Kans voor Den Haag op conferentie M.-Oosten

TEL-AVIV, 7 SEPT. De kansen dat de vredesconferentie voor het Midden-Oosten in Den Haag wordt gehouden, liggen niet slecht. Dat heeft H.J.B. Aarts (CDA) gisteren tijdens een perconferentie op het David Ben Gurion vliegveld bij Tel-Aviv gezegd.

Aarts stond aan het hoofd van een delegatie van de Vaste commissie van buitenlandse zaken van de Tweede Kamer, die bezoeken heeft gebracht aan Syrië, Jordanië en Israel. “Niemand heeft zich tegen Den Haag verzet”, zei hij. Min of meer uit eigen beweging zei ook de Israelische eerste minister Jitschak Shamir tegen de delegatie “niets tegen” Den Haag te hebben.

(Israel heeft zich volgens betrouwbare Nederlandse bronnen openlijk onderkoeld voor Den Haag uitgelaten om de Arabieren niet kopschuw te maken voor het houden van de conferentie in Nederland)

Terwijl de delegatie in Damascus hoorde dat Syrië eveneens geen bezwaren maakt tegen Den Haag, zei de Jordaanse minister van buitenlandse zaken zelfs Den Haag te preferen boven alle andere steden die in aanmerking komen. Palestijnen, onder wie Hanna Siniora en Zayd Abu Zayd, juichten de keuze van Den Haag als de stad waar het vredesoverleg zal plaats vinden toe. Aarts veronderstelt dat de VS en de Sovjet-Unie als co-sponsors van de conferentie tegen Den Haag geen bezwaar zullen maken.

Het CDA-Kamerlid H. Gualthérie van Weezel wees er op dat de minister van buitenlandse zaken H. van den Broek wegens de Nederlandse opstelling tijdens de Golfoorlog en het sturen van Patriot-raketten naar Israel een bijzondere vertrouwenspositie bij de Israelische premier heeft verworven.

Shamir zou volgens het VVD-Kamerlid Weisglas de Nederlandse minister van buitenlandse zaken in zijn rol van voorzitter van de EG-ministerraad zelfs acceptabel vinden als bemiddelaar in het geval van crises in het vredesoverleg. Gezien Shamirs aanvankelijke verzet tegen een EG-rol in het vredesoverleg, is dat een opmerkelijke Israelische stellingname die volgens de parlementariërs gezien moet worden als de afspiegeling van de vertrouwensrelatie tussen Israel en Nederland.

Weisglas zou juist daarom graag zien dat minister van den Broek zich wat intensiever met het Midden-Oosten gaat bezighouden. In de Tweede Kamer zal hij een beroep op hem doen met een “Van den Broek-plan” voor de dag te komen voor regionale samenwerking in het Midden-Oosten op het gebied van wapenbeheersing, water en electriciteit.