Enquete krijgt ruime respons

De enquete in het Kader van het nationale Economiedebat is door 6.000 personen ingevuld. Dit aantal overtrof de verwachtingen van de organisatoren ruimschoots. De statistische analyse is gebaseerd op 5.848 volleidg ingevulde enqueteformulieren. De antwoorden zijn verwerkt door het onderzoeksbureau SKIM Markt en Beleidsonderzoek te Rotterdam.

De vragenlijst verscheen op 15 juni in NRC Handelsblad en is eveneens gepubliceerd in het economenweekblad ESB, de tijdschriften Osmose en Eclaire. Daarnaast is de enquête verstuurd naar leden van de Koninklijke Vereniging voor de Staatshuishoudkunde.

De wijze van verspreiding van de enquête maakte bij voorbaat een zogenoemde a-selecte steekproef onmogelijk. Niet iedere Nederlander had immers een even grote kans om aan de enquête deel te nemen en ook in de bereidheid tot deelname onder de lezers van NRC Handelsblad of via de andere tijdschriften zat een selectiemechanisme. Juist mensen die geïnteresseerd zijn in de vitaliteit van de Nederlandse economie zullen de moeite hebben genomen de enquête in te vullen. Er was dus in methodologische zin sprake van een selecte steekproef.

Door het grote aantal inzendingen is het evenwel mogelijk om onderscheid te maken in deelgroepen, die op zichzelf voldoende groot zijn om statistisch betrouwbare uitspraken te kunnen doen. De selectiviteit van de steekproef heeft daarom geen nadelige invloed op de betrouwbaarheid van de resultaten.

De selectiviteit van de antwoorden blijkt uit de verdeling van de deelnemers naar geslacht, leeftijd en opleiding (zie tabel 3). Er was sprake van een sterke oververtegenwoordiging van mannen (91 procent), van respondenten met een hogere of universitaire opleiding (90 procent), van wie een groot aantal economie of bedrijfskunde heeft gestudeerd, en van mensen in zelfstandige en hoge beroepsgroepen.

Ook de politieke voorkeur van de deelnemers is niet representatief voor Nederland en deze wijkt bovendien af van de politieke keuzes van alle lezers van NRC Handelsblad (tabel 2). Vooral aanhangers van de VVD en D66 vulden de enquête in, terwijl het percentage kiezers van het CDA en de PvdA onder het landelijke gemiddelde lag (de vergelijkbare cijfers over de politieke keuze van de Nederlandse bevolking hebben betrekking op de periode waarin de enquête werd gehouden).

Hoewel de gemeten mening van de deelnemers dus niet representatief is voor de "gemiddelde Nederlander', is het dank zij het grote aantal deelnemers die hebben geantwoord mogelijk om een beeld te krijgen van afzonderlijke groepen die geïnteresseerd zijn in de vitaliteit van de Nederlandse economie. In de enquete werd niet alleen een oordeel gevraagd over de Nederlandse economie, maar ook naar de positie van de geënquêteerden in de economie. Hierdoor is het mogelijk om de deelnemers in te delen naar verschillende kenmerken: - geslacht - leeftijd - opleiding - waardepatroon ten aanzien van werk en beroep - keuzes bij wijziging van arbeidssituatie - sector waarin deelnemer werkzaam is - functie waarin deelnemer werkzaam is - omzetgroei van de organisatie - beleving van de werkomgeving.

Op basis hiervan zijn zogenoemde cluster-analyses uitgevoerd van groepen discussie-deelnemers die zich van elkaar onderscheiden door hun antwoordpatroon ten aanzien van hun oordeel over de sterke en zwakke kanten van de Nederlandse economie.