LIEFDE VOOR EUROPA; Edgar Morin, van anti- tot pro-Europa

In de Sovjet-Unie en Joegoslavië staat ook ònze toekomst op het spel.

Want de toekomst van Europa ligt niet bij de Europese Gemeenschap van de Twaalf: in 1989 is Europa immers begonnen zijn culturele eenheid te hervinden, en die strekt zich ook uit tot landen van het voormalige Oostblok en de andere landen die deel uitmaken van de Europese cultuur. De Europese gemeenschap die onze toekomst bepaalt, zo stelt de Franse filosoof en essayist Edgar Morin, dat is de communauté de destin, de Schicksalgemeinschaft, de gemeenschappelijke Europese lotsbestemming. Een gemeenschap waar een markt tot stand gebracht moet worden van vrij circulerende ideeën, een marché commun et libre des idées, zoals die vele eeuwen in Europa heeft bestaan.

Europa en de Europese identiteit, Morin (geboren in 1921) heeft er zijn leven lang mee geworsteld - als zoon van een immigrant in Frankrijk, als verzetsstrijder en joodse overlevende van de Tweede Wereldoorlog, als communist en later als bestrijder van communisme en kolonialisme.

Lange tijd was ik "anti-europees', begint hij zijn boek Penser l'Europe. Maar nu is Morin een pleitbezorger van Europa. Niet zonder twijfels, niet zonder doordrongen te zijn van de verdeeldheid en de tegenstellingen in Europa, niet zonder diepgaand besef van de gruwelijkheden die Europa zichzelf en de wereld in de geschiedenis heeft aangedaan, maar ondanks dat alles wèl overtuigd. Overtuigd van de toekomstmogelijkheden van een Europa waarin bijna alle landen nu ten minste één politieke eigenschap gemeen hebben: het geloof in democratie.

""Veel Westeuropeanen hebben Europa jarenlang alleen geassocieerd met de boterberg'', zegt Morin in zijn Parijse woning. ""Misschien maakt de Joegoslavische crisis bij de publieke opinie een besef van de Europese lotsverbondenheid wakker. Maar zo'n besef is er nog nauwelijks. Mensen moeten aan de rand van de catastrofe staan voor zoiets echt tot het bewustzijn doordringt en zich wortelt in het denken. Men moet begrijpen dat de crisis in Joegoslavië geen interne aangelegenheid is. Wat daar gebeurt, kan de nationalistische waanzin aansteken die Europa al eens eerder heeft vernietigd. We moeten beseffen dat het lot van de Joegoslaven ons lot is. Ook ònze toekomst staat hier op het spel.''

De geschiedenis is niet ten einde gekomen, en evenmin begonnen aan een overwinningsmars naar een stralende toekomst, schreef Morin begin 1990 naar aanleiding van de omwentelingen in Oost-Europa. ""De geschiedenis is als door een catapult afgeschoten naar een onbekend avontuur.''

OVERGANG

Het stoort Morin dat de enorme overgang die in de voormalige Oostblok-landen plaatsvindt, in het Westen vooral de vrees opwekt voor grote golven vluchtelingen. ""Alleen in Albanië gaat het nu om echt dramatische aantallen, maar dat was dan ook het meest geïsoleerde land. Het centrale probleem is niet de migratie, maar de zorg dat de overgang - in politiek, economisch en nationaal opzicht - met zo min mogelijk schade verloopt.

""Deze landen hebben de eerste etappe van hun omwenteling voltooid, de feitelijke revolutie. Maar de instelling en worteling van een echte democratie moet nog gebeuren. En hun economische revolutie, waar niemand het recept van heeft, moeten ze nog helemaal volbrengen. Ten slotte moeten ze dan ook nog de overgang zien te maken van een situatie waarin de nationaliteiten onderdrukt waren, naar een situatie waarin ze hun soevereiniteit hebben - en zonder te vervallen in op de spits gedreven nationalisme, waarvan onze geschiedenis zoveel verschrikkelijke voorbeelden heeft getoond.

""De moeilijkheden die zich bij al die aspecten van de overgang voordoen, versterken elkaar: economische problemen bemoeilijken bijvoorbeeld de instelling van de democratie, en spelen de nationalistische hysterie in de kaart. We gaan in Europa een stormachtige tijd tegemoet.

