JEZUIETEN

Geheim en wijsheid der jezuïeten. Het epos van een militante orde (1540-1990) door Herman H. Somers 252 blz., Hadewijch 1991, f 35,- ISBN 90 5240 115 2

Heeft Herman Somers een anticlericaal pamflet tegen de vuige papen geschreven? Is hij ouderwets met modder aan het gooien in de strijd tegen de ultramontanen? Dat zijn de eerste gedachten die opkomen bij zijn beschrijving van de aartsvader der jezuïeten Ignatius van Loyola als een uitgekookte poseur, een ambitieuze sluwe berekenaar en een dilettant in de psychotherapie met een pathologische gehechtheid aan succes. De visioenen van de heilige Ignatius worden door Somers al even snel tot aardse proporties teruggebracht: niets anders dan het resultaat van autosuggestie en bewustzijnsverlaging door hypoglycaemie. Maar niet alleen Ignatius, die de Orde in 1540 stichtte, moet het ontgelden. Somers heeft duidelijk niet een eerbiedige geschiedenis van de roemruchte jezuïetenorde willen schrijven. Toch is hij geen ouderwetse antipapist. Volgens de achterflap is Somers met zijn veertigjarige ervaring van het leven binnen de Sociëteit bij uitstek geschikt om tot de kern van de jezuïetenorde door te dringen. Zijn pen wordt vooral gedreven door verontrusting over de koers die de Orde al eeuwen vaart.

In af en toe bloemrijk Zuid-Nederlands weidt hij uit over het blote machtsstreven van de Sociëteit van Jezus, dat eigenlijk al sinds Ignatius het voornaamste streven van de orde was. Daarbij besteedt hij veel ruimte aan de Monata privata Societas Jesu, een geheel van geheime richtlijnen, waarvan de authenticiteit door de jezuïeten zelf altijd ontkend is. Deze Monata verschenen voor het eerst in 1614, maar werden in de 19de en 20ste eeuw nog herdrukt. De richtlijnen gaven aan hoe zonder veel scrupules mensen gebruikt moesten worden om de Orde macht en rijkdom te bezorgen: vorsten en rijke weduwen waren een geliefd doelwit. Door de eeuwen heen is deze publikatie door de Orde zelf van de hand gewezen als de pennevrucht van een rancuneuze ex-broeder, maar voor Somers zijn de Monata Privata "de logische en gedetailleerde uitwerking van de Constituties en van de praktijk van Ignatius en de Sociëteit'. In aangepaste vorm zijn de Monata Privata volgens hem nog steeds een beleidsinstrument. Woorden als jezuïetenmoraal en jezuïetenstreek zijn kennelijk dan ook niet ten onrechte ontstaan.

Hoewel Somers in zijn "epos' een periodisering aanbrengt in de geschiedenis van de orde is zijn historisch overzicht chronologisch verwarrend en thematisch ongestructureerd. Zo duikt een uitgebreide verhandeling over de plotselinge dood van paus Johannes Paulus I onverhoeds op. Allerlei theorieën over het "onverklaarbare sterfgeval' worden weer aangehaald en beoordeeld, zonder dat duidelijk is wat dit nu met de jezuïeten te maken heeft. Dat blijkt pas als Somer pagina's later veelbetekenend verwijst naar een aantal andere sterfgevallen van pausen die mogelijk verband houden met een conflict met de Sociëteit.

Volgens Herman Somers is de Orde der jezuïeten intellectueel uitgerangeerd en door pauselijk ingrijpen met pensioen gestuurd. Dat laatste niet onterecht, volgens hem, want de orde houdt nog steeds vast aan overleefde tradities en onhoudbare stellingen, en sluit zich af voor vernieuwende kritiek. Maar het is de vraag of jezuïeten gevoelig zullen zijn voor de kritiek die Somers in zijn "epos' onophoudelijk levert.