De prijs van de overwinning

MOSKOU, 7 SEPT. Bij de buren op nummer 175 wordt het huis opgeknapt. In ruil voor honderd roebel willen de schilders in de baas zijn tijd de deuren in het halletje van nummer 173 ook wel even een lik verf geven. Voor nog eens honderd roebel kunnen maandag ook de muren worden gesausd.

Voor de stoplichten op de hoek van de bibliotheek voor buitenlandse literatuur aan de Oeljanov-straat staan bijna volwassen jongens met een smerige doek te wachten op de voorruiten van Westerse auto's. Daar is het: eerst lappen en dan pas vragen om vijf roebel voor de ongevraagde dienstverlening.

In de Tverskaja-straat hebben ondertussen leeftijdgenoten krantenstalletjes opgezet. De International Herald Tribune van gisteren kost er twintig roebel, de Financial Times van eergisteren twintig en The Guardian van die dag vijftien roebel.

De handelsgeest in Moskou kent geen grenzen. De markteconomie is in aantocht. Daar waar geld te verdienen is, moet je zijn. Want de staatswinkels mogen dan leeg zijn, elders in de stad is in principe alles te krijgen. Maar vraag niet hoe en tegen welke prijs. Vijfentwintig roebel voor een pakje Marlboro is nog te geef. Maar een jack kost al 3200 roebel, bijna vijftig procent meer dan voor de staatsgreep. Voor een damesmantel moet drieduizend roebel worden neergelegd, ook de helft duurder geworden sinds de coup. En wat een eenvoudige BMW doet, dit voorjaar nog voor drie ton te koop, kan ik helaas nog niet mededelen.

Bovendien moet de creatieve burger zijn tijd vooruit zijn. De putsch mag afgewend zijn, de democraten mogen hebben gezegevierd, de rekening van de overwinning zal niettemin snel gepresenteerd worden. De nu in hoog tempo voortschrijdende liberalisering van de economie, onder leiding van de interim-regering van de Russische premier Ivan Silajev en diens vice-premier Grigori Javlinski (co-auteur van het befaamde "vijfhonderd-dagenplan'), Arkadi Volski (adviseur van Gorbatsjov) en Joeri Loezjkov (loco-burgemeester van Moskou), zal hoe dan ook haar prijs hebben.

Een niet geringe prijs bovendien. Want de economie van de nieuwe "Unie van Soevereine Staten' - in het Russisch "Sojoez Soeverennich Gosoedarstv', hetgeen in de afkorting SSG (spreek uit "EsEsGeu') door menige Rus nu al wordt geassocieerd met "Sojoez Soeverennich Govno' of te wel "Unie van Soevereine Stront' - is in een peilloze diepte beland.

Pag 19:

Russen wacht nieuw trauma: hyperinflatie

Voormalig premier Valentin Pavlov, thans gedetineerd wegens zijn betrokkenheid bij de coup, dacht dat toen hij begin dit jaar aantrad te kunnen voorkomen door het financieel-economisch beleid zoveel mogelijk te decentraliseren. Vanuit een strikt monetaire gedachtengang was dat nog niet eens zo gek. Met zijn geldzuivering waardeerde hij de roebel in ieder geval ineens weer op in het vocabulaire. Maar niemand die de opdrachten van hogerhand nog uitvoerde. Dat had voor de coup reeds geleid tot krankzinnige anomalieën. De Staatsbank bleef aan de overheidsbedrijven bijvoorbeeld geld lenen tegen anderhalf á drie procent rente. De inmiddels op ruime schaal werkende particuliere banken, zoals Menatep en de Bank van het Oosten, gaven tezelfdertijd de spaarder een veelvoud. De staatsondernemers konden aldus slapend geld verdienen.

