Moedig Voorwaarts

Via een beverige Wereldomroep klonk het WAO-probleem 's avonds aan de andere kant van de oceaan heel overzichtelijk: mooie regeling, erg geliefd bij de Nederlanders, helaas te duur geworden. Daarom wordt ie nu wat goedkoper gemaakt. Dan viel de korte golf een paar seconden weg, en voordat de terugkeer van een verloren gewaande stekelbaars in de Biesbosch twaalf minuten werd besproken, meldden de omroepers van het Polygoon Profilti van de radio dat de voorzitster van de PvdA nog steeds zoek was in Toscane.

De koningin zag je vroeger altijd fietsen op de Waddeneilanden. Ver weg is dichterbij gekomen, maar thuis begrijp je pas dat het heel erg was dat de voorzitster daarginds De Telegraaf niet had gekocht. Marjanne Sint was niet meer welkom in het clubhuis. Wim Kok moet nu alleen de zaaltjes in om uit te leggen waar hij voor staat. Ruiterlijk "inschattings-' en "regiefouten' toegeven. Hij rekent zich aan dat “wij niet beter hebben gecommuniceerd”.

Een uitlegprobleem dus. Terugkomend van een slordiger, harder en vitaler continent zie je dat het niet alleen aan de "communicatie' schort. Bovendien: wat hier gebeurt kàn helemaal niet. Dit verwende, pseudo-sociaal geworden volk laat zo'n hardwerkende, eerlijke man een paar maanden boete doen voor het collectief verlies aan gevoel voor verhoudingen.

In Amerika, Frankrijk, Duitsland of enige andere democratie waar wij mee omgaan, zou geen politicus, van welke kleur ook, zo met zich laten dollen als deze fatsoenlijke minister van financiën. Zich het stof in excuseren voor hoognodige plannen van nog geen maand oud. Alleen in Japan rijgen ministers hun carrière deemoedig aan het zwaard, maar dan wel met een spaarvarken achter zich waar Wim Kok het financieringstekort mee kon inpolderen.

Terwijl Lubbers zijn Energieplan voor Groot-Europa nog eens in de etalage legt, loopt Kok met al zijn petten in de hand stad en land af om begrip te vragen voor hun gemeenschappelijke project ter beteugeling van het Verdienen Zonder te Werken. Twee kabinetten-Lubbers en enkele kabinetten-Van Agt, beide vaak met VVD-ers in de ondersteunende rollen, hebben het noodzakelijk onderhoud aan het sociale volkspaleis gemeden als de pest.

Zijn de voormannen en -vrouwen van de Arbeidspartij bereid de mouwen op te rollen en sommige problemen eindelijk eens bij de naam te noemen, en dan krijgen zij de schuld van alles. Liberalen van diverse merken kijken van de prins geen kwaad wetend de camera's in en het CDA bestudeert zijn eigen nagels. Ach ja, die sociaal-democraten, altijd lastig geweest met de achterban.

Natuurlijk heeft de Partij van de Arbeid zes jaar geleden de meest voor de hand liggende oplossing - een minimumverzekering voor iedereen plus bijverzekeren naar believen - in de onderste la van het partijbureau geduwd. En het eerste echelon van de PvdA heeft veel vaker gezegd wat moest blijven dan wat er anders moest in de verzorgingsstaat. Met één voet op het gas- én het rempedaal rijden roept inderdaad om uitleg.

Maar de verwording van de sociale moraal is zo collectief als gedrag maar kan zijn in een land. Iedereen wil de verzorging van echte zieken, gehandicapten en ongelukkigen op een redelijk peil houden. De pijn komt van de overige niet-werkenden. Iedereen kent in eigen kring voorbeelden van mensen die, heel of half afgekeurd, boeiende hobby's in binnen- en buitenland volvoeren. Tel ze op en je komt aan het verschil tussen het actuele en het noodzakelijke aantal zieken en zwakken. Iedereen weet het en laat het. Geen deskundige is er in geslaagd waterdichte criteria te ontwerpen om de bokken van de schapen te scheiden. Alles hangt af van de keuringsmoraal. Tolerantie heeft in Nederland vaak de vorm van onverschilligheid aangenomen.

