Incidentenpolitiek

DE OMSTREDEN kort-verblijf-centra voor kansloze asielzoekers zijn van de baan. Het risico is te groot. Het kabinet bezint zich nog op een tussenvorm. Dus zo duidelijk is de overwinning van de Kamer niet. En in elk geval heeft het kabinet er, met behulp van een gelegenheidscoalitie van CDA en VVD, twee evenzeer omstreden nieuwe dwangmaatregelen weten door te slepen die beide verplichtingen scheppen voor asielzoekers om zich op een bepaalde, aangewezen plaats op te houden.

Het woordgebruik blinkt niet uit door helderheid en dat is precies de bedoeling. Volgens het kabinet is hier namelijk geen sprake van vrijheidsbeneming zodat de daarvoor geldende regels niet van toepassing zijn. Maar als de nieuwe maatregelen doen waarvoor ze bedoeld zijn is het natuurlijk wèl vrijheidsbeneming en schiet Nederland als het niet oppast internationaal tekort in het verschaffen van elementaire rechtswaarborgen. Als die bepalingen een dode letter blijven rijst de vraag waar Kamer en kabinet de afgelopen week zo hevig mee bezig zijn geweest.

Deze incidentenpolitiek is typerend voor de fase waarin het asielbeleid verkeert. De problemen zijn van Europese dimensie. Maar op dit punt is het Nederlandse voorzitterschap van de EG opeens muisstil. In eigen land vraagt het kabinet eerst een integraal advies van een speciale commissie over asielprocedures en manoeuvreert dit vervolgens op de lange baan. “Uitgewogen implementatie”, zo heet het, vergt een “ander traject en tijdpad”. Het zijn dit soort termen die Den Haag zo'n slechte naam bezorgen.

De uitvluchten zijn des te bedenkelijker omdat de kritiek op het opportunistische karakter van het asielbeleid bepaald niet van vandaag of gisteren dateert; meer dan tien jaar geleden werd in de Kamer reeds de “verbrokkelde terughoudendheid” aan de kaak gesteld. Het is alleen maar erger geworden: eerst een noodwetje om de dubieuze opvangmethoden op Schiphol te legaliseren, toen het samentrekken van asielzaken bij gespecialiseerde rechtbanken en nu weer de concentratie van opvang en behandeling. Wat ze gemeen hebben is de harde lijn.

Het is wel duidelijk waar de aandrang vandaan komt; het blijkt buitengewoon moeilijk afgewezen asielzoekers ook werkelijk weer te verwijderen als ze eenmaal binnen zijn. Dat is bepaald niet een exclusief Nederlands probleem; in de Bondsrepubliek schat men zelfs dat zestig tot zeventig procent van de afgewezen asielzoekers op de een of andere manier blijft hangen. Italië heeft als uitgangspunt dat Europese asielzoekers kunnen blijven tot ze elders hervestiging hebben gevonden.

VERKORTING van de asielprocedure heeft en verdient brede steun. Zij moet dan wel behalve hard ook fair zijn. Als de beslissing in een vroeg stadium valt dan stelt dat extra eisen aan de rechtshulp. De prioriteit van staatssecretaris Kosto is onmiskenbaar een andere. Bij een snelle afhandeling hoort ook de erkenning dat er tussen de weinige evidente ja's en de vele evidente nee's nog een categorie zit die wellicht nader dient te worden uitgezocht. Dat ziet de regering op zichzelf ook wel in, maar het blijft bij lippendienst.