""Dat wij in West-Europa zoeken, zij het met veel moeite, naar een supra-nationale formule, werkt als een rem op nationalisten in het Oosten. Ze hebben vaak een Westers model voor ogen en zien dan dat het Westen geen nationalisme nastreeft. Het is toch fantastisch als je er bij stilstaat, en denkt aan de agressie van de Eerste en Tweede Wereldoorlog, dat de nationalistische vulkanen in West-Europa tot rust zijn gekomen. Het nationale streven heeft zich helemaal verplaatst van het militaire naar het economische.

""In de vorming van confederaties is, denk ik, voor heel Europa een vreedzame toekomst te vinden. In plaats van steeds nieuwe afscheidingen te realiseren, moeten we juist het aantal samenwerkingsverbanden vergroten. Voor de Baltische staten kan dat, als ze loskomen van de Sovjet-Unie, bijvoorbeeld een confederatie zijn met Finland en andere Scandinavische landen. Als Joegoslavië uiteenspat, is het een ramp als er niet een ander soort verband is: wellicht een grotere confederatie, die de rechten van minderheden kan beschermen.

""Binnen dergelijke regionale vormen van samenwerking moeten de verschillende nationale identiteiten gerespecteerd worden. De behoefte aan een nationale identiteit heeft een ongezonde kant - van fanatisme, conservatisme, haat jegens de ander en de natie boven alles stellen - maar ook een gezonde kant: wortels hebben, terug kunnen gaan naar je bronnen, in de grote anonieme wereld heeft iedereen daar behoefte aan. Het eerste is gevaarlijk, het tweede noodzakelijk.

""We moeten onze nationale identiteit dus wel behouden, maar tegelijk onze Europese identiteit versterken. En dan hebben we ook nog onze provinciale of zelfs familiale identiteit: allemaal concentrische identiteiten.'' In Penser l'Europe schrijft Morin: ""We beginnen te begrijpen wat de beste manier is om de ergste vormen van nationalisme te bestrijden: nationale rechten waarborgen en op waarde schatten, dwars door de meta-nationale associaties heen.''

BENEPEN

Toen na de Tweede Wereldoorlog de eerste aanzetten voor de Europese integratie werden gegeven, schreef Morin: ""Er is geen Europa meer.'' Europa was voor hem ""een woord dat loog''. Het "nieuwe Europa' van Hitler had hij bestreden, het oude Europa zag hij meer als een haard van imperialisme en overheersing dan van democratie en vrijheid. Frankrijk en Engeland waren nog koloniale machten, en Duitsland lag nog in coma. ""Onze bevrijders kwamen uit Siberië en Texas, de hele Europese idee leek me benepen en kleingeestig.'' Als hij zich ergens voor inzette, dan voor niets minder dan de hele mensheid - die zich moest bevrijden en aaneensluiten onder het banier van het communisme.

En toch, voegt Morin daar in Penser l'Europe aan toe, bracht ik onbewust hulde aan Europa toen ik het afzwoor. ""Als adolescent had ik me, net als zoveel anderen, zonder het te weten een Europese opvoeding eigen gemaakt.'' En juist door die opvoeding, door de Europese literatuur en filosofie, door het Europese denken dat niet alleen kritisch kan zijn, maar ook kritisch ten opzichte van zichzelf, was hij ertoe gekomen kosmopolitisme te waarderen en nationalisme (en Euro-centrisme) te bestrijden. Morin noemt het zijn "Europees-anti-Europese tweeslachtigheid'. ""Het Europese humanisme bracht me, in naam van het universele, buiten de provincie Europa.''

Morin maakt er geen geheim van dat zijn ideeën sterk zijn gevormd door zijn persoonlijke levensloop. Als hij spreekt of schrijft over de migranten en de waarde van de Franse cultuur, verbergt hij niet dat hij zich die cultuur als migrantenkind zelf eigen heeft moeten maken. Als hij de Europese identiteit omschrijft als een dubbele of meervoudige identiteit, dan laat hij blijken hoe belangrijk het voor hemzelf is niet alleen Fransman te zijn, maar ook wereldburger, Europeaan, Parijzenaar en kind van een familie van sefardische joden uit Thessaloniki.

En als hij in Penser l'Europe een betrekkelijk schematisch overzicht geeft van de intellectuele ontwikkeling van Europa, dan beschrijft hij in een proloog eerst zijn eigen intellectuele ontwikkeling. Hoe hij in 1945 en 1946 door het verwoeste Duitsland reist en zich in zijn communistische ideeën gesterkt voelt (hij schreef daarover het boek L'an zéro de l'Allemagne, pas later zou hij beseffen dat het ook "Het jaar nul van Europa' was). Hoe hij als communist in de jaren 1948-1951 de strenge vorst van het stalinisme beleeft (""Ik doorleefde in die periode de tragedie van hen die hun geloof niet kunnen vasthouden, maar het ook niet kunnen laten vallen'').

