In Sierra Leone zit zelfs de president zonder elektriciteit; In Freetown heerst de schoonheid van de pure armoede

Net zoals in veel andere Afrikaanse landen pleit ook de bevolking van Sierra Leone voor politieke hervormingen. Anderhalf miljoen van de totaal twee-en-een-half miljoen stemgerechtigden hebben zich in een referendum uitgesproken voor een nieuwe grondwet die een einde maakt aan dertien jaar één-partijstelsel, zo is deze week in Freetown bekend gemaakt. Maar het is de vraag of de politieke hervormingen een oplossing kunnen bieden voor de enorme economische problemen, problemen die volgens de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Perez de Cuellar, ook elders in Afrika ongekend dramatische proporties dreigen aan te nemen, problemen waarover begin volgende week in Parijs wordt overlegd door een groot aantal betrokkenen. Een impressie van een kort bezoek aan een van de armste landen van het continent.

FREETOWN, 7 SEPT. Midden in het vraaggesprek met de president van Sierra Leone valt het licht uit. Het gezelschap van ministers, topambtenaren en buitenlandse gasten zit plotseling in het donker. Het staatshoofd, generaal-majoor Joseph Momoh, praat evenwel onverstoorbaar door. Want ook de president van het minst ontwikkelde land van de wereld is eraan gewend dat de elektriciteit zo nu en dan uitvalt.

Momoh, een grote, donkere vijftiger in een nog donkerder pak, zit achter een lang ovaal bureau in zijn met veel hout afgewerkte werkkamer. Het bureau is bezaaid met paperassen, telefoons en prullaria, met namaak bloemen, plastic beeldjes en zilver- en goudkleurige schaaltjes. Achter de president staat een gouden kroon onder een grote glazen stolp. Van het modelvliegtuig dat op de stolp staat zijn de motoren fout gemonteerd. Tegen de muur hangen foto's, kaarten en ingelijste oorkonden.

Momoh laat zich interviewen. Behalve de buitenlandse journalisten zitten ook de minister van plattelandsontwikkeling, enkelen van diens topambtenaren, diens secretaris en een aantal niet nader gespecificeerde hoge medewerkers van de president bij het vraaggesprek aan. Ze zwijgen en kijken instemmend als de president spreekt. Een betere illustratie van de overdadige bureaucratie is nauwelijks denkbaar.

De eerste vraag wordt door de president meteen gecorrigeerd. Sierra Leone is niet het armste land van de wereld, het is het minst ontwikkelde land volgens de Human Development Index van de Verenigde Naties. Hoe dat komt? Momoh geeft een even simpel als schrijnend voorbeeld: Sierra Leone is rijk aan goud en diamanten. Maar van de opbrengst ziet het land maar bar weinig terug. Goud en diamanten worden en gros de grens overgesmokkeld, met name door buitenlanders, door Libanezen. En de winst verdwijnt maar al te vaak op buitenlandse bankrekeningen zonder ooit produktief te worden aangewend in Sierra Leone.

“Ik heb altijd gezegd het ten zeerste te betreuren dat we hier diamanten hebben. Want de diamanten zijn eerder een blok aan het been, dan dat ze ons iets opleveren”, vertelt Momoh met zware, heldere stem. “De diamanten leiden bijvoorbeeld tot een vermindering van de landbouwproduktie. Mensen die nu op het land zouden moeten werken, verkwisten hun tijd in de diamantmijnen. Veel kinderen lopen van school weg om in de mijnen achter het snelle geld aan te gaan.” Momoh zou het liefst de mensen uit de goud- en diamantmijnen jagen. “We passen daartoe bijna elk jaar onze mijnwetgeving aan. Zo hebben we onlangs een hoge belasting ingevoerd in een poging de mijnsector te ontmoedigen.”

Sierra Leone heeft bijna alles in zich om tot een rijk tropisch paradijs uit te groeien. Prachtige palmstranden voor toeristen, bossen voor houtkap en herbeplanting, vruchtbare grond voor koffie en cacao, en delfstoffen als goud, ijzer en diamanten.

Toch verkeert de economie in een deplorabele toestand, is de gemiddelde levensverwachting niet meer dan 42 jaar, is 86 procent van de bevolking ongeletterd en leeft 65 van de vier miljoen Sierra-Leoners beneden de armoedegrens, aldus de meest recente cijfers van de Verenigde Naties. Het gros van de bevolking van Sierra Leone is het grootste deel van de dag bezig met domweg overleven, met de dagelijkse strijd voor drinken, eten en een dak boven het hoofd. Zelfs de mensen met een betrekking in de grote stad hebben het in Sierra Leone zelden ruim. De ober op het vliegveld van Freetown moet twee dagen werken om zelf een van de biertjes te kunnen betalen die hij in zijn bar verkoopt.

