"Die oefeningetjes van trainer Ivic zitten nog allemaal in mijn hoofd'

Hij vierde triomfen als Beer van de Meer en speelde 46 keer in het Nederlands elftal. Maar andere welluidende bijnamen als Bolle van Zwolle, Lek van PEC en Kolos van Oss geven al aan dat PIET SCHRIJVERS een lange weg heeft afgelegd in het betaalde voetbal. Na een glanzende carrière als doelman wil hij bewijzen dat hij ook een toptrainer is.

Of Piet Schrijvers nu van de keeperstraining komt bij FC Utrecht, waar hij enkele keren per week doelman Van Ede onder handen neemt, of als trainer van TOP met zijn elftal in De Lange Leegte tegen Veendam speelt, overal voltrekt zich hetzelfde ritueel. In hun eigen club teleurgestelde supporters die hem toeroepen: Hé, Beer van de Meer, wanneer kom je bij ons in het doel staan?'

“Ze zien je toch meer als keeper dan als trainer”, reageert Schrijvers vertederd. Daarom was hij tot in het diepst van ziel gekrenkt toen bij Wageningen, waar hij na deelname aan de soundmixshow van Hennie Huisman als trainer buiten de deur werd gezet, op een gegeven moment ook niets meer van zijn keeperstraining zou deugen. Vanaf dat moment zon Schrijvers op sportieve wraak. Hij koos daarvoor het uit de rijen der amateurs naar de eerste divisie gepromoveerde TOP uit Oss. Een clubje met een bescheiden begroting van 1,3 miljoen, maar wel uit een gemeente met 55.000 inwoners, die wordt geschraagd door een aantal goede industriëen.

Dat vertaalde zich volgens Schrijvers ook in een goede organisatie binnen de plaatselijke voetbalclub. Het bewijs kreeg Schrijvers geleverd toen hij een beleidsplan voor het bestuur opstelde. “Ik heb al mijn zakelijke ervaringen die ik in het voetbal heb opgedaan op papier gezet voor het bestuur en uitgelegd hoe het reilt en zeilt bij een betaalde club”, zegt de man die zijn goed belegde boterham grotendeels heeft verdiend met zijn handen, niet met zijn hoofd. Eerst in de bouw op de steigers, later in het doel van Ajax en het Nederlands elftal.

“Dat opstelletje sloeg aan”, herinnert Schrijvers zich. “Eén man herkende het zakelijke karakter ervan volkomen. Ze wilden bij TOP ook niet weten waarom ik eruit ben gegooid bij Wageningen. 'We kijken niet naar het verleden', kreeg ik simpel te horen. TOP gaat uit van een gemiddeld aantal toeschouwers van 1.200. We zitten nu al op 4.000. Ik regel een trainingskamp voor vijf ruggen en verdien meteen de helft voor de club terug. Dat komt dan toch omdat ik zulke dingen bij Ajax heb geleerd. Ik heb daar mijn ogen niet in mijn zak gehad.”

Na HVC, DWS en FC Twente speelde Schrijvers negen jaar in de Meer bij Ajax, daarna nog drie jaar bij PEC, voordat de nu 44-jarige trainer in 1986 stopte als actief voetballer. Hij kan nu nog vol vuur vertellen over Ajax, de club waar hij niet meer komt omdat hij het vertikt om na negen jaar trouwe dienst te soebatten om kaartjes. “Er is nu een commissie opgericht waarin ook Michels, Beenhakker en Sjaak Swart zitten, om een club op te richten van oud-Ajacieden die iedere wedstrijd recht hebben op twee kaartjes in het nieuwe stadion voor de thuiswedstrijden van Ajax. Je moet dan wel via een bepaald puntenstelsel aan de eisen voldoen om tot die club te behoren. Maar Ajax is natuurlijk geen uitzondering.”

“Laatst”, vervolgt Schrijvers, “zit ik bij mijn accountant en ontmoet ik een snotjochie van Nationale Nederlanden, die voor een wedstrijd van het Nederlands elftal over alles blijkt te beschikken. Toegangskaarten, parkeerkaarten, kaarten voor de vip-lounge, m'n mond viel open van verbazing. Want als Ruud Krol of ik niet naar Zeist schrijven laat de KNVB niets van zich horen. En zelfs dan word je nog weggedrukt in een hoek van het stadion. Dat verdom ik. Het is een schande hoe de KNVB omspringt met zijn oud-internationals. Ze zouden in Zeist eens moeten kijken hoe de Duitse bond dat oplost. Dat heeft wel wat meer niveau.”

Schijvers noemt zichzelf een moderne trainer. “Ik sta tussen de spelers, ze mogen gewoon Piet zeggen. Ik hoef geen mijnheer te worden genoemd. Maar als er vreemden bij zijn, verwacht ik dat ze me aanspreken met trainer. Een kwestie zoals het hoort, vind ik.” Het is een etikette die hij vooral heeft opgedaan bij Ajax, een stukje verleden dat door zijn hoofd blijft spoken. Schrijvers: “Als speler heb ik nooit een betere trainer meegemaakt als Tomislav Ivic bij Ajax. Die oefeningetjes van Ivic zitten nog allemaal in m'n hoofd. Arnesen, Erkens, Schoenaker, Lerby, Boeve, Ophof, Rijkaard; allemaal hebben ze voetballen geleerd van Ivic. Die man was bezeten van voetbal, een kanjer. Zelfs op feestavonden van Ajax zat 'ie nog met suikerklontjes te schuiven om daarmee de verschillende taktieken aan de omstanders uit te leggen. Onder zo'n man, of Boskov, zou ik nog wel eens willen werken. Daar zou ik nog iets van kunnen leren. Voor de rest red ik mezelf wel.”