De produktie is als gevolg van deze anarchie de eerste helft van dit jaar met gemiddeld tien tot dertig procent gedaald. In een "onafhankelijke' republiek als Georgië, waar de nationalistische leiding tot voor kort altijd dacht dat ze het met haar landbouw, fruitteelt, onnavolgbare pittoreske schoonheid en dus toeristische attractiviteit wel zou redden, is de economische bedrijvigheid met bijna vijftig procent gekelderd. Het ligt bovendien voor de hand dat de produktiviteit nog verder zal dalen, zeker in de bedrijven van het "militair-industriele complex', die het straks zwaar te verduren krijgen als de Russische regering van president Boris Jeltsin hen eindelijk de marktprijs voor olie en andere grondstoffen zal berekenen.

Het tekort op de staatsbegroting van de unie is eveneens in een vrije val geraakt. In april was het tekort al opgelopen tot dertig miljard roebel, de omvang die voor het hele jaar 1991 was geraamd. Eind december wordt nu een gat van tweehonderd tot driehonderd miljard roebel voorspeld.

En de prijsverhogingen zijn evenmin mals. De officiële prijsstijgingen die voormalig premier Valentin Pavlov begin april van overheidswege doorvoerde, waren niet de laatste. Niet alleen in de vrije sector bleven de prijzen gstijgen, ook in de staatssector was er deze zomer geen houden meer aan. Een paar cijfers. Jumpertje voor kinderen: plus veertig procent. Herenkostuums: plus 34 procent. Damesjassen: plus een kwart. Alles bij elkaar een gemiddelde inflatie van ongeveer dertig procent.

Volgens het economische onderzoeksinstituut Epicenter van de huidige vice-premier Javlinski is nu al tweederde van de bevolking in de Sovjet-Unie onder de “armoedegrens” getuimeld. En het wordt nog erger. In het najaar wordt door de economen uit zijn school hyperinflatie verwacht die kan oplopen tot wel vijfhonderd procent. Want de roebelpers heeft tot nu toe vrolijk doorgedraaid. Voor 1991 wordt een totale emissie van honderd miljard verwacht. En het "hete geld', de spaartegoeden die werkeloos bij een bank of in een sok lagen omdat Pavlov ze ten dele had bevroren, zal dank zij de komende liberalisatie eveneens circuleren. Niemand weet om hoeveel het gaat, maar een voorzichtige schatting gaat uit van een gemiddelde van duizend roebel per burger, hetgeen in totaal op ruim 250 miljard roebel zou uitkomen. “Die hyperinflatie zal traumatiserend werken”, aldus Andrej Dobrynin, een leerling van Javlinski. “Ik ben misschien een beetje cynisch, maar wellicht moeten we daar eerst doorheen. Hoe dan ook, hoe korter het duurt hoe beter. Liever een kortstondige hyperinflatie dan een langdurige inflatie”. Daarna zou de roebel, die maandelijks blijft devalueren, in eigen land convertibel moeten zijn.

Ook Dobrynin geeft echter toe dat de wens enigszins de vader van zijn gedachte is. Want tegelijkertijd nemen de rentestanden woekerachtige vormen aan. Ondernemers of burgers die in Moskou commercieel willen lenen moeten nu al rond de twintig procent rente betalen. In de rest van Rusland schommelen de percentages tussen de vijftien en negentien procent. Niet bepaald een stimulans voor de grootscheepse privatisering die de interim-regering van Silajev en zijn trojka op het programma hebben staan.

Het is deze combinatie van sociaal-politieke én financieel-economische factoren die het kabinet-Silajev deed besluiten om Javlinski's "Marshall-plan', dat voor de topontmoeting van de G-7 in de la verdween, weer tevoorschijn te halen. Juist nu de Sovjet-Unie als politieke eenheid niet meer bestaat, is de kans voor één gemeenschappelijk economische markt weer wat toegenomen. Door de monocultuur die door zeventig jaar planeconomie is geschapen, kan nu bijna geen enkele republiek nog op eigen benen staan. De eerste Westerse minister van financiën die op bezoek is gekomen om hierover verder te praten, was de Franse bewindsman Pierre Bérégovoy. Gisteren heeft Bérégovoy met Javlinski en Volski (verantwoordelijk voor de conversie van de militaire industrie) gesproken. Vandaag was hij te gast bij Jeltsin. Maar ook Bérégovoy heeft, indachtig de eenheid van de G-7, tot op heden de geldkraan nog niet opengedraaid.