De onvrede onder de bevolking is zo groot dat sommigen zich openlijk afvragen wat de onafhankelijkheid in 1961 de bevolking van deze voormalige Engelse kolonie eigenlijk heeft gebracht. “Sierra Leone werd onafhankelijk toen ik van school kwam. Sindsdien is het eigenlijk allemaal verslechterd, kijk maar naar de wegen”, vertelt Ali Mussa, een inwoner van Freetown die voor zijn werk nogal eens onderweg is.

Geasfalteerde wegen vertonen niet zelden ernstige tekenen van verwaarlozing. Wegen die niet zijn geasfalteerd hebben soms veel weg van rivierbeddingen. De spoorwegen, aan het eind van de jaren zestig nog goed voor bijna zeshonderd kilometer rails, zijn al jaren geleden gesloten - de laatste passagierstrein reed in 1974. De nationale luchtvaartmaatschappij is bij gebrek aan vliegtuigen niet operationeel. De openbare elektriciteitsvoorziening werkt niet meer. Zij die het kunnen opbrengen hebben een eigen generator.

In de hoofdstad Freetown, een havenstad aan de Atlantische Oceaan, heerst de schoonheid van de pure armoede. Oude houten en golfplaten woningen staan aan hobbelige straten. Drukke markten worden afgewisseld door rommelige krottenwijken. Mensen lopen met met balen sprokkelhout op het hoofd. Auto's en voetgangers strijden om voorrang.

Onafgebouwde stenen huizen en betonnen constructies vormen een blijvende herinnering aan door geldnood voortijdig beëindigde bouwnijverheid. Voor de benzinestations staan lange rijen auto's soms dagen achtereen op hun rantsoen te wachten (vier liter per keer). Autowrakken liggen als door mieren kaalgevroten karkassen langs de weg, ontdaan van alles wat los zit, vaak overwoekerd door gras en andere vegetatie. De bielzen van de spoorlijn zijn al jaren geleden weggesloopt. De helikopterlandingsplaats ligt er verlaten bij, drie toestellen zijn het afgelopen jaar verongelukt. Uit vrees voor verdere calamiteiten zou nu ook de president zijn eigen helikopter maar aan de grond laten staan.

Het grote, opzichtige flatgebouw dat de Volksrepubliek China in de stad heeft neergezet, in de buurt van het eveneens door de Chinezen aangelegde voetbalstadion, is onlangs opnieuw in de verf gezet. De Chinezen, die zoals ook elders in Afrika de flat bouwden als zichtbare illustratie van weldoend communisme, komen om de paar jaar terug met verf en kwasten omdat ze het lokale vakmansschap niet vertrouwen en omdat de regering van Sierra Leone gewoonweg te arm is om zelf een schilder te betalen - zo gaat het verhaal.

De geldnood van de overheid is zo groot dat sommige leden van het overbezette ambtenarenapparaat maanden op hun salaris moeten wachten, als ze al worden uitbetaald. Daniël, een jonge slungelige onderwijzer in een klein dorpje op enkele uren rijden afstand van Freetown, vertelt dat de onderwijzers onlangs maanden hebben gestaakt omdat ze al een jaar geen loon hadden ontvangen.

De overheid zou foute prioriteiten stellen. “Er is wel geld voor kerken en moskeeën, maar niet voor het onderwijs”, constateert Kengi Isezaki, een Japanse ontwikkelingswerker die voor Foster Parents Plan in Makeni zit.

Ambtenaren behoorden in Sierra Leone nooit tot de doelgroep van Foster Parents Plan omdat ze over het algemeen een te hoog salaris genoten, meer dan 300 dollar per jaar, vertelt Raymond Chevalier, programma-coördinator van Plan voor de regio West-Afrika. Maar inmiddels is de financiële positie van de overheid in Freetown zo verslechterd dat de ontwikkelingsorganisatie overweegt om ook de kinderen van overheidsfunctionarissen te adopteren.

Gevraagd naar de reden van de verslechterde economische situatie in het land, komt telkens weer hetzelfde antwoord: gebrek aan goed bestuur. “Zet een directeur van een grote multinational aan het hoofd van Sierra Leone, de president van General Motors bijvoorbeeld, en het land is er binnen drie jaar weer bovenop”, aldus een Indiase ontwikkelingswerker in Freetown. “Het is mismanagement en gebrek aan discipline. Ze vullen hier gewoon hun zakken”, meent de Nederlandse zakenman Hans Fakkel die al jaren in Sierra Leone woont. Zelfs de minister van plattelandsontwikkeling, Koromah, spreekt van mismanagement. Hij vertelt dat de regering bezig is met een anti-corruptiecampagne en dat ambtenaren die eenmaal zijn betrapt op het aannemen van steekpenningen in principe nooit meer voor een overheidsfunctie in aanmerking komen.