Hoe hij onverschillig blijft bij de oprichting van de Raad van Europa en de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, hoe hij uit de communistische partij wordt gegooid (1951), hoe hij met andere afvallige communisten het tijdschrift Arguments opricht. Tijdens de Cuba-crisis ligt Morin in een ziekenhuis in New York, hij wordt er overmand door patriottische gevoelens - hij is niet meer echt tegen Europa.

In de jaren zeventig verzoent hij zich steeds meer met Europa, dat voor hem dan niet meer het kwaad in de wereld symboliseert: het Amerikaanse en Russische imperialisme stellen Europa immers in de schaduw. De oliecrisis in 1973 opent hem de ogen voor het feit dat Europa eigenlijk heel kwetsbaar is, une pauvre chère vieille chose. ""Ik werd neo-Europeaan, omdat ik zag dat Europa ziek was.''

GORDIAANSE KNOOP

Vanuit zijn Europese achtergrond was hij anti-Europeaan geweest, hij had Europa veroordeeld vanuit de Europese intellectuele traditie, waarin twijfel en zelfkritiek zo'n grote rol spelen. Nu hij weer terugkeerde tot Europa, tot ""de vruchtbare bodem waarop ieder gewas een deel van mij had voortgebracht'', bleef hij die twijfel aan, en (zelf-)kritiek op Europa koesteren. Want dat, zo stelt Morin, is juist wat de Europese cultuur uniek maakt: de voortdurende confrontatie van verschillende culturen, tradities, volkeren, denkbeelden en standpunten. Het is ""de paradoxale gordiaanse knoop van de Europese identiteit: de verdeeldheid en de conflicten die de oorzaak zijn van de culturele diversiteit, zijn de fundamenten geworden van de Europese identiteit.'' Het is ook het wezenskenmerk van democratie, het politieke programma dat heel Europa nu gekozen lijkt te hebben.

""Sociale en politieke conflicten zijn eigen aan ons democratische systeem'', zegt Morin. ""Binnen een democratisch systeem móéten conflicten en tegenstellingen bestaan.'' In Penser l'Europe schrijft hij: ""Democratie plaatst het pluralisme en de verdeeldheid in de top van de staat. Democratie is niet de weerspiegeling van een of andere goddelijke of kosmische orde, haar fundamentele waarheid is geen waarheid te hebben. Zo maakt ze het mogelijk dat verschillende politieke waarheden zich uitdrukken. We moeten breken met de euforie van tevredenheid: democratie is een oplossing die ons voor problemen stelt.''

De gedachte dat de Europese cultuur is ontstaan uit een harmonieuze samensmelting van humanisme, rationaliteit en democratie noemt Morin een zelfingenomen Europese mythe. Ook is het een mythe te stellen dat de Europese cultuur een synthese is van joodse, christelijke, Griekse en Romeinse elementen. Al die verschillende tradities vullen elkaar weliswaar aan, maar staan ook dikwijls met elkaar op gespannen voet. Het zijn concurrenten en antagonisten, met ieder hun eigen logica. De voortdurende confrontatie en wisselwerking van die verschillende culturen en tradities levert het polyculturele Europa op. ""Europa'', stelt Morin, ""is een complex, waarvan het eigene is dat het de grootste diversiteiten verenigt zonder ze te vermengen, en tegenstellingen onscheidbaar verbindt.''

DE LOF VAN FRANKRIJK

Maar is dat niet een wat erg mooie voorstelling van zaken? Valt dat verenigen van tegenstellingen in de dagelijkse praktijk van 1991 niet dikwijls tegen? Staat de problematiek van de migranten bijvoorbeeld in Frankrijk niet bovenaan de politieke agenda, juist omdat men vreest dat de eigen cultuur door de instroom van buitenlanders in het gedrang komt? Dat, met andere woorden, de diversiteiten en tegenstellingen niet meer vallen te verbinden?

Morin: ""De manier waarop die discussie hier wordt gevoerd, vooral over illegale buitenlanders, moet je zien in electoraal perspectief. Niets objectiefs geeft er aanleiding toe, er is geen plotselinge heftige en massale toename van het aantal illegalen.

