DE MACHO VLIEGER

Stuntvliegers bouwen en besturen door Servaas van der Horst en Nop Velthuizen 97 blz., geïll., Uitgeverij Jan Thoth 1991, f 32,50 ISBN 90 686 8035 8

Het aardige van de kunststoffen en supervezels van tegenwoordig is dat hun toepassingen niet beperkt zijn gebleven tot ruimteschepen en raceboten. Ze hebben ook een warm onthaal gevonden bij de ontwerpers van het speelgoed van de moderne mens. In mountainbikes, surfplanken, lichtgewicht tenten, kano's en skateboards vonden de nieuwe materialen heel snel een toepassing. Ze zijn licht en stijf, sterk en duurzaam, dus bij uitstek geschikt voor gebruik in kleurige fun-artikelen.

Heel hard heeft die materialenrevolutie toegeslagen in het vliegeren. Wie nu een vliegerwinkel binnenstapt en argeloos vraagt om een rolletje vliegertouw, een paar velletjes vliegerpapier en twee stukjes bamboe wordt meewarig aangekeken. Het is er wel, maar het wordt aan het oog onttrokken door de spoelen met twarontouw, de rollen nylondoek en de rekken met koolstof buizen.

Die materialen zijn lichter en sterker dan de traditionele en ze hebben de stoot gegeven tot de opkomst van vliegers die dingen kunnen die met een vlieger van papier of stof onmogelijk zouden zijn. Een stuntdelta, een bestuurbare vliegende vleugel van ongeveer een meter breed, ziet er niet tegen op om met 150 km per uur vlak langs het strand te scheren, dan plotsklaps het luchtruim te kiezen, daar een paar maal om zijn as te tollen en dan doodstil te blijven staan. Daar is wel een getraind en gespierd paar armen voor nodig, want een stuntdelta kan behoorlijk aan zijn twee stuurlijnen trekken. Ook is het een hele kunst om te onthouden hoe vaak de vlieger om zijn as heeft getold, want hij moet een gelijk aantal keren terugtollen om aan zijn volgende stunt te kunnen beginnen.

Toch zijn het niet zozeer de lichamelijke en geestelijke capaciteiten van vliegeraar maar vooral de nauwelijks buigende koolstofbuizen van het frame, de niet bollende nylon bekleding van de vleugel en de zeer sterke, lichte en niet rekkende stuurlijnen van kevlar of dyneema die de kunststukjes mogelijk maken.

Vliegeren is dus een technische sport geworden met hier en daar een macho-accent. Hangend aan de stuurlijnen tientallen meters door het mulle zand gesleept worden - het is weer eens wat anders het genoeglijke oplaten van zo'n zelfgeplakte diamant met een staart van strikken.

VLIEGEND MATRAS

De vertechnisering van het vliegeren heeft ook de stoot gegeven tot de opkomst van het nieuwe vliegerboek. Elke vliegerwinkel (er zijn er meer dan vijfentwintig in Nederland) heeft wel een plankje met een stuk of tien handleidingen voor het maken en oplaten van vliegers. Ze zijn meestal uit het Duits of het Engels vertaald. Naast het al bijna klassieke boek van David Pelham (Kites, 1977) dat een mooi historisch overzicht biedt, vele modellen behandelt maar wat vaag is over de wijze waarop ze gemaakt moeten worden, zijn er de laatste jaren ook zeer gespecialiseerde werkjes verschenen. Het accent is daarbij op de bestuurbare stuntvlieger komen te liggen. Stuntvliegers bouwen en besturen, een onlangs verschenen boek van Servaas van der Horst en Nop Velthuizen is daar een goed voorbeeld van. Het boek is ontstaan als een speciaal nummer van het sinds 1982 verschijnende tijdschrift Vlieger. Dat nummer trok veel belangstelling, werd een keer herdrukt en beleeft nu zijn verschijning als boek. Terecht, want Van der Horst en Velthuizen hebben een heldere en interessante handleiding geschreven. Ook de in een dergelijk boek onmisbare foto's en tekeningen zijn van goede kwaliteit. De auteurs richten zich niet alleen tot de zelfbouwers; ook de kopers van de kant en klare stuntvliegers uit de vliegerwinkel worden bediend.

Het assortiment valt uiteen in verschillende typen; sommige zijn gepatenteerd en mogen alleen voor eigen gebruik worden gemaakt. Behalve de delta en de meer traditionele bestuurbare kruisvlieger heb je bijvoorbeeld de "vliegende matrassen'. De gepatenteerde Flexifoil is de bekendste. De Flexifoil is bij toeval uitgevonden door twee outsiders. De Engelse studenten industriële vormgeving Ray Merry en Andrew Jones namen zich in de jaren zeventig voor een kunstwerk te maken dat kon vliegen. Ze experimenteerden met allerlei plastic zakken en zagen op een gegeven moment in dat je die de vorm van een vliegtuigvleugel moest geven. Ze plakten een hele rij zakken aan elkaar en voorzagen die aan de voorkant van een met gaas afgesloten inblaasopening. In de wind gehouden werden de vormeloze zakken tot een strakke vleugel opgeblazen. Merry en Jones bevestigden aan elke zijkant een stuurlijn, staken een stok in de vleugel om hem gestrekt te houden en voor ze het wisten werden ze bijna de lucht in getild. De Flexifoil was geboren, een vlieger die alle snelheidsrecords breekt en enorm hard kan trekken. Flexifoils worden nu van dun nylondoek gemaakt en de strekstok is tegenwoordig van glasfiber. In het boek is een bouwbeschrijving van een op de Flexifoil gelijkende matrasvlieger opgenomen (Speedfoil), maar er is heel wat vaardigheid op de naaimachine voor nodig.

BASISCURSUS

Een belangrijk deel van het boek wordt ingenomen door een "basiscursus vliegers maken'. Eerst passeren alle materialen de revue. De meeste zijn niet voor de vliegerij ontworpen, maar vliegermakers hebben een groot talent voor het lenen uit andere branches: tuinslang, autogordels, sleutelringen, tentgarnituur en spinakerdoek zijn bij het vliegeren veel gebruikte spullen. Ook wordt er wel eens speciaal voor de vliegerij een accessoire ontwikkeld; zo zijn er prachtige nylon kruisstukken voorradig waarmee twee buizen aan elkaar kunnen worden gezet.

Bij de technieken vervult de soldeerbout een belangrijke rol. Spinakernylon wordt namelijk niet geknipt of gesneden, maar met een hete bout doorgesmolten. Een veel belangrijker instrument is natuurlijk de naaimachine. Nylondoek moet genaaid worden. Met grote steken, raden de auteurs aan. Op de een of andere manier is dat een vertederende gedachte als je zo'n gespierde vliegeraar achterover ziet hangen - dat hij er avonden van patroonraderen, knippen en zigzaggen op heeft zitten.