Maar de grens tussen vriendendienst en corruptie is moeilijk te trekken. De secretaris van de minister, Elhadji Bangula, een zenuwachtige man met bezweet voorhoofd, toont trots zijn nieuwverworven goudblinkende horloge. Hij lijkt er geen probleem mee te hebben dat hij het horloge heeft aangenomen van iemand die hij uit hoofde van zijn functie goede diensten heeft bewezen.

Behalve mismanagement en corruptie spelen ook de daling van landbouw- en grondstoffenprijzen Sierra Leone parten, evenals de concurrentie vanuit het Verre Oosten, de olieprijzen en de afhankelijkheid van buitenlands kapitaal en buitenlandse kennis. President Momoh vertelt hoe de winning van de delfstoffen bijna volledig wordt gecontroleerd door buitenlandse ondernemingen: “De Zwitsers bijvoorbeeld doen het het bauxiet. De buitenlandse firma's hebben zeer gunstige voorwaarden weten te bedingen. Want, zoals het gezegde luidt:wie betaalt, bepaalt”, aldus Momoh. “We hebben hier alle minerale rijkdommen, maar we hebben gewoon niet de expertise om ze te exploiteren. We moeten de voorwaarden aanvaarden die de buitenlanders ons opleggen. Anders gaan ze gewoon ergens anders naar toe. En dat willen wij niet.”

De echte problemen begonnen in 1980, toen Sierra Leone de jaarlijkse topconferentie van de Organisatie van Afrikaanse Eenheid (OAE) ontving en de staatshoofden plus hun gevolg op een warm welkom tracteerde. Het land spendeerde naar schatting meer dan 100 miljoen dollar aan de conferentie - onder andere aan de bouw van nieuwe luxehotels en aan de aanleg van een compleet nieuw dorp. “Dat was het begin van het verval”, vertelt minister Koromah. De overheid bleek daarna niet meer in staat haar verplichtingen na te komen. “Onmiddellijk na de OAE-conferentie is het misgegaan”, constateert de Nederlander Fakkel. “Direct na de bijeenkomst stopte de overheid met betalingen. Ik ben nog steeds achter vorderingen aan uit die tijd.”

Typerend voor de deplorabele staat van het overheidsapparaat vormt de huisvesting van menig ministerie. De departementen hebben hier veel weg van sportbarakken. Minister Koromah huist in een donkere, ovale, houten ruimte. Een van zijn medewerkers schrijft met krijt op een schoolbord tegen de muur dat dienst doet als de agenda van de bewindsman. Bangula, de secretaris van de minister, houdt kantoor in een rommelige kamer, met een versleten oranjebruin tapijt op de grond en doorgezakte bank, een kamer zonder airconditioning en zonder frisse-luchtfan. Buiten aan de muur hangt een houten schuifbord dat aangeeft of de hoge ambtenaren al dan niet aanwezig zijn.

De moeilijkheden voor de regering van Sierra Leone worden nu versterkt door de opstand in het zuidoosten van het land. Daar voeren rebellen strijd tegen het bewind van Momoh. Volgens de regering van Sierra Leone bestaan opstandelingen uit vooral aanhangers van Charles Taylor, de rebellenleider in het buurland Liberia die anderhalf jaar geleden de opstand tegen president Doe inzette en nu het grootste deel van Liberia controleert. Taylor zou de regering in Sierra Leone willen ontwrichten omdat deze steun geeft aan het Westafrikaanse interventiemacht die vorig jaar ingreep in de burgeroorlog in Liberia.

Door de opstand zijn grote delen van de economie getroffen, wat de regering in Freetown van broodnodige inkomsten berooft. Voorts moet Momoh miljoenen dollars extra uitgeven aan bewapening (tien miljoen in de eerste drie maanden van het conflict). Het openbare leven in Freetown wordt ontwricht door duizenden vluchtelingen die voor extra criminaliteit zorgen.

De Nederlander Fakkel constateert dat het in Sierra Leone eigenlijk alleeen maar een kwestie is van overleven. “Mijn generator loopt tot morgenochtend, dan is de brandstof op. Daar moet ik dan nu een oplossing voor gaan zoeken.” En met een in de loop der jaren ontwikkelde cynische onverschilligheid concludeert hij: “Het enige mooie hier is eigenlijk het strand.”