Met Ajax nam Schrijvers negen keer deel aan het Amsterdam-toernooi en stopte hij 86 penalties. In Amsterdam kreeg hij de bijnaam Beer van de Meer, zijn handelsmerk dat hij ook nu nog sterk cultiveert en waarmee hij in het Nederlands elftal twee WK's en twee EK's afwerkte. “Bijnamen zeggen me niets, maar dat Beer van de Meer roept toch wel bepaalde gevoelens bij me op”, gaat hij wat dieper op dat begrip in. “Die kreet kan een legende worden. Zoals begrippen als De Zwarte Panter en de Leeuw van Deventer dat ook zijn. Als ik zeventig ben, zullen de mensen nog weten wie de Beer van de Meer was. De rest is dan al lang vergeten.”

TOP presteert onder Schrijvers nogal wisselvallig. In uitwedstrijden worden tot nu toe de punten behaald. In het stadion aan de Heescheweg in Oss wacht de trouwe aanhang nog steeds op het eerste punt. Schrijvers: “Dat is allemaal ingecalculeerd. Elke ploeg die homogeen is en bereid is te knokken, kan in de eerste divisie ver komen. Daarbij zijn de verwachtingen bij ons niet hoog gespannen. Als ik al een club of vier in de eerste divisie onder mij laat met TOP, is het seizoen al geslaagd. Dit eerste jaar in het betaalde voetbal gaan we pionieren in positieve zin. Als deze jongens bij Heerenveen komen en worden geconfronteerd met 9.200 man op de tribunes, tsja dan staat dat elftal van mij natuurlijk stijf van de zenuwen. Dat hebben die spelers van mij nog nooit meegemaakt. Dan verlies je ook met 3-1. Op een gegeven moment heb ik m'n nette pak aangetrokken, ben de kleedkamer binnen gestapt en heb gezegd: 'Nu even kalm aan. We spijkeren de boel even dicht en hebben voorin drie sluipmoordenaars lopen. We gaan wat punten pakken'. Of ze nu waren geïmponeerd door mijn pak of mijn aanpak weet ik niet, maar we gingen wel winnen.”

Veel verwacht Schrijvers van goalgetter Peter Wubben, een amateur van Desk, die bij FC Den Haag onder trainer Co Adriaanse mislukte omdat hij de ziekte van Pfeiffer onder de leden had. Schrijvers: “Een sluipmoordenaartje, dat in de eerste divisie zeker goed is voor 25 goals. Maar let ook op zo'n jongen als Waterink. Die heb ik op 19-jarige leeftijd al gehaald bij Wageningen als amateurtje van De Treffers. Die spelers kosten geen dubbeltje meer. Want de amateurvergoeding was al betaald. Zo'n Ruud van Lith is weer een ander verhaal. Die is dertig en moet ik dus scherp houden. Die moet je psychologisch bespelen. Maar dan is hij geheid goed voor tien goals.”

Toch constateert Schrijvers een afnemende profmentaliteit die parallel lijkt te lopen met de toegenomen welvaart van de spelers. “Ze nemen de tijd niet meer en praten niet meer over voetbal”, legt hij uit. “De verhalen gaan over de disco en auto's. Ik woonde in Abcoude indertijd tien minuten van het Ajax-Stadion. Maar als ik om half elf moest trainen ging ik om kwart over negen al van huis. Even lekker ouwehoeren over voetbal met Bobby Haarms. Die mentaliteit hebben die jonge gasten niet meer. Ik vraag me ook wel eens af hoe ze zullen reageren onder echte tegenslag. Terwijl ik me altijd op m'n sterkst voelde wanneer ik geblesseerd raakte of op de wip zat. Achter mijn rug om kocht Ajax Storm en Galjé. Ik wist, nog één fout en ze sodemieteren me er uit. Ik zag Beenhakker dan bij het uitkomen van de kleedkamer schuldig met een scheef oog naar me kijken. Ik zei dan: 'rustig maar jongen, ik pak die ballen wel'.

Een transfer van Witschge van acht miljoen naar Barcelona noemt Schrijvers overdreven. Niet dat hij de voormalige Ajacied het geld misgunt, maar het produkt voetbal wordt er ondanks die enorme investeringen in zijn visie niet beter op. Schrijvers: “Het heeft voornamelijk met instelling te maken. Als ik die spelers van Milan hoor klagen dat ze een zondagavond voor een interland het vliegtuig niet hebben kunnen halen en daardoor niet hebben kunnen stappen op het Leidseplein dan denk ik: "waar praten jullie eigenlijk over?' Hoe moet zoiets overkomen op de man in de straat die tussen de vijftig en honderd piek moet neertellen voor een kaartje? Die mag toch op z'n minst verwachten dat de spelers met hun gedachten met voetbal bezig zijn en niet met stappen. Begrijp me goed, wij stapten in mijn tijd ook hoor. En we hadden echt niet minder lol. Maar we hingen het allemaal niet aan de grote klok.”