""Frankrijk is al sinds het begin van deze eeuw een immigratie-land, met een nationaal metabolisme dat het mogelijk maakt immigranten in twee tot drie generaties te integreren. Historisch gezien is heel Frankrijk een produkt van verfransing (francisation): verfransing van mensen uit de Languedoc, uit Bretagne, uit de Elzas. Duizend jaar lang was het de taak van de Franse staat al die mensen te verfransen.

""Vanaf 1900 verfranst men niet meer de eigen of geannexeerde gebieden, maar mensen die van buiten komen. Aanvankelijk Italianen, Polen en Spanjaarden, later ook Algerijnen, Vietnamezen en mensen uit de overzeese gebiedsdelen. Een van de voornaamste instrumenten voor die verfransing is de school, de republikeinse openbare lagere school.''

Zelf heeft Morin het gevoel pas als schooljongen echt Fransman te zijn geworden, vooral tijdens de geschiedenisles. ""Ik identificeerde me met Frankrijk alsof het een persoon was'', schreef hij onlangs in Le Monde. ""Ik leed onder de historische tegenslagen, ik genoot van de overwinningen, ik adoreerde de helden, ik assimileerde datgene wat me in staat stelde in Frankrijk te leven. Want Frankrijk heeft niet alleen opgenomen wat divers en vreemd is, maar ook wat universeel is. In die zin moet het niet louter als stupide worden gezien dat men vroeger ook de Afrikaanse kindertjes liet opdreunen: "Onze voorouder de Galliërs ...'. Die mythische Galliërs zijn vrije mensen die zich verzetten tegen de Romeinse invasie, maar de integratie in het Romeinse rijk accepteerden toen het rijk universeel was geworden door het edict van Caracalla [waarmee deze Romeinse keizer de vrijgeboren inwoners van het rijk het burgerrecht verleende]. Door de verfransing krijgen kinderen goede voorouders, die hun vertellen over vrijheid en integratie, dat wil zeggen over hun wording als Frans burger.''

NIEUWE ETAPPE

Is het niet te makkelijk de betrekkelijk succesvolle integratie van Morin zelf, of van de Europese migranten aan het begin van de eeuw, te vergelijken met die in de huidige situatie? Nu komen de migranten uit alle hoeken van de wereld, ze hebben vaak een compleet andere culturele en religieuze achtergrond dan de Europeanen, een andere huidskleur, een andere levenswijze en andere normen en waarden.

Morin: ""Dat is waar. Maar in de meeste landen in Noord- en Zuid-Amerika leven zwart, geel en blank ook door elkaar, en is er sprake van vermenging. We leven nu in een planetair tijdperk, we zijn nu in staat uitheemse elementen te assimileren. Het is een nieuwe etappe in de verfransing.

""Je kunt niet in cijfers uitdrukken hoeveel immigranten een cultuur kan opnemen, er is geen kwantitatief criterium. Waar het om gaat is of een cultuur sterk genoeg is. En de Franse cultuur is een sterke cultuur. Wèl zijn er moeilijkheden: de verfransing wordt op de proef gesteld. Er zijn spanningen, er is xenofobie, racisme, nationalisme, er zijn economische problemen, vooral in de steden. De kwaliteit van het leven in sommige voorsteden en de kwaliteit van het onderwijs, twee zeer belangrijke factoren bij de integratie, maken de verfransing moeilijk.

""Een ander probleem voor sommige migranten, vooral de Noordafrikanen, is dat ze moeten accepteren dat het openbare leven in Frankrijk gedeconfessionaliseerd is. Dàt accepteren, is een absolute voorwaarde voor integratie. Er is hier vrijheid van godsdienst, maar godsdienst is een zaak van de eigen ziel, en niet van de politiek of de school. De scheiding van kerk en staat is in Frankrijk zwaar bevochten. Daarom ook laaiden een paar jaar geleden de gemoederen zo hoog op in een discussie over islamitische hoofddoekjes op school.''

FETISJ

Maar moet het respect voor de identiteit van het islamistische meisje dat met een hoofddoekje naar school wil, dan ondergeschikt worden gemaakt aan het principe van de geseculariseerde school?

""De mensen die de hoofddoekjes absoluut wilden verbieden, beschouwen de openbare school als een fetisj. Dan moet je ook verbieden om een kruisje te dragen of een keppeltje. Maar er waren ook mensen die toch ruimte wilden geven aan de etnische en religieuze diversiteit. Ik stond meer aan die kant, ik vind dat je niet te star moet zijn. De immigrant moet zijn dubbele identiteit kunnen beleven: zijn Franse of Europese identiteit, maar ook die van zijn wortels.