En nu zet Kok, tot overmaat van ironie, de partijtraditie van achter de feiten aanlopen voort door steeds maar boetvaardigheid en economische somberheid uit te dragen. Hij zou, in alle ernst, beter drie dagen kunnen gaan slapen, een ommetje maken en dan van de hoogste toren roepen dat voor het eerst in jaren iets fundamenteels is gedaan. Regeren, daarvoor moet je bij ons zijn. Wij helpen het CDA zijn eigen principes uit te voeren.

Er is enige aanleiding voor een dergelijke voorstelling van zaken. De eerder dit jaar aangekondigde bezuiniging op Ziektewet en Arbeidsongschiktheidswet wordt waarschijnlijk gehaald: tegen 1994 levert dat drieënhalf à vier miljard gulden op. De totale bezuiniging in deze sfeer kan na het niet meer zo verre jaar 2000 zijn opgelopen tot meer dan acht miljard gulden.

Staatskassier Kok kan even goede sier maken met de voorspelling in zijn aanstaande Miljoenennota dat het financieringstekort in 1992 gaat dalen en de collectieve lastendruk in '93 en '94 ook. De toekomst is altijd plooibaarder dan het heden, maar toch.

En als hij toch bezig is, zou een zelfbewuste leider der sociaal-democraten moeten durven uitleggen dat de ontkoppeling van collega De Vries (Sociale Zaken), mits een paar jaar volgehouden, werk oplevert. En daarom belangrijker en nuttiger is dan het geleur met koopkrachtplaatjes, die achteraf toch niet uitkomen.

In de ministerraad ontstond laatst weer rumoer toen de minima er 0,1 procent op achteruit dreigden te gaan. Dat moest toch vooral +0,1 worden. Geen haan die er naar kraait dat de begroting '91 de minima +0,5 procent voorspiegelt, terwijl dat in werkelijkheid zal uitkomen op -0,5. Het optisch koopkrachtgeknutsel is vooral zo voos omdat het niet alleen de stormen van de wereldeconomie zijn die roet in het eten gooien, maar ook de regering zelf. De Tussenbalans heeft met huur- en accijnsverhoging de inflatie zelf omhoog geblazen.

En ten slotte: het Centraal Planbureau schijnt in de Macro-economische Verkenningen, die het altijd aan de Miljoenennota toevoegt, iets optimistischer te zijn over de wat verdere toekomst. De economische groei zou in de loop van volgend jaar weer aantrekken, terwijl de werkloosheid in '92 met "slechts' dertigduizend stijgt. De ergste economische waarschuwingen kunnen volgens het CPB worden ingetrokken.

Het grote knelpunt waar het Planbureau het kabinet op Prinsjesdag geen plezier mee doet, is de verwachte loonontwikkeling. Die wordt toch op 3,75 procent geschat. Aangezien vijfendertig procent van de CAO's voor volgend jaar al zijn afgesloten op gemiddeld vier procent, betekent dat dat het bijna onhaalbaar is, zoals het kabinet de sociale partners smeekt, de contractloonstijging gemiddeld op drieënhalf en liefst drie procent te laten uitkomen. Bij een inflatie van drieënhalf procent zullen weinig bedrijfstakken CAO's op twee of tweeënhalf procent afsluiten.

Het kabinet kan zo te zien beter ophouden vrijwilligers aan te wijzen voor solidariteit met de afgekoppelden. De voorgestelde "koppeling van de lonen aan de uitkeringen' stamt uit een omgekeerde wereld die niet past bij een kabinet dat moedig voorwaarts gaat, op weg naar een land met iets minder sprookjes.