Lothar de Maizière legt al zijn politieke functies neer

BONN, 7 SEPT. Conflicten in de top van de CDU over de vernieuwing van het partij-apparaat in Oost-Duitsland hebben alsnog geleid tot het bedanken van vice-voorzitter Lothar de Maizière voor al zijn partijfuncties.

De 51-jarige De Maizière was na de eerste vrije parlementsverkiezingen in de DDR minister-president van april tot oktober 1990. Na de Duitse eenwording op 3 oktober 1990 was hij enkele maanden minister zonder portefeuille in het vorige kabinet-Kohl. Bij de fusie van de Westduitse CDU met de Oostduitse, eind vorig jaar, werd De Maizière partijvoorzitter in de deelstaat Brandenburg en eerste plaatsvervanger van CDU-voorzitter Helmut Kohl. Bovendien kreeg hij de leiding van de programmacommissie van de Duitse christen-democraten. Al deze functies heeft hij nu neergelegd.

Begin dit jaar, tijdens de formatie van Kohls huidige, derde, kabinet, raakte De Maizière in opspraak door beschuldigingen dat hij, voor 1989, als advocaat niet alleen kerkelijke dissidenten verdedigde maar onder de deknaam Czerny ook inlichtingen over hen doorgaf aan de DDR-staatsveiligheidsdienst (Stasi). Die beschuldiging heeft hij niet met bewijzen kunnen ontkrachten, al bleef hij erbij dat hij nooit andere contacten met de Stasi had gehad dan voor zijn functioneren als advocaat in de DDR noodzakelijk was. Sindsdien voelt hij zich door prominente Westduitse partijgenoten alleen gelaten als slachtoffer van een campagne waarvan hij de bron in Oost-Duitsland vermoedt.

De Maizière schreef gisteren dat “ongerechtvaardigde verdachtmakingen”, vooral in Westduitse media “die de menselijke gevoeligheden uit de vroegere DDR niet kennen”, hemzelf, zijn gezin, zijn werk en de psychologische kant van de Duitse eenwording hebben geschaad. Hij noemt het ook “een fout” dat hij niet al in oktober 1990 heeft toegegeven aan zijn “innerlijke neiging” om de politiek, “waaraan ik me niet had opgedrongen”, te verlaten.