwarte achtergrond met vette penseelstreken een okergeel fabeldier geschilderd. Precies hetzelfde beest is in het Römisch Germanisches Museum in Keulen te zien op een daar opgegraven wand uit dezelfde periode. De grote gelijkenis en identieke datering doet vermoeden dat hier dezelfde schilder aan het werk was, met wellicht de toenmalige culturele- en provinciehoofdstad Keulen als thuisbasis.

Praktisch gezien is het aannemelijk dat andere wanden in Nederland door de lokale bevolking zijn gemaakt. De reis Keulen-Voorburg kostte een aantal dagen. De Romeinse auteur Vegetius schrijft dat schilders ("pictores') onderdeel waren van een legioen, een legereenheid die in Nijmegen gelegerd was.

Het is vertekenend de schamele restanten van het werk van de eerste Nederlandse frescoschilders af te meten aan de fraaiste complete wanden uit Pompeji. Eerlijker is een vergelijking met de tientallen kleine wandfragmenten uit Pompeï in het Allard Pierson museum in Amsterdam of het drietal fragmenten in het Haagse museum Meermanno-Westreenianum. Het ogenschijnlijke kwaliteitsverschil houdt dan geen stand en doet beseffen dat de oudste Nederlandse schilderperiode ten onrechte in vergetelheid is geraakt als gevolg van de slechte conservering.

De fresco's zouden weer in hun oorspronkelijke omgeving tot leven kunnen komen door ze als voorbeeld te gebruiken bij de geplande reconstructies van Romeinse gebouwen in bijvoorbeeld het archeologisch themapark Archeon in Alpen aan de Rijn. Ook bestaan er plannen in de toekomst in het Provinciaal museum Kam wandschilderingen rond originele fragmenten te reconstrueren. De eerste schilderkunst van Nederlandse bodem is enige vorm van eerherstel wel waard.

Romeinse fresco's uit Nederland (veelal een paar fragmenten per museum) zijn te zien in het Bonnefantenmuseum Maastricht, Noordbrabants museum 's-Hertogenbosch, Provinciaalmuseum Kam Nijmegen, Thermenmuseum Heerlen, Archeologisch Museum Aardenburg en museum Frans Bloemen in Wychen. In het Römisch Germanisches museum in Keulen zijn volledig gereconstrueerde wanden zichtbaar zoals die ook in Nederland voorkwamen. In Xanten, net over de grens bij Nijmegen, is in het archeologische park een herberg en badhuis met wandschilderingen gereconstrueerd.