""We moeten tolerant zijn, dat wil zeggen: begrijpen dat in het standpunt van de ander, in zijn cultuur, in zijn filosofie, ook een deel van de waarheid ligt, begrijpen dat de waarheid nooit exclusief aan iemand toebehoort. Ook het standpunt van uw tegenstander heeft zijn waarheid. Dat doet er niets aan af dat het uw tegenstander is, maar u probeert iets te begrijpen wat u vreemd is.

""Daarbij moet echter wel duidelijk zijn dat diezelfde tolerante cultuur ook heel duidelijk zegt dat tolerantie de voornaamste deugd is. We kunnen de oorsprong van een intolerante mening proberen te begrijpen, maar we accepteren niet dat die intolerantie de verdraagzaamheid, de tolerantie zelf, vernietigt.

""Geen van de Europese natie-staten komt overeen met een natuurlijke regio of met een homogene bevolking. Ze zijn tot stand gekomen door het knutselwerk van allianties, erfenissen, annexaties en oorlogen. Ze zijn samenraapsel, bijeengehouden door mythisch-historisch cement.

""Frankrijk is een land waarvan het concept, de notie Frankrijk, veel spiritueler, volontaristischer en moreler is dan landen die hun fundament meer zoeken in bloed en bodem. De Franse revolutie is voor ons heel belangrijk, en 14 juli 1790, de eerste verjaardag, het feest van de federatie. De vertegenwoordigers van de verschillende provincies kwamen toen naar Parijs om te zeggen: wij willen deel uitmaken van de grote natie. Dat was een daad van de souvereine wil van het volk. Zo is ook voor een immigrant de integratie een vrijwillige daad.''

Morins oeuvre

Uit het omvangrijke oeuvre van Morin is niets in het Nederlands vertaald. Penser l'Europe (1987) is het enige boek dat in Nederland betrekkelijk makkelijk verkrijgbaar is. Aan te bevelen valt de pocketeditie (folio). Dit is een herdruk uit 1990 waarin zijn opgenomen een extra proloog en extra epiloog (Repenser l'Europe) naar aanleiding van de omwentelingen in Oost-Europa in 1989. Dit voorjaar verscheen een bundel boeiende opstellen (over onder meer ditzelfde onderwerp) van Morin, Gianluca Bocchi en Mauro Ceruti onder de titel Un Nouveau Commencement (Edit. du Seuil).

Van het meer theoretische en filosofische werk van Morin is te noemen de driedeling Methode (La Nature de la Nature, 1977, La Vie de la Vie, 1980 en La Connaissance de la Connaissance, 1986), verschenen bij Seuil. Bij dezelfde uitgeverij verscheen een boek met opstellen en lezingen over Morin en zijn werk: Arguments pour un Méthode; Colloque de Cérisy autour d'Edgar Morin, (1990). Bij Fayard verschenen zijn Science avec Conscience (1982) en Sociologie (1984).

Een ander genre is de zogenoemde Sociologie du Présent, een bijna journalistieke sociologie van de oog- en oorgetuige, begeleid door meer theoretische bespiegelingen. Zo schreef Morin bovengenoemd L'An zéro de l'Allemagne (1946, La Cité Universelle); over het dagelijks leven in een kleine Franse gemeente - Commune en France: la Métamorphose de Plodemet (1967, Fayard, herdruk bij Biblio Essais, 1984); over de "événements" van 1968 - Mai 68: la Brèche (1968, Fayard); over een wonderlijk maar indertijd hardnekkig gerucht over mysterieus verdwijnende vrouwen - La Rumeur d'Orléans (1969, nieuwste editie 1982, Points); en naar aanleidng van zijn reizen naar de Sovjet-Unie - De la Nature de l'URSS (1983, Fayard). Een sociologische bespiegeling is ook Les Stars (1957 Seuil, herdrukt in de collectie Points, 1972), over het verschijnsel van de mondiale mediasterren.

Ten slotte mag in deze verre van volledige bibliografie Morins meer persoonlijk getinte werk niet ongenoemd blijven, zoals Le Vif du Sujet (1969, Points 1982), een soort dagboek met herinneringen en politieke en filosofische beschouwingen), Journal de Californie (1970, Points 1983) en Vidal et les Siens (Seuil 1989), de biografie van zijn vader, die werd geboren in 1894 in de nu verdwenen wereld van sefardische joden in Thessaloniki, oorlogen op de Balkan meemaakte, het uiteenvallen van het Ottomaanse rijk en twee wereldoorlogen - een individuele belevenis van een belangrijk stuk universele Europese geschiedenis.