In ons domineesland zijn wijsgeren kennelijk niet welkom; Emigreer voor het te laat is

In een nivelleringsgezind land zijn universiteiten een dankbaar object van bezuinigingen. Hoe deze beter te rechtvaardigen dan met het argument dat de universiteiten niet voldoen aan allerlei (onderling strijdige) eisen? De minister wil bijvoorbeeld zowel het numerieke rendement als de inhoudelijke kwaliteit van de opleidingen verbeteren. Verdere verhoging van het numerieke rendement zal echter gemakkelijk ten koste gaan van de kwaliteit. In sommige gevallen zijn de wettelijke kaders voor het universitaire onderwijs zelfs ronduit onwerkbaar geworden. Met name de studie wijsbegeerte is onbedoeld de dupe van inconsistenties in de onderwijswetgeving, zoals de visitatiecommissie wijsbegeerte in haar op 5 april verschenen rapport constateerde. Door de recente financieringsvoorstellen van de minister worden de faculteiten der wijsbegeerte voorts regelrecht in hun bestaan bedreigd.

Volgens de Wet op het Wetenschappelijk Onderwijs van 1960 dienen de universiteiten onder meer het "inzicht in de samenhang der wetenschappen' te bevorderen. Vakopleidingen doen dit niet of nauwelijks. De samenhang der wetenschappen is echter één der kernproblemen van de wijsbegeerte. Al in de oudheid was de verhouding van wiskunde en fysica een brandend filosofisch vraagstuk. Tijdens de wetenschappelijke revolutie hebben wijsgeren de conflicten tussen theologie en natuurwetenschap bestudeerd. Belangrijke theologische ontwikkelingen waren het gevolg. In de negentiende eeuw werd de relatie van de klassieke mechanica tot een gegeneraliseerde evolutietheorie een focus van wijsgerig onderzoek. De uitvinding van de computer heeft de afgelopen decennia een nieuwe impuls gegeven aan reflectie over de samenhang van cognitieve psychologie en neurofysiologie.

Dergelijke probleemgebieden zijn centraal voor ons mens- en wereldbeeld. Is de mens een machine of een vrij en verantwoordelijk wezen? Kan bewustzijn door de natuurwetenschappen worden verklaard? Is geloof in een goddelijke schepping te rijmen met evolutie en de Big Bang? Verschillende vakgebieden impliceren onverenigbare antwoorden op dit soort vragen. De wijsbegeerte is, doordat ze deze antwoorden met elkaar confronteert en de achterliggende problemen onderzoekt, een intermediair tussen de wetenschappen en tussen wetenschap en wereldbeschouwing. Geschiedenis van de wijsbegeerte is dan ook één der interessantste perspectieven op de cultuurgeschiedenis.

Om de universitaire taak van bevordering van "inzicht in de samenhang der wetenschappen' gestalte te geven, verplichtte de wetgever in 1960 elke universiteit een "Centrale Interfaculteit' op te richten, waarin men wijsbegeerte zou kunnen studeren, bij voorkeur naast een andere studie. De WWO van 1985 hield vast aan de doelstelling van het universitaire onderwijs het inzicht te bevorderen in de samenhang der wetenschappen. De verplichting van een Centrale Interfaculteit kwam evenwel te vervallen, terwijl de bestaande faculteiten werden omgedoopt tot "Faculteit der wijsbegeerte'. Blijkbaar wilde men de universiteiten niet meer nopen de genoemde doelstelling te realiseren.

In het kader van de Wet Twee Fasen-structuur van 1982 blijkt dit ook niet eenvoudig te zijn. Een wijsgeer zal deskundigheid in diverse vakwetenschappen moeten bezitten, die hij in zijn studie kan verwerven door niet-wijsgerige vakken in het curriculum op te nemen of door wijsbegeerte naast een vakwetenschap te studeren. Is dit haalbaar binnen het door de Wet Twee Fasen-structuur voorgeschreven curriculum van vier jaar? Voor het opnemen van een niet-wijsgerig vak acht de visitatiecommissie wijsbegeerte “een vijfde cursusjaar onvermijdelijk”. Een dubbele doctoraalstudie is door de recente beperking van de studiefinanciering onhaalbaar geworden. “De reductie van de studieduur tot vier jaar maakt een deugdelijke opzet van de studie, die recht doet aan de eigen aard van de wijsbegeerte, schier onmogelijk”, zo concludeert de commissie. Kortom, de Wet Twee Fasen-structuur belet de faculteiten der wijsbegeerte de hun door de Wet Wetenschappelijk Onderwijs opgedragen doelstelling te verwezenlijken. Is deze contradictie misschien de reden dat het wetsontwerp WHW niet meer rept van het bevorderen van inzicht in de samenhang der wetenschappen? Heeft de Nederlandse intelligentsia dit inzicht volgens de minister niet meer nodig?

Financieel maakt het overheidsbeleid een verantwoorde studie in de wijsbegeerte eveneens onmogelijk. Het numerieke rendement van universitaire opleidingen is in Nederland niet lager dan in andere landen die aan de universiteiten geen instroomselectie toestaan. Doordat het Nederlandse studiefinancieringsstelsel echter het duurste van Europa is en kampt met voortdurende kostenoverschrijdingen, ziet de minister zich genoopt telkens weer maatregelen te nemen die de studieduur beperken. Voor de student wordt de duur van de studiefinanciering gereduceerd. De zes jaar studiefinanciering werd al teruggebracht tot vijf. Verdere beperkingen liggen in het verschiet. Bij de instellingen wil de minister de efficiency verhogen door een gedeeltelijke 'output'-financiering van het onderwijs. Helaas vonden de universiteiten het oorspronkelijke voorstel om deze "output' te definiëren in termen van door studenten gevolgde studieonderdelen te ingewikkeld. Nu het aantal behaalde doctoraalexamens het criterium voor output wordt, zal de financiering van de faculteiten der wijsbegeerte onder grote druk komen te staan.

Meer dan de helft van de doctoraalstudenten in deze faculteiten studeert namelijk wijsbegeerte naast een ander vak, waarin het doctoraalexamen eerst zal worden behaald. Aangezien de verkorting van de studiefinanciering het voor deze studenten onmogelijk maakt hun tweede doctoraalexamen (in de wijsbegeerte) te behalen, zal het door hen genoten onderwijs ten gevolge van het voorgestelde systeem van output-financiering niet meer door het ministerie worden betaald.

Minister Ritzen schijnt in grote lijnen te hebben ingestemd met het plan voor een nieuwe universitaire predikantenopleiding van de Hervormde Kerk. Dit plan voorziet in een zesjarig curriculum, leidend tot twee doctoraalexamens. Waarom wordt aan wijsgeren onthouden wat aan theologen wordt toegestaan, terwijl het plan van de Hervormde Kerk bovendien de scheiding tussen kerk en staat in gevaar brengt? Wijsgeren zijn in domineesland kennelijk niet welkom. Nu de wet hun het werken inhoudelijk en financieel onmogelijk maakt, kan ik de Nederlandse filosofen maar één advies geven: emigreert voor het te laat is!